Martijn over…hoe je een Apeldoorner herkent

Dinsdag 26 september 2017

Door Martijn de Frankrijker

Ellis Peeters

Het is twee dagen geleden nu. Ik sta onder de douche. Of ik zit. Dat doen we tegenwoordig, wist je dat al? We zitten massaal onder de douche. Dan gaan we nadenken. Omdat dat de rest van de dag niet meer lukt. Dan zijn we druk met onze telefoon, maar die zijn binnekort allemaal waterdicht en dan hoeven we ook niet meer na te denken onder de douche. Dat lijkt me fijn. Dan heb ik dit gevoel niet. Dat gevoel wanneer je terugdenkt aan een gesprek dat je had. Een gesprek waarbij je het verkeerde zei, maar wanneer je dat gesprek later nog eens afspeelt in je hoofd, dat je dan plots weet wat het goede antwoord was geweest.

Nu is het twee dagen eerder. Er drijft de hele tijd een kleine grijze wolk voorbij in een verder helder blauwe lucht. Tevergeefs probeer ik niet te kijken. Ook de camera probeer ik niet te zien. Dat is moeilijk. Niemand heeft me verteld dat ik hem niet mag zien, maar de presentator doet continu heel opzichtig zijn best er omheen te kijken. We zijn samen dus lekker de camera niet aan het zien. Dan lijkt het meer alsof we een gesprek hebben. Met z’n twee. Zonder die camera. Het gesprek gaat best goed. Gesprekken hebben doe ik vaker. Interviews vrijwel nooit, maar zolang het een dialoog is ga ik me wel redden. Tot ineens die vraag komt: ,,En, waar herken je een Apeldoorner nou aan?”

Wat? Waar herken je een Apeldoorner aan? Wat een rare vraag. Hoe bedoel je, waar herken je een Apeldoorner aan? Vraag je me nou hoe ik 160.000 mensen het beste tot één stereotype kan terugbrengen? Dat gaat me niet lukken, vriend. Vat jij anders even alle kijkers van de EO (daar is ‘ie van) in één zinnetje samen. Moeilijk, of niet? Maar dat zeg ik niet. Ik hoor mezelf antwoord geven. Doe nou niet. Mondje dicht. Een domme vraag krijgt een dom antwoord. Hou je zelf in bedwang. Stop. Nee. ,,Nou, ja, eh, in ieder geval niet van dat hippe gedoe. Gewoon normaal.” Daar gaan we. Zo voelt bergafwaarts gaan dus. ,,Een spijkerbroek, ofzo.” Stop nou. ,,En met dit weer zo’n windjack.” Kut.

Daar sta ik dan. Met m’n ietwat dikkige hoofd (niet mijn woorden) voor de camera heel Nederland even uit te leggen hoe je een Apeldoorner herkent. Alsof je een Apeldoorner ergens aan herkent. Ja, volgens een gemiddelde Nederlander herken je ons vast aan onze klompen, of iets dergelijks. ,,Apeldoorn, is dat geen dorp?” Loop ik de hele zomer met zo’n dom geel vlaggetje rond om iedereen te verkondigen dat Apeldoorn toch best wel interessant is en dan doe ik dit. Nu ziet iedereen me vertellen dat je Apeldoorners heel makkelijk over één kam kan scheren. Of nouja, iedereen…het blijft de EO. Iedereens oma, dan.

Ik zit onder de douche. Na te denken. Dat vertel ik mezelf. Eigenlijk is het de hele tijd alleen dat moment dat weer voor mijn ogen afspeelt. Zo kan ik zijn. Me zorgen maken over elk klein detail. Vreselijk nutteloos, maar het gebeurt. En plots dat gevoel. Je wil de tijd terugspoelen. Het nog een keer mogen doen. Je weet wat je had moeten zeggen.

,,En, waar herken je een Apeldoorner nou aan?” Oh, geen idee, meestal herkennen ze mij. Op een domme vraag mag je best een nog dommer antwoord geven.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?