Spijkerbroek

Zondag 5 april 2015

Door Stukslaan

Ik heb een vreselijke hekel aan twee dingen: gastroscopie en spijkerbroeken kopen. Zo’n gastroscopie maak ik slechts eens in de vier jaar mee. Daar is mee te leven. Ik heb een aangeboren afwijking aan de slokdarm en om de vier jaar moet er dus even gekeken worden of er door het veelvuldig passeren van maagzuur al dan niet sprake is van een beschadiging van de slokdarm met het daarbij behorende risico op slokdarmkanker.
Een arts propt dan een slang via mijn slokdarm naar binnen; ik moet vreselijk kokhalzen en na een minuut of tien is het weer over.
Maar het kopen van een spijkerbroek is iets dat zo’n beetje één keer per jaar plaatsvindt.
En dáár kan ik eigenlijk niet mee leven. Maar toch moet het.
Ik ben 54 jaar en heb tot een jaar of 8 geleden de ideale (spijker)broekmaat gehad: 32-36. En mijn geest zegt dat ik nog steeds die maat heb. Maar het is niet zo. Hier kom ik nog op terug.
Mijn vriendin weet dat ik het heel erg vind om een spijkerbroek te moeten kopen, dus verzint ze iedere keer trucjes om mij naar de jeansshop te lokken. “Ik heb een verrassing voor je”, zegt ze dan. Dan ‘lokt’ ze me mee naar de Hoofdstraat en ik speel het spelletje mee. “Goh, wat is die verrassing dan?”, vraag ik. “Dát zul je wel zien…”, zegt ze dan standaard.
Als we de slijterij op de Brinklaan voorbij lopen, weet ik al genoeg: ik krijg een nieuwe spijkerbroek van haar.
Mijn vriendin zoekt voor mij de spijkerbroekenboer uit waar de muziek in de zaak het minst hard staat. Ze beseft maar al te goed dat ze met een ouwe lul samenwoont.
“Kan ik u helpen, of..?”, vraagt een meisje met een blote buik en een navelpiercing aan mij.
“Ja, je kunt mij helpen!, antwoord ik de ongeveer 16-jarige bakvis. “Een spijkerbroek. Maat 32-36 of maat 34-36, maar pak ook maar een maatje 36-36 en 36-34. Voor het geval dat… Donkerblauw graag en een broek die niet heel laag op de heupen hangt, want dat voelt niet lekker.”
Het meisje komt nog geen minuut later terug met een stapeltje broeken. Ik ga het pashokje in en trek mijn broek uit.
“Jezus!”, zegt mijn vriendin. “heb je weer die stomme sokken aan?” Ik knik geërgerd.
Ik hijs mij in de eerste broek die ze me aangeeft. Hij zit te strak. Ook is de broek te lang. “Hoe kan dat nou?”, roep ik. “Dit is een lengtemaat 36. Ik ben toch niet gekrompen?” De verkoopster hoort mij. Ze brabbelt op afstand: “Meneer: de 36 inch van vroeger is niet meer de 36 inch van tegenwoordig hoor! Het is langer geworden!”
Ik snauw tegen mijn vriendin dat ik er geen moer van begrijp. “36 inch is toch 36 inch?” Wat een gelul zeg. Alsof een meter in 1990 langer was dan in 2015….”
Mijn vriendin legt haar wijsvinger op haar mond en fluistert: “doe normaal!”
“Mevrouw!”, roep ik. “deze broek is beschadigd!” Ik wijs haar naar een rafelige plek aan de linker bovenkant van de te strakke broek. “Gewoon kapot, stuk, versleten, weeffoutje…!”.
“Maar meneer”, roept ze. “Dat is een ripped-jeans Dat hoort zo, dat is er in de fabriek ingemaakt
Ik begrijp dat ik er niet tegenin moet gaan. Mijn vriendin sist en passant: “Had je niet een normale onderbroek kunnen aantrekken?”
Ik voel dat ik snel weg moet. Ik pas alle andere broeken en geen ervan voelt lekker. De laatste die ik pas zit relatief redelijk. Mijn vriendin fluistert dat mijn piemel erg zichtbaar is, maar dat mijn kont er goed in uitkomt. Ik loop met die broek het pashokje uit. “En?”, vraagt het pubermeisje. Ik zeg: “wat vind je er zélf van? Gewoon eerlijk zeggen! Stel dat ik jouw vader was, had je mij dan in deze broek laten lopen? Vind je ook dat mijn piemel er in zichtbaar is? Nou?”
Het meisje glimlacht en zegt: “Hahaha! U bent mijn vader niet… maar stel dat… eh eh … ik vind het een mooie broek. En dat voor maar € 110!”
“Honderdentien Euro?” roep ik. “Daar moet jij minstens vier zaterdagen voor werken!”, schreeuw ik naar de jongedame. Ik zie dat mijn vriendin klein wordt en ik voel dat ze het liefst eventjes van de aardbodem zou willen verdwijnen.
Het spijkerbroekenverkoopmeisje stottert: “Eh, meneer deze broek is behoorlijk afgeprijsd. Ik weet het verder ook niet meer!”
Mijn vriendin kijkt me aan met een heel boos gezicht en maakt nee schuddende bewegingen met haar hoofd.
De verkoopster lacht verlegen.
Ik besluit om de broek toch maar te kopen.
Mijn vriendin zegt bij de kassa: “ik betaal wel!” Ik veins dankbaarheid en zeg tegen de verkoopster: “Sorry dat ik wat snauwerig tegen je was…”.
Ze kijkt me heel indringend aan en zegt: “Ach meneer, mijn vader is ook zo’n eigenwijs mannetje, maar wél enorm lief!”

Robber

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?