Sjaak (5): Preek

Zondag 10 november 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

‘Lieve Sjaak,
Bedankt voor je heldere uitleg. Ik geloof ook echt niet dat jij zomaar naar bed zou gaan met het eerste het beste barmeisje. Maar ik zal ook eerlijk zijn: ik schrok wel van wat die twee mannen vertelden over dat ze zwanger is. Als het wel zo was, dat jij haar misbruikt hebt, dan zou dat voor mij een klap in mijn gezicht zijn. Ik ben al te vaak teleurgesteld door een man.
Nogmaals sorry dat ik er zo prompt vandoor ging. Ik was gewoon heel erg geschrokken en kon het allemaal niet plaatsen. Bij ons hier in de kop van Groningen gaat het er heel anders aan toe, sommige dingen ben ik niet meer gewend.
Mag ik nog gaan voor een herkansing? Voordat het hele gedoe begon, vond ik het erg gezellig. Het was fijn om je weer eens te zien en het klikte als vanouds tussen ons tweetjes.
Laat je gauw weten of we weer afspreken?
Dikke kus,
Fien’

Te vaak teleurgesteld door een man? Door haar eigen man, zal ze bedoelen. Dat kon je zo tussen de regels door lezen. Maar goed, in haar mail gaat ze voor de goedmaker. Ik vind het best. Dat die stomme Chris Veestapel en Fred van Holwerk ons half romantische avondje verpestten, dat had ik niet kunnen voorzien. Eerlijk gezegd had ik gehoopt op iets intiems en aanvankelijk zag het er ook wel naar uit. Die Fien lijkt me wanhopig op zoek naar wat aandacht en liefde die ze in haar huwelijk van haar echtgenoot onvoldoende krijgt. Zoals ze me aankeek, zoals ze haar hand op mijn arm legde, dat sprak toch boekdelen?
Het leek me nu slimmer om niet langer terug te kijken, maar juist vooruit te blikken op deze avond die ging komen. Ik had mijn vlotte kleren aangetrokken en zat zogenaamd nonchalant en losjes uit mijn vaasje te drinken. Ondertussen hield ik de voordeur van café De Kalknagel nauwlettend in het oog.
De deur ging open. Het was Fien niet. Het was Paul Galvis.

‘Sjaak!’ riep hij.
Ik keek om mij heen.
‘Wat kijk je?’
‘Ik zie geen Sjaak.’
‘Doe niet zo onnozel, Sjaak.’
‘Het is Jacques. Wie is hier nu onnozel?’
‘Volgens mij begint iedereen te pas en te onpas het woord ‘onnozel’ te gebruiken.’
‘Dat heb je verkeerd, Galvis. Ik gebruik het alleen te pas.’
‘Wat ik je wilde vragen: heb jij Renate onlangs nog gezien?’
‘Renate?’ vroeg ik. ‘Help even. Welke Renate?’ Soms moet je net doen of je heel veel mensen kent. Dat staat goed.
‘Gut, hoe heet ze van achter ook weer?’
‘Renate Fretstemming? Renate van Hak? Renate Schrans? Renate ter Fik? Renate Spleetspatel?’
‘Ken jij al die Renates?’
‘Natuurlijk ken ik die. Anders zou ik hun namen toch ook niet kennen?’
‘Dat is waar.’
‘Natuurlijk is het waar. Ik zeg het, vandaar. Renate Kuylgras? Renate de Kolder? Renate Baardmans?’
‘Baardmans! Renate Baardmans! Die was het.’
‘Wat is er met haar, Galvis?’
‘Dat wilde ik net aan jou vragen, Sjaak. Weet jij hoe het met haar is? Ze plaatst al weken niet meer iets op Facebook.’
‘Geen idee. Ik doe niets met Facebook. En het is al een tijdje geleden dat ik haar heb gezien. Wanneer was het ook weer?’
‘Voor mij was het die keer dat ik haar naar huis heb gebracht. Je weet wel, ze zat toen bij jou aan tafel hier in het café en ze werd niet goed.’
‘Ach ja, nu weet ik het weer. Ze had ook haar dochter bij zich. Die dochter, die heb ik later nog wel gezien.’
‘Die dochter is een vervelend kreng,’ zei Paul Galvis. ‘Die avond dat ik Renate en haar naar huis bracht, zat ze aan een stuk door te schelden op haar moeder. Dat begon al in mijn auto, maar toen ik met die half laveloze moeder bij hun voordeur stond, ging het nog verder. Eigenlijk had ik ze alleen maar naar huis gebracht in de hoop dat ik nog even gezellig voor een kopje koffie mee naar binnen zou worden genomen, maar toen dat mokkel bleef schreeuwen en tieren en toen die Renate alleen maar comateuzer bleek, toen hield ik het voor gezien. Dat was jammer, want ik vind het een geil wijf. Vandaar dat ik wil weten hoe het met haar gaat. Jij schijnt haar vaker te zien, begreep ik. Tjonge, als ik alleen al aan de prammen van die Renate denk, krijg ik al bloed in de paal. Alleen jammer van dat serpent van een dochter. Echt, je had erbij moeten zijn. Zoals die haar moeder afblafte, ook toen die voor pampus in de gang lag.’
‘Ach, dat doen veel meisjes van vijftien.’ Wat een vieze achterbakse vent vond ik die Paul Galvis. Hij wist dat ik die avond bezig was met nader contact te maken met Renate. ‘Ik heb haar ondertussen leren kennen als een heel pienter meisje.’
‘Jij hebt veel mensenkennis, Sjaak.’
‘Jacques. Ik weet het. Ik kan een onnozelaar van een afstand herkennen.’ Ik deed even een stapje achteruit.
‘Je hebt gelijk,’ zei die malloot van een Galvis. Hoe kwam ik van hem af?

