Warme maaltijden, droge sokken en tijd: hoe de Pauluskerk daklozen opvangt in Apeldoorn
Door Gerrit Steenbergen

Op een koude woensdagochtend staat een medewerker van de Pauluskerk met haar telefoon op een parkeerplaats bij het voormalige Centraal Beheer-gebouw. Ze kijkt naar de weerapp: blijft de gevoelstemperatuur onder de twee graden? Want dat is de drempel waarop de noodopvang in Apeldoorn haar deuren opent. Voor wie op straat leeft, is het weer geen gespreksonderwerp. Het is een kwestie van overleven. We gaan in gesprek met Christine, Alette en Annemieke van Stichting Pauluskerk Apeldoorn — het vangnet voor wie buiten het systeem valt.
“Wij ondersteunen niet alleen mensen die dakloos zijn,” zegt Alette, als maatschappelijk werker een van de twee vaste medewerkers van de stichting. Naast haar zit Christine, een straathoekwerker en Annemieke, bestuurslid. Straatpastor Wieger is ook aan de stichting verbonden en neemt net afscheid aan het einde van de ochtendinloop richting een andere afspraak. Samen vormen zij het kloppende hart van een organisatie die buiten de gebaande paden van overheidsregels om mensen opvangt. “Wij ondersteunen dak- en thuisloze mensen, maar ook mensen zonder sociaal vangnet. Mensen die overal tussen vallen.”
Waar de overheid stopt, beginnen zij
De winter van 2026 was uitzonderlijk streng. Vanaf de kerst lag de gevoelstemperatuur volgens buienradar onder de twee graden – een drempel die de gemeente Apeldoorn heeft afgesproken wanneer de noodopvang open gaat. Eerst was die ondergebracht aan de Blekersweg, later in de Oude Ambachtschool aan de Molenstraat. Maar die opvang is slechts een tijdelijk lapmiddel. ’s Avonds om negen uur mogen mensen naar binnen, maar om halfnegen ’s ochtends moeten ze er weer uit zijn. Na het ontbijt wacht opnieuw de koude straat.
Elke ochtend staat het team van de Pauluskerk met een bus klaar op de parkeerplaats bij het voormalige Centraal Beheer-gebouw. Daar delen ze ontbijt uit, zorgen ze voor schone kleding, bieden ze wondzorg, maar bovenal geven ze aandacht. “We laten iemand eerst rustig eten,” vertelt de maatschappelijk werker. “En we laten zien dat iedereen bij ons welkom is.”
De hulp wordt niet alleen gegeven door de stichting Pauluskerk. Apeldoorn kent inmiddels een fijnmazig netwerk van organisaties die ervoor zorgen dat er geen dag voorbijgaat zonder dat er ergens een warme maaltijd klaarstaat. Maandag is er Sant’Egidio van de katholieke Mariakerk, dinsdag Street Level van het Leger des Heils op het Marktplein, woensdag de Pauluskerk, donderdag de Herberg, vrijdag de soepfiets van de Mariakerk, en in het weekend is het opnieuw de Pauluskerk die de maaltijden verzorgt. “Die samenwerking is heel mooi, zo zorgen deze organisaties er samen voor dat er in Apeldoorn elke dag eten is voor wie op straat leeft,” zegt bestuurslid Annemieke. Het is eenvoudig, doelgericht en effectief – precies wat het systeem vaak niet is.
De stille ellende achter de voordeur
Wat veel mensen niet beseffen: niet iedereen die dakloos is, slaapt op straat. Sommigen verkeren in uiterst kwetsbare woonsituaties – tijdelijk op de bank bij iemand, of in een woning die ieder moment kan instorten. “Wanneer wij zeggen dat iemand kwetsbaar woont, dan is dat iemand die probeert alle ballen hoog te houden, maar er eigenlijk niet uitkomt,” legt de maatschappelijk werker uit. “Grote schulden, grote psychische kwetsbaarheid, en een woonhistorie die al vaker is misgegaan.”
De problemen zijn veelzijdig en complex. Schulden die zo hoog oplopen dat mensen in de criminaliteit belanden. Verslaving – een groeiend probleem. “Er zijn veel meer mensen met een verslaving dan vijf of tien jaar geleden,” zegt ze. “Harddrugs, heroïne-achtige middelen, alcohol. Maar er zijn ook daklozen zonder verslaving. Sommigen verzamelen de hele dag blikjes om hun eigenwaarde te behouden en zelf in wat inkomen te voorzien.”
We zien dat er bijna altijd meer speelt. Bijvoorbeeld als iemand uit hun woning wordt gezet omdat ze verdacht worden van het faciliteren van prostitutie. “Natuurlijk wil je geen prostitutie bij de buurman in je appartementencomplex. Maar het is een gevolg van iets,” zegt de maatschappelijk werker. “Waar komt dat vandaan? Doordat iemand nooit een vangnet had, waardoor die geïsoleerd raakte. En bijvoorbeeld een gokverslaving heeft en schulden steeds hoger oplopen. Als je diep in de problemen zit, kan je huis beschikbaar stellen voor prostitutie een uitweg lijken. Met dan vaak dakloosheid tot gevolg.”
Stap voor stap, zonder dwang
Wat de Pauluskerk onderscheidt van veel andere hulpverlening, is één woord: vertrouwen. “Heel veel mensen hebben een hele geschiedenis met hulpverleners,” zegt de maatschappelijk werker. “En als je niets meer hebt, kun je nog een beetje zelf de regie voeren over wat je kiest. Als een ander dat ook nog van je afneemt, ben je helemaal weg.”
