Stel dat Evert

Zondag 10 maart 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

Stel dat Evert wél met een deugdelijk werkende sluitspier was geboren, dan hadden we nu geen verhaal gehad om te vertellen. Bij nadere beschouwing ken ik die hele Evert niet. Daarbij heeft iedereen wel eens een lichamelijk ongemak. Ik ook. Zo belangrijk is het allemaal niet, dus kan Evert wat mij betreft de pot op.
Nee, ik wilde het eens hebben over mijzelf. Lang niet gedaan.

Want hoe gaat het met mij? Niet dat het u wat aangaat, maar uit de vele persoonlijke berichten die ik mag ontvangen, bent u hier met z’n allen zeer nieuwsgierig naar. Verwacht nu niet dat ik u hier het achterste van mijn tong laat zien en volledig uit de doeken ga doen hoe of ik momenteel in het leven sta. Toch zal ik voor mijn trouwe lezers een tipje van de sluier oplichten.

Het gaat goed en het gaat niet goed. Daar heb je het gelazer al. Ja, het gaat goed, want we leven nog. Daarmee is ook alles wel gezegd. Nee, het gaat niet goed, want ik heb geld te kort en ik ben mijn nieuwe werkplek binnenkort zo ongeveer kwijt en ik heb veel te weinig seks en ik drink een weinig te veel en ik word te zwaar en het ontbreekt me aan tijd en inspiratie voor het Waarachtig Schrijven. Dat u het even weet.
Nu weet u nog niets.

Wat u zeker wél moet weten, is dat ik weer eens een nieuw boekje in voorbereiding heb. Wanneer of het af is en of het ooit het levenslicht zal zien in de vorm van een stukje drukwerk met een kaft eromheen en met mijn naam en de titel van het werk erop, is nog maar de vraag. Het kan me niet eens echt veel schelen. Ik heb momenteel belangrijker dingen aan mijn kop. Dat ik geld te kort heb en dat ik mijn nieuwe werkplek binnenkort zo ongeveer kwijt ben en dat ik veel te weinig seks heb en dat ik een weinig te veel drink en dat ik te zwaar word en dat het me aan tijd en inspiratie ontbreekt voor het Waarachtige schrijven, bijvoorbeeld.
Maar goed, ik heb dus een nieuw boekje in voorbereiding. De meeste tekst is inmiddels af en die tekst had ik voorgelegd aan een aantal kundige mensen om mij heen. Ik weet natuurlijk dat wat ik schrijf niet alleen geniaal is en van hoge kwaliteit, maar ook nog eens vermakelijk en zeer succesvol. Toch wil ik ook de mening van anderen horen, want zelfs iemand als ik heeft zo zijn blinde vlekken. Die van mij bevindt zich ergens linksachter. Ik laat mijn oogdruk jaarlijks opmeten voor de zekerheid. Mijn grootvader van mijn vaders kant was aan het eind van zijn leven zo blind als een mol, vanwege de Glaucoom. Het zit dus in de familie, vandaar dat ik alert moet zijn. Dat ben ik dan ook.

Dat boekje dus, daar liet ik een paar goede lui naar kijken. Zo ook iemand die ik hier maar even Johan zal noemen. In het echt heet hij heel anders; ik ben in mijn schrijfwerk overgestapt op fictie. Johan las het manuscript van mijn boekje en hij meldde mij onder andere: ‘Daar is weer een beschrijving van straten waar je door fietst. Je doet dit vaker, die fietsroutes beschrijven. Ik merk dat ik ze grotendeels negeer. En eerlijk gezegd dacht ik: pfff daar is het weer. Het komt wel erg vaak terug in je oeuvre. Je gebruikt al erg veel herhaling. Je moet oppassen dat je dat niet te ver door drijft. Verdient aandacht.’
Ook Johan kan wat mij betreft de pot op.
Ik was weer eens onderweg naar wat we inmiddels de nieuwe oude nieuwe werkplek kunnen noemen. Snapt u het? Ikzelf kan het nauwelijks bevatten, dus ik neem u helegaar niets kwalijk.

