Waarom de onrust over asielzoekers zelden alleen over asielzoekers gaat

Maandag 18 mei 2026

Door Ben Brown

Mariëtte Kranenburg

Sommige samenlevingen begrepen eeuwen geleden al iets waar moderne democratieën vandaag mee worstelen: hoe voorkom je dat maatschappelijke spanningen ontsporen?

Bij het Dogon-volk in Mali bouwde men eeuwen geleden zogenoemde Toguna’s: ontmoetingsplaatsen waar conflicten werden besproken. Opvallend detail: het dak was expres zo laag gebouwd dat niemand tijdens een verhitte discussie plots kon opspringen van woede. De architectuur zelf dwong mensen te blijven zitten, te luisteren en door te praten.

Misschien zit daar een les in voor het huidige debat over asielopvang in Apeldoorn.

Want wie de protesten tegen de komst van asielzoekers uitsluitend ziet als een discussie over migratie, begrijpt volgens mij maar een deel van wat er werkelijk aan de hand is.

Meer dan alleen migratie

Natuurlijk spelen zorgen over woningen, veiligheid en voorzieningen een rol. Natuurlijk mogen inwoners kritisch zijn op besluiten van bestuurders. Dat hoort bij een democratie. Maar onder de boosheid die we vandaag op veel plekken in Nederland zien, ligt iets diepers verscholen: maatschappelijk onbehagen.

Steeds meer mensen ervaren dat hun grip op de samenleving afneemt. Niet alleen financieel, maar vooral sociaal. Nederland is rijker geworden, comfortabeler misschien ook, maar tegelijk voelen veel mensen zich minder verbonden dan vroeger. Families leven verspreid, buurthuizen verdwijnen, kerken lopen leeg en vaste gemeenschappen lossen langzaam op. De moderne burger staat er steeds vaker alleen voor.

Het ontbreken van een gezamenlijke ruimte

Wat ontbreekt in veel van het huidige debat, is precies zo’n “lage ruimte” als de Toguna: een plek waar mensen hun zorgen kunnen uitspreken zonder direct weggezet te worden als racist of xenofoob, maar waar tegelijk ook grenzen worden gesteld aan angst, ophitsing en simplistische schuldigen.

Te vaak voeren we het gesprek vandaag staand tegenover elkaar, in plaats van zittend met elkaar.

De zoektocht naar een zondebok

De Frans-Amerikaanse denker René Girard beschreef ooit hoe samenlevingen in tijden van spanning de neiging krijgen een zondebok aan te wijzen. Wanneer mensen voelen dat er iets misgaat, maar niet precies weten waar het probleem begint, ontstaat de behoefte om de onrust ergens op te richten. Op een groep. Op een herkenbaar symbool van alles wat schuurt.

Historisch gezien vervult de vreemdeling vaak die rol.

Dat betekent niet dat zorgen over migratie onzin zijn. Dat is juist de fout die een deel van de bestuurlijke en culturele elite jarenlang heeft gemaakt: iedere kritiek wegzetten als domheid of xenofobie. Daarmee vergroot je alleen maar de afstand tussen burger en bestuur.

Maar het omgekeerde is net zo gevaarlijk: doen alsof asielzoekers werkelijk de oorzaak zijn van het diepe maatschappelijke ongemak dat zoveel mensen ervaren.

Het zichtbare scherm

Want de meeste problemen waar Nederlanders dagelijks tegenaan lopen – woningnood, bureaucratie, verlies van vertrouwen en een groeiend gevoel van vervreemding – bestonden al lang vóórdat een opvanglocatie in hun buurt werd aangekondigd.

Asielzoekers zijn in veel gevallen niet de bron van het onbehagen, maar het zichtbare scherm waarop dat onbehagen wordt geprojecteerd.

Dat mechanisme zie je telkens terug. Mensen voelen zich vergeten door de overheid, onzeker over hun toekomst en vervreemd van hun omgeving. Vervolgens verschijnt er een groep nieuwkomers die – in de ogen van sommigen – wél aandacht, opvang en ondersteuning krijgt. Dan ontstaat er iets explosiefs: het gevoel dat een ander gezien wordt terwijl jij zelf onzichtbaar bent geworden.

De echte uitdaging

Misschien is de grootste schaarste in Nederland vandaag daarom niet economisch, maar sociaal. Misschien missen mensen uiteindelijk niet alleen betaalbare woningen, maar vooral het gevoel onderdeel te zijn van een gemeenschap die hen kent, ziet en beschermt.

Dat maakt de huidige onrust niet minder serieus, maar wel ingewikkelder dan veel politici en opiniemakers doen voorkomen.

De uitdaging voor Apeldoorn ligt daarom niet alleen in de praktische organisatie van opvanglocaties. De grotere vraag is hoe we opnieuw bouwen aan vertrouwen, verbondenheid en een samenleving waarin mensen zich niet structureel vergeten voelen.

Want zolang dat gevoel blijft bestaan, zal de zoektocht naar een zondebok telkens terugkeren.

En dan gaat het uiteindelijk allang niet meer alleen over asielzoekers.

Meer lezen over stad

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!