De deur van het café ging open. Daar was ze. Ze zag me gelijk en kwam op mij af. ‘Dag Sjaak,’ zei ze zachtjes. Haar glimlach was om in te lijsten.
‘Jacques, Fien. Goed om je weer te zien.’
Ze pakte mijn hand vast en kuste mij op mijn mond.
‘Galvis,’ zei ik tegen Galvis. ‘Ga eens verderop kijken of daar geen koe op ontploffen staat.’
‘Huh? Waar heb je het over?’
‘Wegfukken,’ fluisterde ik in zijn oor. ‘Je ziet toch dat ik bezig ben?’
‘Het is al goed.’ Paul Galvis ging naar een andere kant van het café.
‘Dag Fien,’ zei ik tegen Fien. ‘Daar zijn we weer. Fijn dat je mailde. Ga zitten.’ Ik wees haar een tafeltje. Ze bleef mijn hand vasthouden. ‘Wat wil je drinken?’ vroeg ik toen ze had plaatsgenomen.
‘Eh, ik weet niet…’
‘We maken er een wijntje van,’ zei ik beslist.
‘Maar ik drink niet.’
‘Om het te vieren,’ drong ik aan. En om ’s te kijken hoe ver ik je kan krijgen.
‘Vooruit.’

Coby kwam de drank brengen. ‘Je hebt je haren mooi geverfd,’ zei ik tegen het serveerstertje.
‘Ja, mooi hè? Ik wilde eens iets heel anders.’
‘Dat rode staat je goed.’
‘Dank je wel.’ Coby zette de glazen voor onze neus en dribbelde weg.
‘Jij weet een vrouw blij te maken, Sjaak,’ zei Fien.
‘Wacht maar. De avond is nog jong. En het is Jacques.’ Ik grijnsde.
Fien grijnsde terug. ‘Proost. Jacques.’
‘Zo mag ik het graag horen. Proost.’ Het viel me allemaal erg mee. Eigenlijk had ik verwacht dat ik van Fien een hele preek zou krijgen over alles wat ik fout had gedaan tijdens onze vorige ontmoeting, maar daar leek helemaal geen sprake van.
Fien nam een grote slok uit haar glas. Ze hoestte.
‘Gaat het?’
‘O jawel, hoor. Maar ik ben het niet gewend om wijn te drinken.’
‘Wees dan maar blij dat je geen katholieke priester bent.’
‘Hoezo?’
‘Die drinken tijdens iedere dienst miswijn. Aan de andere kant: dan zou het vanzelf wel wennen.’
Fien nam nog een grote slok. ‘Best lekker.’
‘Dat smaakt naar meer, hè?’ Zelf goot ik mijn vaas ook goed weg.
‘Toch moet ik uitkijken,’ zei Fien. ‘Ik moet morgenochtend om negen uur een dienst leiden. Sterker nog: ik moet de preek nog schrijven.’
‘Zo ver is het nog niet. Coby! Doe nog eens wat te drinken!’