Eerste terzijde
‘Helegaar’, dat vind best een mooi woord. Ik ken mensen die ik halve garen zou willen noemen en dat is niet al te best, maar het woord ‘helegaar’ bezig ik maar al te graag.
Als u vindt dat ik afdwaal, dan moet u het zeggen, hoor.
Einde van dit eerste terzijde

Ik heb een nieuwe werkplek. Al bijna vier jaar. Daarvoor had ik ook al een nieuwe werkplek, dus die werd vier jaar geleden de oude nieuwe werkplek. Mijn huidige nieuwe werkplek raak ik binnenkort misschien wel kwijt. Iets met dat mijn baas ervandoor gaat. Dus krijg ik waarschijnlijk weer een nieuwe werkplek en mogen we mijn huidige nieuwe werkplek voortaan de nieuwe oude nieuwe werkplek noemen. Zo zit dat dus.

Onderweg naar de huidige nieuwe werkplek rijd ik door woonwijken, onder het spoor door, langs weilanden en ook door een groot park. Vooral ’s morgens vroeg is het heerlijk in het park. Ik geniet van de rust en het groen en van het water en de vogels en het bruggetje.
Ik kwam aangereden en wilde het bruggetje op. Dat ging bijna niet. Er liep een mevrouw met drie honden om haar heen voor mij uit. Ze hoorde mij niet en liet de honden gewoon breeduit over het bruggetje lopen. Kijk toch uit, mens. Ga opzij met je pokkenhonden. Zou ik bellen? Dat kon ik doen, maar dan schrok ze misschien. Wacht, een van de honden liet wat ruimte over. Ik reed langs haar heen.
‘O sorry,’ zei de mevrouw en ze trok haar golden retriever naar zich toe. Toen hoorde ik: ‘Hé Bas!’
Ik keek. Het was Anna. ‘Goedemorgen!’ lachte ik.

Tweede terzijde
‘Ah, niet weer over meisjes en vrouwen, hè!’ riep De Zoon uit, toen ik vorige week iets uit het in voorbereiding zijnde boekje voorlas aan de eettafel. Ik sloeg het manuscript dicht en mepte De Zoon ermee fiks tegen zijn kanis. Het is in alle opzichten een nuttig boek!
Einde van dit tweede terzijde

Want Anna (zucht), dat vind ik nou een leuke en mooie vrouw. Lang niet zo leuk en mooi als De Vrouw met wie ik nu al bijna vijfentwintig jaren samen ben, maar ik heb in mijn boekenkast ook meer dan een enkel boek en draai ook meer dan een enkele cd. Toch heb ik zo mijn favoriete boeken en cd’s. Het is lastig om mijn allerliefste boek of cd te benoemen en dus waag ik mij daar niet aan. De Vrouw is wel de liefste en mooiste Vrouw die ik in huis heb. (En de enige.)
Ik reed verder.

Derde terzijde
U kunt de pot op, dus vergeet dat derde terzijde.
Einde van dit derde terzijde

Even later had ik het park weer verlaten en reed ik langs het winkelcentrum. Aan een lantarenpaal hing een bord met daarop een grote poster, voorzien van tekst die ter beschikking was gesteld door SIRE. ‘Ik gebruik Tolerantie in het verkeer,’ las ik.
‘O,’ dacht ik. ‘Ik gebruik liever de verkeersregels en mijn gezond verstand.’
Nu was het niet ver meer naar mijn huidige nieuwe werkplek. Ik reed het terrein op, parkeerde mijn fiets in de stalling en ging mijn kantoor binnen. Daar trok ik mijn jas uit. Vervolgens liep ik naar het toilet.
Dat ik het zo lang had weten op te houden, was iets waar Evert met zijn disfunctionerende sluitspier jaloers op zou zijn.


Apeldoorn, februari 2013

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?