STOER doen
Door Gerrit Steenbergen

Apeldoorn heeft grote woningbouwambities. Jaarlijks moeten er 1.200 woningen bijkomen om de groei naar 180.000 inwoners op te vangen. Maar tussen het maken van plannen en het daadwerkelijk bouwen van woningen zit nogal wat tijd. En juist daar wil Apeldoorn iets aan doen. In het Ketelhuis van de Nettenfabriek presenteerde de gemeente onlangs het boekje Hoe STOER is Apeldoorn?, opgesteld door Fakton Consultancy. STOER staat voor Schrappen, Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving. Het landelijke initiatief moet helpen de woningbouw te versnellen door overbodige regels en procedures aan te pakken.
Wethouder Myrthe Kuiper schetste de opgave. Apeldoorn werkt aan grote woningbouwlocaties in de binnenstad, spoorzone en kanaalzone, maar ook aan ontwikkelingen aan de zuidkant en in bestaande wijken en dorpen. Alleen al in de binnenstad gaat het om zesduizend woningen. De ambitie is om de tijd tussen het eerste plan en de start van de bouw terug te brengen tot maximaal vier jaar.
Waar zit de vertraging?
Isabel van der Geer van het ministerie van Binnenlandse Zaken vertelde over de landelijke aanpak. Er liggen inmiddels meer dan 150 aanbevelingen om woningbouw te versnellen. Het probleem zit vooral in de opeenstapeling van regels. Afzonderlijk zijn ze vaak goed te verdedigen, maar samen kunnen ze de besluitvorming behoorlijk verlammen. Ook tijdens het panelgesprek kwam de vraag naar voren waar de grootste vertraging ontstaat. Opvallend genoeg niet op de bouwplaats. Als eenmaal duidelijk is wat er gebouwd moet worden, kan de bouw relatief snel verlopen. De meeste tijd gaat verloren in de voorfase, tussen het eerste initiatief en het uiteindelijke omgevingsplan. Steeds opnieuw worden plannen aangepast en discussies gevoerd. Gebiedsgerichte afspraken en standaardisering zouden kunnen helpen. Niet ieder project hoeft opnieuw het wiel uit te vinden. Standaardwoningtypen en gestroomlijnde procedures kunnen veel tijd en capaciteit besparen.
En dan de praktijk
Na afloop heb ik het boekje nog eens rustig doorgelezen. Het interessantste deel van de middag was eerlijk gezegd de borrel. Daar werd met wat minder meel in de mond gesproken over de rol van de overheid en de woningbouwpraktijk. Wat mij opviel, was het gebrek aan urgentie. De woningbouwopgave is enorm, maar de bijeenkomst kabbelde vrolijk voort. Het landelijke advies ligt er sinds 2024. Inmiddels zijn we twee jaar verder en het Rijk denkt nog na over welke aanbevelingen het eerst moeten worden aangepakt. Daar hoeft Apeldoorn niet op te wachten. Zelfs over de aantallen bestaat onduidelijkheid. In de inleiding van de wethouder werd gesproken over 6.000 woningen in het betreffende gebied, terwijl het boekje 7.000 noemt. Als we het over de omvang van de opgave al niet eens zijn, hoe houden we dan de voortgang bij? Ook de positie van woningcorporaties verdient meer aandacht. In het debat worden ze nogal gemakkelijk op één hoop gegooid met commerciële marktpartijen. Dat is een wezenlijk verschil. Corporaties zijn maatschappelijke instellingen zonder winstoogmerk en hebben een langetermijnverantwoordelijkheid voor de volkshuisvesting. Ze moeten ongeveer een derde van de woningproductie realiseren, maar krijgen in het boekje opvallend weinig aandacht. Juist corporaties kunnen voor continuïteit zorgen. Commerciële ontwikkelaars kunnen bij economische tegenwind projecten uitstellen of schrappen. Corporaties hebben een andere positie en zijn belangrijke partners voor een stabiele woningbouwproductie.
Drie jaar geen nieuwe lokale eisen
Wanneer je jaar op jaar je productiedoelen niet haalt, deugt het productieproces niet. STOERe praat gaat dat niet oplossen. Als Apeldoorn werkelijk werk wil maken van STOER, zou ik een stap verder willen gaan. Bevries alle aanvullende lokale volkshuisvestelijke en woningbouweisen voor minimaal drie jaar. Gebruik die periode om te standaardiseren, procedures te vereenvoudigen en ambtelijke capaciteit vrij te maken voor het realiseren van woningen. Dat betekent niet dat kwaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid er niet meer toe doen. Wel moeten we ons afvragen welke eisen noodzakelijk zijn en welke vooral voortkomen uit de wens om ieder project bijzonder te maken. Hiermee kunnen we ook industriële woningbouw meer ruimte geven. De meeste mensen die op een woning wachten, zitten niet te wachten op een architectonisch hoogstandje. Ze willen gewoon een goede, betaalbare woning. Een Renault 5 of Opel Corsa, om het maar eens huiselijk te zeggen. Daarnaast zou een aparte taskforce voor versnelling van woningbouw door corporaties kunnen helpen en deze productie zoveel mogelijk loskoppelen van projecten door marktpartijen. Zo ontstaat een steviger fundament onder de woningbouwproductie, ook wanneer de commerciële markt tegenzit.
Apeldoorn heeft inmiddels genoeg plannen, rapporten en goede voornemens. Het wordt tijd om de eigen regels en gewoontes daadwerkelijk ter discussie te stellen. Want STOER zijn is niet hetzelfde als STOER doen. Het vraagt om keuzes, ook als die betekenen dat we ambities en wensen tijdelijk opzij moeten zetten. Uiteindelijk telt maar één resultaat: dat er jaarlijks 1.200 woningen bijkomen. De rest is bijzaak.