‘Zjaak, ik fin ’t fijn dat we so contak hebbe.’ Na drie wijntjes kreeg Fien een aardig dubbele tong. ‘Iedere keer als er de afgelope dage een mail fan je binnenkwamp, dan sat ik helemaal te trille en wil ik ‘m gelijk leze.’
‘Jij nog wat drinken, Fien?’
‘Waarom niet? ’t Zmaakt.’
‘Dat vind ik mooi om te horen. Ik ben ook blij dat we het hebben kunnen uitpraten en bijleggen.’
‘Er waztog niets gebeurd, zei je?’
‘Klopt helemaal, Fien.’
‘En al sou er wad zijn gebeurd, dan neem ik het je niet kwaaluk. Ik znab best dat zo’n jonge meid iets med jou zou wille. Ik znab dad heel goe.’
Daar was Coby met de drank. ‘Dank je, rode Coby,’ zei ik. Ze glimlachte en liep blozend weg. Ik keek haar volle rondingen na.
‘Ze vinde je allemaal een ztuk,’ lalde Fien. Onder tafel legde ze een hand op mijn bovenbeen. ‘Ikkook.’
Ik keek haar aan. Haar pupillen waren wijd. Die was dronken en geil, dat zag je zo. ‘Proost.’
Fien hief haar glas, knoeide wijn op tafel en dronk. ‘Eigeluk moed ik naar huiz.’ Het lege glas zette ze iets te hard neer op tafel. Het pootje brak af.
‘Kom,’ zei ik. ‘Je kunt zo niet naar huis rijden. Ik neem je wel mee.’
‘Vooruit, Zjaak.’ Ze kwam steeds moeilijker uit haar woorden. ‘Dat moeddan maar.’ De ondeugende blik in haar ogen verried iets anders. ‘Alz ik nu tognie weghoef, zullen we er dannog eentje nemen?’
‘Waarom niet?’ Je mag me een slappe zak vinden of zeggen dat ik misbruik maakte van de situatie, maar geef me eens ongelijk. ‘Coby! Mag ik nog een witte wijn voor mevrouw? En ik nog een bier.’

‘Ikmoe pizze.’ Fien probeerde op te staan. Ze moest zich vasthouden aan de rugleuning van haar stoel en de tafel.
‘Wacht.’ Ik hielp haar naar de deur van het damestoilet. ‘Lukt het zo?’
‘Hajje me nog verder wille helpe?’ vroeg ze. ‘Wilje me graag zien plazzen ofzo?’
Ik heb in mijn leven genoeg zeikwijven meegemaakt, dacht ik. ‘Nee, ga maar. Ik wacht hier wel even.’
Fien deed de deur achter zich dicht.
‘Zo Sjaak, jij hebt het goed bekeken,’ klonk het naast mij. Het was die idioot van een Paul Galvis. Met zijn tong half uit zijn bek ging hij verder: ‘Een dronken vrouw is een engel in bed.’
Ik greep hem bij een oor en sloeg zijn hoofd tegen de muur. ‘Ze is dominee, Galvis,’ siste ik. ‘Die doen niet aan engelen.’ Toen liet ik hem weer los en wierp hem de boze blik.
‘Ik ben al weg,’ kon hij uitbrengen. ‘Ik ga wel naar Renate.’
Ik pakte hem bij zijn kraag en ging verder: ‘Als ik ook maar een klacht over jou hoor, dat jij je opdringt aan welke vrouw dan ook, dan ram ik persoonlijk je zak zodanig binnenstebuiten dat je opnieuw indalen kunt vergeten.’
Galvis zei niets meer. Ik duwde hem van mij af en hij zwalkte het café De Kalknagel uit.
Waar bleef die Fien? Ik klopte op de deur. ‘Fien? Gaat het?’ Ik kreeg geen antwoord. Voorzichtig deed ik de deur open.
Fien stond voor de spiegel. Ze hield zich in evenwicht aan de wastafel.
‘Fien? Lukt het? Kan ik je helpen?’
‘Een wijntzje zou er nogwel ingaan, Zjaak.’

