Wat bedoelen we eigenlijk met herstel?

Maandag 29 juni 2026

Door Ben Brown

Mariëtte Kranenburg

Het woord herstel hoor je tegenwoordig steeds vaker.

Bij de toeslagenaffaire. Bij het slavernijverleden. Na excuses van de overheid. Telkens klinkt dezelfde belofte: er moet herstel komen. Maar hoe vaker ik het woord hoor, hoe vaker ik mij afvraag: weten we eigenlijk wel wat we bedoelen met herstel?

Die vraag houdt mij bezig. Niet alleen omdat ik betrokken ben bij het maatschappelijk gesprek over het slavernijverleden, maar ook omdat ik eerder werkte aan de hersteloperatie rond de toeslagenaffaire.

Hoewel beide dossiers niet met elkaar te vergelijken zijn, hoorde ik steeds dezelfde behoefte terug. Natuurlijk wilden mensen dat het financiële onrecht werd rechtgezet. Maar minstens zo vaak ging het over iets anders.

Mensen wilden eindelijk worden geloofd.
Ze wilden weer serieus worden genomen.
Ze wilden opnieuw vertrouwen krijgen in de overheid én in zichzelf.

Toen begon ik te beseffen dat herstel misschien helemaal niet begint bij geld.
Het begint bij mensen.

Herstel is meer dan compensatie

Begrijp me niet verkeerd. Financiële compensatie kan noodzakelijk zijn. Zonder financiële rechtzetting blijft onrecht vaak bestaan. Maar geld alleen herstelt geen beschadigd vertrouwen, geen zelfvertrouwen, geen gemiste kansen en geen verbroken relaties. Werkelijk herstel vraagt om meer.

Om erkenning.
Om onderwijs.
Om gezondheid.
Om economische weerbaarheid.
Om perspectief.

Gaandeweg ben ik gaan beseffen dat herstel niet alleen juridisch, financieel of maatschappelijk is. Het is óók relationeel. Daarom spreek ik steeds vaker over relationele rechtvaardigheid: het herstellen van vertrouwen tussen mensen, gemeenschappen en overheid. Zonder die basis blijft herstel kwetsbaar. Want wat heb je aan compensatie als iemand zich nog steeds niet gezien voelt? Wat heb je aan excuses als mensen geen perspectief ervaren?

De kwaliteit van een samenleving wordt niet alleen zichtbaar in hoe zij fouten voorkomt, maar vooral in hoe zij herstel organiseert wanneer mensen zijn beschadigd.

Van erkenning naar versterking

Ook in Apeldoorn voeren we steeds vaker gesprekken over het slavernijverleden, inclusie en gelijke kansen. Dat is een goede ontwikkeling. Er wordt herdacht, geleerd en de dialoog wordt gevoerd. Maar misschien is dit ook het moment om de volgende vraag te stellen.

Niet: hoeveel geld geven we uit aan herstel?
Maar: waar worden mensen daadwerkelijk sterker van?

Wat gebeurt er als we investeren in talentontwikkeling, mentorprogramma’s, ondernemerschap, studiebeurzen, gezondheid of leiderschap? Wat als herstel niet alleen gaat over het erkennen van geleden schade, maar ook over het vergroten van toekomstige kansen?

Dan verschuift de aandacht van compensatie naar emancipatie.
En misschien is dát wel de bedoeling van herstel.

Een investering in de toekomst

Er bestaat een Afrikaanse wijsheid die mij al jaren inspireert: It takes a village to raise a child.
Misschien vraagt herstel om een eigentijdse variant.

Er is een gemeenschap nodig om een samenleving te herstellen.

Dat vraagt iets van de overheid. Van maatschappelijke organisaties. Van ondernemers. Van scholen. Maar ook van inwoners zelf. Herstel is geen eindafrekening met het verleden.
Het is een gezamenlijke investering in de toekomst. Want uiteindelijk herstellen we geen dossiers. We herstellen mensen. En wanneer mensen sterker worden, worden gemeenschappen sterker. Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze tijd.

Niet alleen voor het slavernijverleden.
Niet alleen voor de toeslagenaffaire.

Maar voor iedere samenleving die na onrecht opnieuw wil leren vertrouwen.
Misschien begint die toekomst wel gewoon hier.
In Apeldoorn.

Meer lezen over stad

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!