niets

Zondag 5 juli 2015

Door Stukslaan

De weg is een rechte streep door het landschap en lijkt zich niets aan te trekken van de heuvels en dalen. Boven het asfalt hangt zo’n zinderende lucht van de hitte. Hij wist ook wel hoe dat te verklaren is. De warmte die het asfalt afgeeft verwarmt de lucht erboven, waardoor de brekingsindex van de lucht varieert. Licht dat erdoor valt wordt daarom steeds verschillend afgebogen, wat het trillende effect geeft. Maar deze verklaring draagt niets bij en doet niets af aan de stilte van het moment, waarvan hij zich afvroeg of het echt stilte was of juist leegte.

Er zit niets anders op dan de weg te volgen. Stilstaan levert niets op en leidt uiteindelijk ook tot praktische problemen. Teruggaan betekent teruggaan naar waar hij vandaan komt. Dat is terug in de tijd en terug in ontwikkeling. Eerder gevonden antwoorden zouden weer veranderen in vragen. Mensen die hij was tegengekomen zouden voor (of na?) de kennismaking weer onbekenden zijn. Teruggaan leek hem nog minder dan stilstaan een optie. De wereld die op dit moment eendimensionaal is, dwingt om gewoon door te gaan in dezelfde richting. Een zeer beperkte vrijheid maar overzichtelijk is het wel.

Natuurlijk had hij de eerste uren zich de dingen des levens afgevraagd die iedereen zich wel eens afvraagt. Maar dat is te voorspelbaar, te makkelijk. Die gedachten waren al lang naar de achtergrond verdrongen en zijn aandacht was inmiddels meer gericht op het hier en nu. De rechte weg, het ontbreken van tegenliggers en volgers, het oneindige landschap zonder specifiek ritme. Hoewel er over de richting niets te kiezen viel, kon hij zijn snelheid variëren. Een hogere snelheid zou het doel, als het er al was, sneller dichterbij brengen. Een lagere snelheid gaf meer tijd om de berm en alles wat er verder niet was beter te kunnen bekijken. Hij concludeerde dat een lagere snelheid ten goede kwam aan zijn creativiteit. Laat het doel het doel maar, de weg is veel interessanter.

De heuvels ontnamen steeds het zicht op dat wat verder weg was. Eenmaal op de heuvel zag hij dat wat ver weg was weer meer van hetzelfde was. En dat gaf hem elke keer weer een fijn gevoel. Na deze bevestiging kon hij zich vervolgens weer op zijn studie richten van wat er links en rechts allemaal niet te zien was.

Na de zoveelste heuvel ziet hij een paar honderd meter verderop een vrouw langs de weg zitten. Quasi-nonchalant nadert hij haar en hij worstelt met de vraag op welk moment hij haar zal groeten. Te ver weg is raar want dan zou je elkaar niet eens kunnen verstaan. Te dichtbij is ook raar want dan heeft hij haar duidelijk al heel lang in het vizier gehad. Hij besluit kort te zwaaien en dan, constant naar zijn voeten turend, op haar toe te lopen. Bij haar aangekomen heft hij zijn hoofd, kijkt haar aan, groet haar en besluit voor zichzelf dat het zo een goede aanpak geweest is.

De vrouw is een Javaanse van middelbare leeftijd. Ze is aldoor blijven zitten en kijkt hem nu met vragende en tegelijk bewonderende blik aan. De vorm van haar ogen vallen hem op en het brengt hem eventjes van zijn apropos. Het is niet duidelijk of de vrouw dezelfde richting op gaat of uit tegenovergestelde richting komt. Dat laatste betwijfelt hij het meest. Ze zou dan op weg zijn naar het verleden, ze zou inmiddels meer vragen dan antwoorden hebben en ze zou niet die rust en wijsheid uitstralen die hij bovenop de warmte van de dag van haar ervoer. Het ligt meer voor de hand dat zij in dezelfde richting als hij gaat. Als hij gelijk heeft, zouden ze straks misschien samen kunnen oplopen, ervaringen over de reis met elkaar kunnen delen en zou hij nog wat kunnen genieten van haar betoverende ogen.

De hand die hij naar de vrouw uitsteekt wordt door haar letterlijk aangegrepen om overeind te komen. Hij constateert dat de vrouw enkele centimeters kleiner is dan hij. Maar ze is nog barvoets. Wanneer ze haar open schoenen met kleine hak aantrekt blijkt ze een fractie langer dan hij. Een mooi beeld. De vier ogen lachen naar elkaar en er is nog steeds niets gezegd. Samen vervolgen ze hun weg.

‘Ik verwachtte je al’, zegt de vrouw na een paar honderd meter. Het stelt hem gerust, meer dan dat het hem verbaast. Hij voelt geen behoefte te reageren. Meer dan in de voorbije uren geniet hij van de oneindige verten en het schijnbaar saaie landschap. Het doel is helemaal uit zijn gedachten, de weg zorgt daar wel voor. Even beeldt hij zich in dat hij stilstaat en dat hij met zijn voetstappen de aarde onder hem laat ronddraaien, al is dat natuurlijkwetenschappelijk gezien even waar als onzinnig. Feit is dat hij zich gelukkig waant omdat voor het eerst de zekerheden en onzekerheden van het leven zich met elkaar in een prettige belans bevinden. Dat alles is voldoende om de komende uren te zwijgen en het te doen met een elkaar vluchtig aankijken, het eigen tempo aan dat van de ander aanpassen of een kijken naar waar de ander naar kijkt.

Opeens versnelt de vrouw haar pas en het is hem duidelijk dat hun wegen zich in figuurlijke zin gaan scheiden. In letterlijke zin natuurlijk niet, want er is maar één weg. Vervelend is het niet want het observeren van haar harmonieuze beweging bevalt hem. En omdat de weg een en dezelfde is, neemt zij nu de rol in van leider, zoals een gids een groep toeristen door een stad loodst.

Het duurt niet lang of zij heeft een heuvel voorsprong. Het valt hem op dat de zinderende lucht langzaam grip begint te krijgen op haar verschijning. Soms lijkt ze even los te komen van de grond. In elk geval is nu niet meer te zien hoe haar looptempo is, laat staan of ze naar links, rechts of naar voren kijkt.

En dan, na een uurtje of zo, is zij opgegaan in de warmte en verte. Hij weet dat zij er is maar met menselijke waarneming kan dat niet meer bewezen worden.

Het is het moment waarop hij beseft dat het geloof en overtuiging de overhand nemen.
Alleen daarmee zijn de beelden vast te houden.

Na de volgende heuvel kijkt hij alsof hij spiekt.
Je wilt het toch weten.

Wat brengt de weg, de toekomst?
misschien het antwoord

echte stilte?

of misschien
gewoon

niets

 

-jertaa

 

Dit was de laatste wekelijkse column van Stukslaan waar wij in september 2014 mee begonnen. Ze waren bij afwisseling serieus, hilarisch, verzonnen, waar gebeurd, kolderiek. En meestal was het niet wat het leek. Als u bij het lezen heel af en toe even glimlachte of misschien later in de week nog eens aan de column terugdacht dan was het ons allemaal dik en dwars de moeite waard. Al had u natuurlijk al lang door dat wij niet voor u schrijven, maar voor onszelf.
Fijne groet en tot ziens!
Robber en Jertaa

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?