‘Ik heb geen logeerbed,’ zei ik. We hadden bij mij thuis nog een afzakker genomen en nog een en nog een. ‘Maar jij kunt in mijn slaapkamer; dan ga ik op de bank.’
‘Bejje gek?’ wist ze eruit te krijgen. ‘Jij gaat gwoon ijje eige bed. Ik zie wel waar ik ga liggen.’
‘Wacht,’ zei ik. ‘Ik heb een tweepersoonsbed. Jij ligt aan de ene kant, ik aan de andere kant. Ik zal zo veel mogelijk kleren aanhouden, wees niet bang.’
Ik moest haar bijna naar de slaapkamer tillen, zo bezopen was ze nog altijd. Toen ze op het bed zat, hielp ik haar met haar broek en blouse. Ze droeg stijlvol ondergoed met veel kant eraan. Ik probeerde er niet al te veel op te letten. Zowaar, ze wist nog hoe ze moest gaan liggen en ik trok het dekbed over haar heen.
Zelf deed ik mijn broek en shirt ook uit en ik ging aan de andere kant op het bed zitten. Op de wekker zag ik dat het al half vier ’s nachts was. Ik liet die wekker de wekker en kroop onder het dekbed. Gelijk voelde ik een hand van Fien op mijn buik.
‘O Sjaak, eigenlijk heb ik hier altijd al naar verlangd,’ zei ze met wankele stem. Toch klonk ze plots redelijk helder. Haar armen waren om mij heen en ze zoende me op mijn mond en in mijn nek. Ik liet haar maar even begaan. Als de drank was uitgewerkt, zou ze er spijt van krijgen, dat wist ik wel zeker. ‘Waarom heb je vroeger nooit het initiatief genomen? Ik zou nooit geweigerd hebben.’
‘Je was zestien, Fien. Ik was je volleybaltrainer. Toen kon het echt niet.’
‘Toen niet, nee.’ Haar hand gleed mijn onderbroek in. ‘Maar nu wel. Sjaak. Ik wil neuken.’

Vooruit dan maar. Als ze het zo graag wilde, wie was ik dan om haar teleur te stellen? Voor ik het wist lag ik haar ongeschoren schaamte te likken. De krulhaartjes kriebelden in mijn neus. Ze nam mijn bescheiden trots in haar mond en wist opmerkelijk goed wat ze ermee moest doen. Omdat we beiden flink wat alcohol hadden genuttigd, werd deze sekssessie een langdurige toestand. Na allerlei wilde poses nam ik haar uiteindelijk op haar hondjes. Ze zwoegde met mij mee en haar billen kletsten tegen mijn bekken. ‘O ja, Sjaak. Oooo!’ hijgde, kreunde, gilde ze. Nooit geweten dat een dominee zo geil kon zijn. Het leek me flauw om op dit moment te zeggen dat ik Jacques heet. Ik had er trouwens ook geen gelegenheid voor, want ik had even een andere zaak aan mijn hoofd. Nee, in haar klaarkomen ging ik niet doen. Geen idee of Fien aan de anticonceptie was of dat er sprake was van algehele onvruchtbaarheid. Al had ik moeite mezelf te beheersen; ik nam het zekere voor het onzekere. ‘Je gaat spuiten, hè?’ vroeg ze tussen haar gekreun door. ‘Reken maar,’ zei ik. Met een handige beweging haalde ik mijn hard kloppende penis uit haar lijf. Ik legde ‘m in haar bilspleet en gooide mijn hoofd even in mijn nek. ‘Het is zover,’ zei ik toen. Met open mond zag ik toe hoe ik mijn zaad over haar rug en haar billen spetterde.
Even later lagen we naast elkaar uit te hijgen. ‘Dank je,’ zei Fien met nadraaiende ogen. ‘Het is me niet gelukt om een orgasme te krijgen, maar toch heb ik intens genoten. Ik heb het gevoel dat ik me helemaal aan je heb kunnen geven.’ Toen draaide ze zich om, boog met haar hoofd naast het bed en begon uitgebreid over te geven.
‘Geeft niets,’ zei ik.
Morgen, als ze weer nuchter was, zou ze wel anders piepen. Dan was het zondag en ik wist zeker dat ze te laat zou zijn voor haar preek.


Wordt vervolgd.
Een volgende keer: Sjaak (6): Niemand


Apeldoorn, september 2013


Lees ook:
Sjaak (1): Onnozelaars
Sjaak (2): Koppijn
Sjaak (3): Plakkerig
Sjaak (4): Weerzien

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?