Vosselmanstraat bloedlinke racebaan

Vrijdag 19 augustus 2016

Door David Levie

Het mag dan al weer een paar weken geleden zijn, Liesbeth Rommers heeft nog altijd moeite om over het incident op donderdagmiddag 4 augustus te praten. ,,Ik had dood kunnen zijn’’, zegt ze geëmotioneerd. ,,Ik stond te trillen op mijn benen, zeker nadat de bestuurder die mij bijna van de sokken reed vier minuten later ijskoud toegaf dat ik daarin gelijk had. Meteen daarna gaf hij voor de tweede keer vol gas.’’

Rommers is een van de vrijwilligers die galerie H10a aan de Vosselmanstraat tegenover CODA draaiende houden. Die middag werd ze om 12.45 uur door haar man met de auto afgezet bij de bushalte tegenover de galerie. Voordat ze overstak keek ze eerst richting Nieuwstraat waar een auto met normale snelheid in haar richting reed. Ze keek vervolgens naar rechts en maakte aanstalten om over te steken. Ze zetten haar eerste passen op de straat en ineens gaf de naderende auto ter hoogte van de bibliotheek vol gas. Paniek maakte zich van Rommers meester. Mede doordat de bestuurder van een zwarte Volkswagen Polo vervaarlijk dicht de verhoogde stoeprand van de bushalte naderde. Struikelend wist ze het vege lijf te redden. Ze hapte naar adem, riep om hulp waarna een collega van de galerie zich over haar ontfermde en haar binnen een glas water gaf. ,,Ik was helemaal van de kaart’’, blikt Rommers terug. ,,Van de spanning moest ik over mijn nek. Mijn collega had nog even contact met ooggetuigen die op de bus stonden te wachten. En daar kwam ineens de Polo weer aanrijden en die stopte hier voor de deur van H10a. ,,Ik had wel dood kunnen zijn’’, riep ik naar een ooggetuige die op de bus stond te wachten. ,,De man in de auto deed het raam open, en zei lachend: dat had je zeker. En weg was hij. Ik was te verbaasd en verslagen om op het nummerbord van de auto te letten.’’

Ze beschrijft het uiterlijk van de wegpiraat. Een getinte man, zwart haar, een rond gezicht en niet al te groot van postuur. Nee, aangifte heeft ze niet nog gedaan. ,,Ik zit nog te vol met emotie’’, verontschuldigt ze zich.

Vorige maand was ze al eerder getuige van andere snelheidsduivels die de Vosselmanstraat voor CODA als racebaan gebruiken. Toen ging het om een vijftal brullende quads. De vierwielers met hun dikke banden reden dakpansgewijs naast en deels achter elkaar. Liesbeth Rommers spreekt van scheuren. ,,Het was op 17 juli. Ik weet het nog precies, want we hadden hier in de galerie een opening van een nieuwe expositie. Ik heb toen nog een kind van de stoep getrokken en naar binnen gehaald. Veel te gevaarlijk buiten. Je weet niet wat je hier meemaakt. Vooral op zondag als het mooi weer is. Zeker, er is af en toe politie. Maar wat doen ze? Ik denk dat er eerst doden moeten vallen willen ze dit probleem echt serieus nemen.’’

,,We nemen het heel serieus’’, zegt wijkagent Jan van Asselt, die met zijn collega’s regelmatig controleert. ,,We laten ons zien. Dat doen we vaker dan in het verleden. Er is onder leiding van de gemeente waarbij ook een verkeersdeskundige  aanwezig was overleg geweest tussen buurtbewoners, het buurtcomité, de politie en ondernemers.’’ Volgens Van Asselt zijn er metingen geweest die geen spectaculaire uitkomst aangaven (gemiddelde snelheid 33 kilometer per uur) en zijn er ook bekeuringen uitgedeeld. Hij geeft toe dat er op zonnige zondagen wanneer er ook een aanzienlijk aantal motorrijders knallend voorbijschiet nog geen controles hebben plaats gehad.

Maar ook buiten het weekend proberen cabrioletjes en andere strakke auto’s snelheidsrecords te breken, weten vaste bezoekers van het terras van het Stadscafé op de hoek van de Nieuwstraat en de Vosselmanstraat.  ,,Dat begint al zodra ze de uit de Asselsestraat de Nieuwstraat opkomen. En als er soft drugs bij de koffieshop zijn gehaald.’’ Een van hen (nee, geen namen alsjeblieft) is van mening dat een deel van het probleem is opgelost als coffeeshop de Waterpijp zou verdwijnen. ,,Ik ben hier bijna dagelijks. De auto wordt zo op de stoep voor de deur geparkeerd. Ik heb nog nooit een agent een bekeuring zien geven. En vaak scheuren ze vervolgens weg. De Vosselmanstraat in. Op het terras kun je elkaar dan niet meer verstaan.’’

Horeca-ondernemer Alger van Veldhuizen heeft al vaker aan de bel getrokken als het om verkeersovertreders gaat. Zo kreeg hij het als eigenaar van Het Nieuws van Apeldoorn voor elkaar dat er aan het begin van de Asselsestraat een zebrapad werd aangelegd. ,,Dat heeft enorm geholpen.’’ Voor de Vosselmanstraat denkt hij aan een flitspaal. ,,Die betaalt zich op een gegeven moment vanzelf.’’

Van Veldhuizen, die ook eigenaar is van het Stadscafé,  is net als zijn overbuurman van coffeeshop De Waterpijp betrokken bij het overleg over de verkeerssituatie in hartje stad. ,,Het is heel complex allemaal. Het Leienplein is veel drukker geworden dan voorheen. Er is veel verkeer. Te veel wellicht. Het merendeel gedraagt zich zoals het moet, maar je hebt er altijd gasten bij met machogedrag die zich zo nodig moeten bewijzen. En daar hebben we last van ja. Het is mij te kort door de bocht om alleen naar de Waterpijp te wijzen. Maar dat er wat moet gebeuren is duidelijk. En dat zeg ik niet uit een commercieel belang. Bij mooi weer komen de mensen toch wel naar het terras. Maar het gaat om mij om hun veiligheid. Die is in het geding. Echt, een flitsplaat lijkt mij een deel van de oplossing. Daarnaast werken regelmatige politiecontroles positief op het rijgedrag. Ik weet dat er onlangs eentje is bekeurd en 370 euro voor een snelheidsovertreding kon betalen. Met dat soort bedragen pas je wel op om te gaan scheuren.’’

J.Na vertolkt de gevoelens van de meeste bewoners van de Canadian Club. ,,Er wordt soms zo hard gereden dat het een keer helemaal mis moet gaan. Je kunt erop wachten. De vraag is alleen wanneer.’’

Liesbeth Rommers is het daar helemaal mee eens. ,,Laatst was de politie duidelijk aanwezig. Maar ze waren nog niet weg, of het was al weer prijs. Het blijft hier bloedlink.’’

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?