mijn fiets

Zondag 15 maart 2015

Door Stukslaan

Ouderdom komt met gebreken. Dat geldt voor een mens maar zeker ook voor een fiets. De fiets, zo’n beetje het meest Nederlandse verschijnsel, mag best zo nu en dan eens worden geserviced. Het is echter ook heel Nederlands de fiets psychologisch en fysiek te verwaarlozen. Daar waar de auto kan rekenen op periodiek en preventief onderhoud of zelfs af en toe een wasbeurt, moet de fiets het doen met een inflatie der banden en dan nog alleen als dat echt nodig is.

Mijn fiets is pas vier à vierenhalf jaar oud en veel mag er dus niet aan markeren. Maar vergis je niet: net als bij een hondenleven gaat het zeven keer zo snel. Mijn fiets is dus een gezapige dertiger aan het worden en haalt mij aanstonds dus zelfs in. De puberteit ligt ver achter hem, zijn intellectuele piek is net voorbij en tegenwoordig heeft hij steeds vaker van die onduidelijke klachtjes. Niet ernstig genoeg om aan de fietsenmaker te presenteren -ze gaan bovendien vaak na verloop van tijd vanzelf over- maar dus wel gewoon lastig.

Met een korte inventarisatie kom ik tot het volgende lijstje: zijwaartse speling in zadel, ontbrekende bevestiging voorspatbord rechtsonder, doorslippende vierde versnelling en last but not least een bungelende standaard. De vierde versnelling doet het al een hele tijd niet meer. Opeens was het probleem er. In die versnelling trap je om de haverklap door en daarmee is hij praktisch niet bruikbaar meer. Het is me één keer gebeurd dat ik daardoor op de stang belandde. Dat zal er voor de omstanders ongetwijfeld erg grappig hebben uitgezien. Het is de dag waarop ik vervloekte zenuwbanen te hebben van scrotum naar brein en vice versa.

Die vier mijd ik dus categorisch. Mocht ik aanvankelijk het rijtuig nog wel eens in een onbewaakt ogenblik in zijn vier zetten, een fractie van een seconde later voelde ik down under de pijn alweer als ware het een alarmbel. En hoewel de vier nu juist een prettige balans geeft tussen horizontale verplaatsing en de moeite die je ervoor moet doen, ik heb zes andere versnellingen waar ik uit kan kiezen! Mijn positieve leveninstelling maakt dat ik vooral kijk naar wat ik nog wel heb en niet naar wat ik niet meer heb. Het glas is halfvol en niet halfleeg.

Het structureel uitbannen van de vier gaf echter steeds meer problemen. Ik ging namelijk ook de vier mijden in andere situaties. Op het werk bijvoorbeeld deelde ik het jaar in drie kwartalen (leuk als je voor de financiën verantwoordelijk bent) en thuis verloor ik alsmaar met kwartetten. Een vierkantje kreeg drie zijden. Ik leerde mijn kinderen tot 10 tellen als volgt: 1,2,3,5,6,7,8,9,10. De tafel van vier overhoorde ik niet. RTL4 werd op kanaal 5 gezet. Dat soort dingen.
En toen dus mijn fietsstandaard ook nog eens zijn stijfheid verloor, hetgeen als verlies van zijn mannelijkheid kan worden geduid, was de maat vol. Het was hoog tijd voor een total body scan.

De afspraak met de fietsenzaak was zo gemaakt. Ik kon de volgende morgen zelfs al terecht. In de winkel word ik verwezen naar de werkplaats aan de achterzijde van het etablissement. Daar tref ik een fietsenmaker met stereotiep gezicht en dito smeerhanden. Op zijn werkbank liggen de inbus- en steeksleutels netjes geordend. Een zacht muziekje kleedt de ruimte en zorgt voor een prettige sfeer. Ik noem mijn klachtjes en de man schrijft ze op een papiertje met een gat erin. Dat papiertje wordt aan het stuur gehangen. Ik merk dat ik net als bij de echte dokter mezelf nu al weer een zeur vind met deze onbenulligheden. Maar de dokter laat niets merken, daar is hij professioneel genoeg voor.

‘Lukt het nog vandaag?’, vraag ik.
‘Nuur of drie’, antwoordt hij.
‘Kan ik gebruik maken van een leenfiets?’, vraag ik.
‘Ja’, zegt hij. Hij geeft me een sleuteltje en wijst naar de fiets naast de deur.

De leenfiets blijkt niet zomaar een leenfiets. Meer een soort lachfiets. Knaloranje en bandjes van nog geen 30 centimeter doorsnee. Net hoog genoeg om kin van knieën vrij te houden. Het fietst niet eens slecht maar mijn benen draaien als een dolle. Van een balans tussen horizontale verplaatsing en de moeite die je ervoor moet doen is in het geheel geen sprake. Het voelt alsof je van een colletje naar beneden raast in z’n één.

Dat het zweet in straaltjes van de rug de bilnaad in sijpelt is niet het ergste. Vervelender is dat in een langsrijdende stadbus 100% van de mensen mijn kant opkijkt. En dat ik een paar straten verderop word uitgelachen door een verstandelijk beperkte op zo’n driewieler. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.
Eenmaal thuis rijd ik zonder protest een extra rondje langs het huis zodat mijn kinderen het scherp op de foto kunnen zetten. De sociale media worden ermee gevuld zodat iedereen op de hoogte is nog voordat het zweet is opgedroogd.

Aan het eind van de middag retourneer ik naar de fietsenmaker (met een denkbeeldige zak over mijn hoofd). Mijn fiets staat al klaar bij de uitgaande post. Alle klachtjes zijn verholpen. Er waren volgens de fietsendokter geen kwaadaardige poliepen of andere anomalieën aangetroffen. Het was een schroefje aandraaien hier en een beetje afstellen en smeren daar. Kosten: slechts 15 euro.
Lachen met die middenstand hier in de stad maar ondertussen schaam ik me natuurlijk wel een beetje.
Op de terugweg heb ik heel voorzichtig de vier weer gebruikt. De pijn in de balzak wordt al minder merk ik.

-jertaa

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?