Schaamte

Zondag 30 november 2014

Door Stukslaan

Ik kan mij op vele manieren schamen. En ik heb daar behoorlijk last van. Valse schaamte is het ergst, want die is onterecht. Voorbeeldje: voordat ik ‘s morgens de lift in stap vanuit de parkeergarage, verlaat een vrij gezette man met een steekwagen de lift en de deuren sluiten zich. Op het moment dat ik het knopje voor de 4e verdieping indruk, begint de ellendige valse schaamte al. De man heeft zijn zweterige geurvlag achtergelaten in de roestvrijstalen ruimte. Een mengsel van de geur van bowlingbaanschoenen en een onder het bed gepropt T-shirt van mijn stiefpuber.
En als de lift op de begane grond stopt stappen er twee collega’s in. Het zwakke ‘goedemorgen’ dat ze me wensen is slechts een geconditioneerde uiting. Ik ben degene die stinkt en een aantal verdiepingen het leefklimaat heeft verpest. Ik voel niet alleen die priemende gedachte: ik ruik ze haast.

Voor schaamte hoef je je niet te schamen. Het wordt pas vervelend wanneer schaamte overgaat in jaloezie. Die valkuil donder ik maar al te vaak in. Toen er een paar weken geleden op een pluimveehouderij in Hekendorp vogelgriep uitbrak, praatte iedereen net zo gemakkelijk over H5N8 en hoog-pathogeen als een banketbakker over amandelspijs. Het doden van dieren was plotseling moorden. En ruimen werd een eufemisme daarvoor. En de angst dat de hele Nederlandse pluimveestapel preventief geruimd zou moeten worden groeide met de dag. En wat was ik blij dat ik de diepvries nog behoorlijk gevuld had met kipfilet, want ik schaamde me –en nu nog steeds- om naar de slager te moeten gaan. Want natuurlijk is het doden van dieren moord. En dit is ook het moment waarop de schaamte plaatsmaakt voor jaloezie. Wat kan ik jaloers zijn op mensen die zo’n enorme brede kennis hebben.
Hekendorp: ik had er nog nooit van gehoord, maar werkelijk iedereen in mijn kennissenkring wist met gemak drie tot vier straten te noemen in dat dorp. Ruim de helft van die kennissen wist de naam van de eigenaar van het pluimveebedrijf te noemen of kende de man zelfs en mijn buurman noemde tussen neus en lippen door, bij het knippen van de heg, het ras van de desbetreffende kippen.
Maar goed: het vervoersverbod van pluimvee is weer opgeheven en mijn diepvries is leeg.

“Zeg slager, wat is er in de aanbieding?”
“Nou, u treft het meneer: het borstgedeelte van de Gallus gallus domesticus die een natuurlijke dood is gestorven. Plotseling: een hartstilstand! Tientje per kilo.”
“Maar slager, is er dan ook vlees dat afkomstig is van dieren die géén natuurlijke dood gestorven zijn? Heel Nederland schreeuwt toch dat het doden van dieren moord is?”
“Meneer, we gaan hier niet de wijsneus uithangen hè…ik leg het één keer uit. Tjonge, jonge: ik kan u ook van alles wijsmaken! Alle in moten gehakte dieren die ik hier in de vitrine heb liggen, zijn vermoord! Of een pen of een paar duizend volt door de kop gejaagd. Maar die dieren mogen blij zijn dat het ze overkomt. Of denkt u dat het een lolletje is voor een varken dat, al dan niet zonder verdoving gecastreerd en gecoupeerd is door een boerin, de rest van zijn leven seksloos op een roostervloer te moeten doorbrengen? En wat dacht u van die stomme kippen? Net op het moment dat ze elkaar levend willen gaan opvreten, wat niet eens lukt omdat de snavels zijn stompgebrand, helpen we ze uit hun lijden. Netjes opgestapeld in kratten naar de slachterij! En dat allemaal om verder dierenleed te voorkomen en om u en nog minstens 12 miljoen Nederlanders van een lekker stukje vlees te voorzien. Nogmaals: je mag het pas moord noemen wanneer een dier gedood en vervolgens niet geconsumeerd wordt!…een kilootje kipfilet doen maar?”

En wederom heb ik schaamte-/jaloeziegevoelens. Schaamte omdat ik dit allemaal niet wist en jaloers op mensen die schaamte zo goed verborgen weten te houden.

Robber

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?