Daarom werken ze zonder afspraken. Geen verwachtingen, geen teleurstellingen. Geen formulieren, geen behandelplannen. Alleen de vraag: wat heb jij nodig? “Stel, iemand vraagt om droge kleren. Dan regelen we dat eerst. Ook al denken wij misschien dat die persoon zich ook zou moeten wassen. Maar als diegene dat niet vraagt, doen we het niet.”
Het gaat in kleine stapjes. Een setje ondergoed. Schone sokken. Misschien later een gesprek over registratie bij de gemeente – want wie dakloos is, staat vaak niet meer in het systeem. Geen inkomsten, geen zorgverzekering, geen post. “Dat heeft enorme consequenties,” zegt ze.
Maar het gaat ook om iets diepers. “Mensen moeten hulp willen en aanvaarden,” zegt de straathoekwerker. “Het is soms gewoon een vrije val. Omhoog komen, terug eruit – dat is heel moeilijk. Daar zijn stapjes voor nodig. Praktische stappen. Maar het zijn ook de stapjes die iemand zelf moet durven zetten. Die moet opnieuw durven geloven dat dingen goed kunnen gaan.”
Het sociale pension dat niet bestaat
Wat de Pauluskerk Apeldoorn graag zou willen realiseren, is een sociaal pension: beschermd wonen waar mensen een eigen kamer hebben – hun naam op de deur – waar ze welkom zijn, wat ze ook doen. Geen therapeutische eisen, geen afkickprogramma’s. Gewoon: een bed, een wastafel, een plek die van jou is.
“Het is gewoon sober en doelmatig,” zegt de straathoekwerker. “Tien vierkante meter of zo. Een fatsoenlijk bed. En daar mag je zijn. Je mag ook een paar dagen wegblijven. Maar dat is jouw plek.”
Waarom bestaat dit niet? “Omdat het niet past binnen de gekaderde zorg,” zegt de maatschappelijk werker. “Zodra het in zorgprocessen moet passen van de overheid, wordt het heel ingewikkeld. Dan komen er afspraken waaraan iemand moet voldoen, indicaties, formulieren enzovoort. Dat werkt niet. Dan wordt dit niet gerealiseerd.”
De ironie is groot: een bed in een reguliere instelling, met therapie, behandeling etc kost al snel 1500 euro per dag. Een sociaal pension zou een fractie daarvan kosten. Maar het past niet in het systeem. En dus blijven mensen op straat.
Hoe het wordt gefinancierd
De Pauluskerk draait op giften. Van kerken, burgers, ondernemers. “We zijn heel blij dat we twee medewerkers in vaste dienst hebben,” zegt bestuurslid Annemieke. “Dat zorgt ervoor dat we gekwalificeerde mensen hebben. En we kunnen hen een fatsoenlijk salaris betalen.”
Veel verschillende kerken steunen het initiatief, omdat het effectiever is dan zelf iets op te zetten. Individuen geven maandelijks tien, twintig, dertig euro – net als bijvoorbeeld bij het Wereld Natuur Fonds. En daarin zit ook een antwoord op het dilemma van de voorbijganger die op straat om geld gevraagd wordt. “Ons antwoord is dan: steun ons,” zegt het bestuurslid. “Dan kun je veel effectiever zijn. Omdat het gestructureerd is en we de mensen die in Apeldoorn op straat leven vaak kennen, kunnen we veel gerichter helpen.”
Het team heeft ook zestig vrijwilligers. Niet iedereen heeft een zorgachtergrond. “Je hebt niet heel veel nodig om aan te sluiten,” zegt de maatschappelijk werker. “Er zijn heel veel mensen zonder zorgachtergrond. Maar die kunnen gewoon heel goed helpen bij de voedselvoorziening.”
De naam en de missie
Stichting Pauluskerk Apeldoorn is genoemd naar de Pauluskerk in Rotterdam – een merknaam voor wat ze doen. We hebben netjes gevraagd of ze die naam mochten gebruiken, want officieel zijn ze niet aan elkaar verbonden. “We willen vooral laten zien dat we anders zijn dan wat de overheid doet,” zegt de maatschappelijk werker. “En anders dan wat de zorginstellingen doen die betaald worden door de overheid. Dit is het vangnet als je erbuiten valt.”
Niet iedereen in het team is religieus gemotiveerd en dat is ook geen punt. Maar iedereen gelooft in één ding: “Een mens is nooit afgeschreven. Hier ben je onvoorwaardelijk welkom.” Dat is hun statement. Dat is hun kerk van de straat.
Wat nu?
De komende periode willen ze stabiliseren wat ze hebben. Een eigen pand voor dagopvang zou ideaal zijn – maar dat brengt ook weerstand met zich mee. “Wat je heel snel krijgt, is dat mensen in de omgeving zich zorgen maken,” zegt de maatschappelijk werker. “En dat snappen we ook. Maar soms gaan mensen ook al best snel klagen zonder dat er echt een probleem ontstaan is, en wordt handhaving ingeschakeld, en is alles eng en onveilig. Dan is iemand die er onverzorgd uitziet of een blikje bier vast heeft op straat direct een probleem. Terwijl je ook kunt zeggen: laten we er eerlijk over zijn dat deze mensen er zijn in onze maatschappij. Wat is de meest effectieve manier om er voor hen te zijn? Je kunt ook eens beginnen met een praatje maken. We hopen dat als mensen ons zien als we maaltijden uitdelen dat ze eerst eens de vragen stellen waar ze mee zitten.
Meer weten over het werk van Stichting Pauluskerk Apeldoorn of overwegen te doneren? Kijk op pauluskerk-apeldoorn.nl.
