Ramptoeristen

Vrijdag 16 januari 2015

Door Karin van der Wekke

Foter / Dietmut

Met meer dan 500 vrienden op Facebook, verzamelt tijdens verschillende fasen in mijn leven kan ik met recht zeggen dat mijn timeline een vrij accurate afspiegeling van de samenleving laat zien. Met een beetje fantasie kan ik gemakkelijk een aantal hoofdgroepen te onderscheiden. Ik ken blijkbaar een hoop makke schapen die meeliften op elke hype die ze tegen komen. Ik noem een icebucket challenge, huishoudbeurs of project X, op straat noem je dit meelopers. Ook ken ik een heleboel mensen die eigenlijk niets te melden hebben maar toch stug elke dag een paar keer van zich moeten laten horen, de zogenaamde grijze massa. En dan heb je nog van die sociaal geëngageerde personen die ieder onrecht aangrijpen om eens flink van zich te laten horen. En met die laatste groep heb ik de laatste tijd nogal een probleem.

Natuurlijk, juist door kanalen zoals sociale media zijn we op de hoogte van alle vreselijke dingen die er gebeuren in de wereld. Dus niet alleen van het kleinburgerlijk leed wat in onze eigen achtertuin plaats vindt. Dat betekent niet dat onze traditionele media al dit nieuws op een gelijkwaardige manier in beeld brengen. Het neerhalen van een boeing vol Nederlanders wordt net iets groter uitgemeten dan de genocide op een Afrikaans volk waarvan we de naam (of dit nu terecht is of niet) niet eens kunnen uitspreken. En dat strijkt nou net in tegen de normen en waarden van deze zelfbenoemde moderne heiligen. Van die mensen die na elke breed gedragen stille tocht gaan lopen roepen dat er ergens midden op de Zuidpool een zeldzame bacterie aan het uitsterven is en dat dit ook onze aandacht verdient.

Flikker lekker op met je neppe compassie. Allereerst als je het allemaal echt zo belangrijk vond dan zat je vast niet continu te ventileren op Facebook maar dan zou je je energie waarschijnlijk ergens anders in steken. De mensen waar jij je zogenaamd hard voor maakt helpen bijvoorbeeld. Ten tweede  heb je waarschijnlijk een bericht geretweet dat twee jaar geleden verzonnen is door een willekeurige trol omdat het internet nou eenmaal vol hoaxen staat.

Dit betekent overigens niet dat ik wil ontkennen dat er in de rest van de wereld vreselijke dingen gebeuren waar wij helemaal geen weet van hebben. Integendeel. En ook niet dat deze dingen niet aan de kaak moeten worden gesteld. Je mag ze in mijn ogen alleen niet afzetten tegen gebeurtenissen die net zo gruwelijk zijn met wellicht nog meer impact omdat het nou eenmaal raakt aan onze eigen belevingswereld.

Iedere regio kent nou eenmaal zijn eigen verdriet. Denk je bijvoorbeeld dat ook maar iemand buiten Nederland  bekend is met het rampjaar 1672? (Helaas ook veel Nederlanders niet, maar dat terzijde). Omdat er gewoonweg te veel geschiedenis is om te beschrijven. Het enige dat we kunnen doen is proberen onze eigen omgeving veilig te houden, en daar waar dit naar menselijke mogelijkheden kan te helpen om het leven dragelijk te houden.

En wat mijn hypocriete Facebookvrienden betreft, voortaan stel ik hen de vraag: ‘Wat ga jij hieraan veranderen?’.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over apeldoorn cultuur

