Wat is er mis met…hysterie in de wasstraat?

Maandag 14 juni 2010

Door Judith Velthuizen

Mijn auto krijgt niet de royal treatment die het trouwe beestje misschien wel verdient.  Zelf aan de slag met emmers, sopjes en sponzen? Wat een gedoe. Mijn zwarte bolide wordt gewoon af en toe door een der Apeldoornse wasstraten gejaagd. Hoewel dat laatste woord de werkelijkheid niet helemaal benadert.

Ik moet iets bekennen. Ik ben bang voor de wasstraat. Sterker nog, ik vind de wasstraat doodgriezelig. Ik heb lang getwijfeld of het verstandig is om deze informatie met u te delen. Het doet mijn reputatie als stoere, zelfstandige vrouw beslist geen goed, dat begrijp ik ook wel. Maar uitkomen voor je angst schijnt louterend te werken, dus vooruit met de wasgeit.

Afgelopen zaterdag was het zover. Ik kon er niet langer omheen. Mijn auto was zo vies, dat ik me niet langer zonder gêne op straat durfde te vertonen. Dus nam ik puberzoon mee voor de broodnodige mentale ondersteuning en veinsde ik een zekere flinkheid. God zegene de greep.  De vriendelijke jongen van de carwash stond ons reeds op te wachten. Alsof hij daar al jaren stond, wachtend op ons.

Als rechtgeaarde weegschaal heb ik wat moeite met kiezen. Zelfs de keuze van een wasprogramma voor mijn auto vind ik pittig. Dus vraag ik elke keer om uitleg. En advies. Om het vervolgens prettig te vinden om gezamenlijk de pro’s en con’s nog even door te nemen. Een lichte irritatie maakte zich van de wasjongen meester. Ik zag het aan hem.  Terwijl het belangrijkste nog moest komen: de Uitleg. Die ik al minstens honderd keer had gekregen, maar die ik mij ook deze keer niet door de neus liet boren. Gewoon. Voor alle zekerheid.

“Wasjongen?”, begon ik met mijn liefste stemmetje. Je moet jezelf een beetje klein maken in dit soort situaties, daar groeien mannen van.  Dan zijn ze opeens te allen tijden bereid om hulpeloze vrouwtjes te redden.  Maar de wasjongen was niet van het reddende soort. Die wilde in hoog tempo auto’s poetsen en geld verdienen. Waar op zich ook iets voor te zeggen is.

Nadat hij me voor de derde keer had uitgelegd wat ik wel en vooral niet moest doen, was zijn geduld op. Mijn zoon zat ondertussen met een rood hoofd naast me. Stoïcijns naar buiten kijkend, om goed te laten merken dat hij met dit alles niets van doen had.

Zelfs ik voelde nu op beide klompjes aan, dat ik de wasjongen niet langer van zijn werk moest houden. Gedwee reed ik richting wasstraat. Om met mijn ogen dicht, zweet in mijn handen en schietgebedjes prevelend de eindstreep te bereiken. Toegeroepen door grote zoon dat ik in godsnaam van stuur, rem, gas en koppeling af moest blijven.

Moraal van het verhaal  lieve mensen; mocht u ooit een klein, zwart en vooral heel vies autootje door Apeldoorn zien rijden; oordeel niet te snel. Niet alles is zo eenvoudig als het lijkt.

Foto: Peter Vroon

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?