Tussen de Nederlandse Agenda en de Koerdische Theepot

Woensdag 1 juli 2026

Door Bako Sorany

Bako Sorany

“Je bent te laat.”

In Nederland klinkt dat bijna als een oordeel over je karakter, je toekomst én je plaats in de samenleving tegelijk.

Toen ik hier kwam, dacht ik dat een agenda gewoon een handig boekje was om af en toe iets in te zetten.

Inmiddels weet ik beter.

In Nederland is de agenda geen hulpmiddel. Het is een stille baas die je leven niet alleen organiseert, maar ook bewaakt alsof chaos elk moment kan uitbreken.

Tijdens mijn inburgeringscursus leerde ik al snel de belangrijkste regel: op tijd komen is geen advies, maar een morele verplichting met lichte stress en een vleugje schuldgevoel als je ook maar één minuut afwijkt.

De docent zei: “Liever tien minuten te vroeg dan één minuut te laat.”

Dat klonk vriendelijk, maar ook alsof ergens een onzichtbare stopwatch je hele bestaan beoordeelt alsof je een examen aan het doen bent zonder eindtijd.

Ik vroeg me toen af: als iedereen tien minuten te vroeg is… wie is er dan eigenlijk op tijd? Of zitten we gewoon collectief in stilte te wachten tot het leven officieel toestemming geeft om te beginnen?

In Nederland is tijd iets wat je niet hebt, maar wel probeert te temmen. Alsof elk uur een klein dier is dat meteen ontsnapt als je even niet oplet.

Afspraak is afspraak, tijd is geld, en te laat komen is bijna een verstoring van de sociale stabiliteit.

Sommige Nederlanders zeggen: “Wie het eerst komt, het eerst maalt.”

Maar in werkelijkheid voelt het vaker alsof: wie het eerst plant, het leven al heeft vastgezet in een systeem van kleurcodes, meldingen en stille verplichtingen.

En plannen… dat is hier geen activiteit, dat is een architectuur van het dagelijks leven.

Eén agenda is niet genoeg.

Je hebt werk, privé, gezin, sport, en een digitale agenda die zich gedraagt alsof hij je helpt, maar ondertussen je hele bestaan in tijdslots verdeelt.

Ik ken mensen die eerst drie agenda’s moeten synchroniseren voordat ze kunnen beslissen of ze spontaan adem mogen halen.

“Zullen we spontaan koffie doen?”

“Ja kan… maar alleen op 18 augustus tussen 13.20 en 13.47. Daarna ben ik emotioneel bezet.”

Dat is spontaniteit met voorwaarden, bijlagen en een bevestiging per mail.

Misschien bestaat er zelfs een Nederlands spreekwoord:

“Wat niet in de agenda staat, bestaat niet, tenzij het systeem anders beslist.”

Laatst stuurde ik een vriend:
“Heb je morgen tijd voor koffie?”

Zijn antwoord kwam sneller dan mijn twijfel:
“Ja hoor, 17 juli tussen 14.15 en 15.00.”

Ik keek naar mijn telefoon.
Toen naar mijn leven.
Toen weer naar mijn telefoon.

En ergens vroeg ik me af of ik een vriend had, of een zorgvuldig geprogrammeerd tijdslot met menselijke stem.

In Nederland is punctualiteit geen karaktereigenschap, maar een soort collectieve infrastructuur. Alles loopt op tijd — behalve soms het gevoel dat je nog leeft.

In een Koerdische familie werkt dat compleet anders.

Daar is tijd geen systeem, maar een ademhaling. Iets wat meebeweegt met wat er gebeurt, in plaats van wat er gepland is.

“Wij komen straks even langs.”

Dat klinkt concreet, totdat je ontdekt dat “straks” een tijdruimte is waarin ontbijt, avondeten en “morgen misschien” rustig naast elkaar bestaan zonder ooit ruzie te maken.

En “wij” is nog vrijer.

In Nederland betekent dat twee mensen.

In een Koerdische familie betekent het: iedereen die toevallig hoorde dat er ergens eten zou kunnen zijn.

Niemand raakt daarvan in paniek.

De deur gaat open alsof er geen bezoek komt, maar een klein stukje leven dat even binnenstapt.

En als er geen stoelen zijn? Geen enkel probleem.

Er zijn altijd kleine tapijtjes op de grond. En eerlijk gezegd zit dat verrassend stevig zodra je accepteert dat je niet op bezoek bent, maar deel wordt van de ruimte zelf.

Iemand zegt: “Schuif maar bij.”

En voor je het weet zit je in een woonkamer die zich uitbreidt tot een levend gesprek, waar tijd minder belangrijk is dan aanwezigheid, en waar thee geen drankje is maar een manier van samen zijn.

De theepot speelt daarin een stille, bijna heilige rol: niet als object, maar als ritme van de ontmoeting.

Waar Nederlanders zeggen: “Klant is koning,” geldt daar eerder:

“Bezoek is keizer, familie is parlement, en samen zijn is wet.”

Nederlanders leven volgens: afspraak is afspraak en beter te vroeg dan te laat.

Koerden leven volgens: we zijn onderweg, dus we komen wel ergens uit.

En ergens daartussen ben ik blijven hangen.

Ik plan mijn leven tegenwoordig met agenda’s, herinneringen en kleurcodes, alsof ik probeer grip te houden op een wereld die steeds netjes georganiseerd wil worden.

Maar als er onverwacht iemand aanbelt, gebeurt er iets wat geen planning kan vangen: iets ouds, iets menselijks, iets dat niet in een tijdslot past.

Dan reageer ik nog steeds alsof dat de enige logische manier is waarop bezoek kan ontstaan.

Want sommige dingen kun je plannen.

En andere dingen gebeuren gewoon tussen de Nederlandse agenda en de Koerdische theepot in.

Misschien is dat geen tegenstelling meer, maar een begin van iets anders: dat we leren leven tussen systemen, verhalen en gewoonten, zonder er één van te hoeven winnen. Want misschien ontstaat echte verbinding juist daar waar regels botsen maar mensen elkaar toch blijven vinden.

En misschien is de vraag niet welke manier beter is, maar hoe we met al die manieren samen één leven kunnen delen.

Meer lezen over stad

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!