REACTIES

Zondag 5 april 2015

Door Stukslaan

Ik heb een vreselijke hekel aan twee dingen: gastroscopie en spijkerbroeken kopen. Zo’n gastroscopie maak ik slechts eens in de vier jaar mee. Daar is mee te leven. Ik heb een aangeboren afwijking aan de slokdarm en om de vier jaar moet er dus even gekeken worden of er door het veelvuldig passeren van maagzuur al dan niet sprake is van een beschadiging van de slokdarm met het daarbij behorende risico op slokdarmkanker.
Een arts propt dan een slang via mijn slokdarm naar binnen; ik moet vreselijk kokhalzen en na een minuut of tien is het weer over.
Maar het kopen van een spijkerbroek is iets dat zo’n beetje één keer per jaar plaatsvindt.
En dáár kan ik eigenlijk niet mee leven. Maar toch moet het.
Ik ben 54 jaar en heb tot een jaar of 8 geleden de ideale (spijker)broekmaat gehad: 32-36. En mijn geest zegt dat ik nog steeds die maat heb. Maar het is niet zo. Hier kom ik nog op terug.
Mijn vriendin weet dat ik het heel erg vind om een spijkerbroek te moeten kopen, dus verzint ze iedere keer trucjes om mij naar de jeansshop te lokken. “Ik heb een verrassing voor je”, zegt ze dan. Dan ‘lokt’ ze me mee naar de Hoofdstraat en ik speel het spelletje mee. “Goh, wat is die verrassing dan?”, vraag ik. “Dát zul je wel zien…”, zegt ze dan standaard.
Als we de slijterij op de Brinklaan voorbij lopen, weet ik al genoeg: ik krijg een nieuwe spijkerbroek van haar.
Mijn vriendin zoekt voor mij de spijkerbroekenboer uit waar de muziek in de zaak het minst hard staat. Ze beseft maar al te goed dat ze met een ouwe lul samenwoont.
“Kan ik u helpen, of..?”, vraagt een meisje met een blote buik en een navelpiercing aan mij.
“Ja, je kunt mij helpen!, antwoord ik de ongeveer 16-jarige bakvis. “Een spijkerbroek. Maat 32-36 of maat 34-36, maar pak ook maar een maatje 36-36 en 36-34. Voor het geval dat… Donkerblauw graag en een broek die niet heel laag op de heupen hangt, want dat voelt niet lekker.”
Het meisje komt nog geen minuut later terug met een stapeltje broeken. Ik ga het pashokje in en trek mijn broek uit.
“Jezus!”, zegt mijn vriendin. “heb je weer die stomme sokken aan?” Ik knik geërgerd.
Ik hijs mij in de eerste broek die ze me aangeeft. Hij zit te strak. Ook is de broek te lang. “Hoe kan dat nou?”, roep ik. “Dit is een lengtemaat 36. Ik ben toch niet gekrompen?” De verkoopster hoort mij. Ze brabbelt op afstand: “Meneer: de 36 inch van vroeger is niet meer de 36 inch van tegenwoordig hoor! Het is langer geworden!”
Ik snauw tegen mijn vriendin dat ik er geen moer van begrijp. “36 inch is toch 36 inch?” Wat een gelul zeg. Alsof een meter in 1990 langer was dan in 2015….”
Mijn vriendin legt haar wijsvinger op haar mond en fluistert: “doe normaal!”
“Mevrouw!”, roep ik. “deze broek is beschadigd!” Ik wijs haar naar een rafelige plek aan de linker bovenkant van de te strakke broek. “Gewoon kapot, stuk, versleten, weeffoutje…!”.
“Maar meneer”, roept ze. “Dat is een ripped-jeans Dat hoort zo, dat is er in de fabriek ingemaakt
Ik begrijp dat ik er niet tegenin moet gaan. Mijn vriendin sist en passant: “Had je niet een normale onderbroek kunnen aantrekken?”
Ik voel dat ik snel weg moet. Ik pas alle andere broeken en geen ervan voelt lekker. De laatste die ik pas zit relatief redelijk. Mijn vriendin fluistert dat mijn piemel erg zichtbaar is, maar dat mijn kont er goed in uitkomt. Ik loop met die broek het pashokje uit. “En?”, vraagt het pubermeisje. Ik zeg: “wat vind je er zélf van? Gewoon eerlijk zeggen! Stel dat ik jouw vader was, had je mij dan in deze broek laten lopen? Vind je ook dat mijn piemel er in zichtbaar is? Nou?”
Het meisje glimlacht en zegt: “Hahaha! U bent mijn vader niet… maar stel dat… eh eh … ik vind het een mooie broek. En dat voor maar € 110!”
“Honderdentien Euro?” roep ik. “Daar moet jij minstens vier zaterdagen voor werken!”, schreeuw ik naar de jongedame. Ik zie dat mijn vriendin klein wordt en ik voel dat ze het liefst eventjes van de aardbodem zou willen verdwijnen.
Het spijkerbroekenverkoopmeisje stottert: “Eh, meneer deze broek is behoorlijk afgeprijsd. Ik weet het verder ook niet meer!”
Mijn vriendin kijkt me aan met een heel boos gezicht en maakt nee schuddende bewegingen met haar hoofd.
De verkoopster lacht verlegen.
Ik besluit om de broek toch maar te kopen.
Mijn vriendin zegt bij de kassa: “ik betaal wel!” Ik veins dankbaarheid en zeg tegen de verkoopster: “Sorry dat ik wat snauwerig tegen je was…”.
Ze kijkt me heel indringend aan en zegt: “Ach meneer, mijn vader is ook zo’n eigenwijs mannetje, maar wél enorm lief!”

Robber

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?