De rozenkrans van mijn moeder

Dinsdag 1 september 2026

Door Bako Sorany

Bako Sorany

Tegenwoordig hebben we bijna allemaal iets in onze hand.

Een iPhone. Een mobiele telefoon. Een scherm waarop we voortdurend kijken wie ons heeft gebeld, wie een bericht heeft gestuurd en wat er ergens op de wereld gebeurt.

Mijn moeder had vroeger ook iets in haar hand.

Geen iPhone. Geen WhatsApp. Geen eindeloze stroom berichten.

Ze had haar rozenkrans.

Ik herinner me haar vingers nog. Rustig gleden ze langs de kralen. Kraal voor kraal. Soms zat ze bij het raam, soms in haar stoel, soms tussen de bloemen in haar tuin.

En als ze televisie keek, lag er naast haar hooguit de afstandsbediening.

Maar meestal was het de rozenkrans.

Als kind dacht ik dat ze de kralen telde.

Nu begrijp ik dat ze vooral mensen telde.

Mensen die eenzaam waren. Een moeder die haar kind had verloren. Een oude man die ’s avonds alleen aan tafel zat. Iemand die wachtte op een telefoontje dat niet kwam. Mensen met verdriet waar niemand iets van zag.

Op een dag vroeg ik:

‘Mama, voor wie bid je?’

‘Voor jullie. Voor mensen die verdriet hebben. Voor mensen die alleen zijn.’

‘En voor jezelf?’

Ze glimlachte.

‘Nee. Er zijn genoeg mensen die voor mij bidden.’

Toen begreep ik dat niet.

Nu wel.

Wij hebben tegenwoordig honderden contacten in onze telefoon, maar soms niemand om echt mee te praten.

We zijn voortdurend verbonden, maar kunnen ons toch alleen voelen.

Mijn moeder had geen telefoon in haar hand. Zij had een rozenkrans.

Misschien was haar wereld kleiner dan de onze, maar haar hart was groot genoeg voor mensen die zij nauwelijks kende.

In het Koerdisch zeggen we: ‘Doe het goede en gooi het in de zee.’

Doe iets goeds zonder te wachten op dankbaarheid.

Misschien deed mijn moeder dat haar hele leven.

Ze gaf, bad, zorgde en ging verder.

Kraal voor kraal.

Nu denk ik soms aan haar wanneer ik mensen met hun telefoon zie lopen.

Iedereen kijkt naar een scherm.

Mijn moeder keek naar haar rozenkrans.

Wij zochten verbinding.

Zij zocht stilte.

En misschien zat in die stilte iets wat wij vandaag steeds moeilijker vinden:

tijd om aan een ander te denken.

Haar rozenkrans was klein.

Maar wat zij ermee droeg, was groot.

Misschien draag ik daarom, wanneer ik aan haar denk, nog altijd een beetje van haar mee.

Kraal voor kraal.

Meer lezen over stad

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!