Als privilege zijn belofte niet meer nakomt
Door Ben Brown

Als zwarte jongen kreeg ik al vroeg een boodschap mee die waarschijnlijk veel zwarte kinderen herkennen: je zult harder moeten werken.
Niet één keer je best doen, maar twee keer. Zorg dat je niet alleen goed bent, maar uitblinkt. Want waar een ander misschien het voordeel van de twijfel krijgt, kun jij je niet altijd een fout permitteren.
Het was bedoeld om mij vooruit te helpen. Pas later begreep ik dat ook dát een overlevingsstrategie was.
Onlangs luisterde ik naar een lezing van Tim Wise, een Amerikaanse schrijver en antiracisme-activist. Hij stelde een ongemakkelijke vraag: wat doet een systeem van witte suprematie niet alleen met degenen die het achterstelt, maar ook met mensen die erop hebben leren vertrouwen dat het voor hen werkt?
Privilege gaat niet alleen over wat je krijgt. Het gaat ook over wat je hebt geleerd te mogen verwachten.
Generaties groeiden op met een eenvoudige belofte: werk hard, houd je aan de regels en je kinderen zullen het minstens zo goed krijgen als jij. Een baan, een huis, bestaanszekerheid en misschien wat vermogen om door te geven.
Maar wat gebeurt er wanneer die belofte niet meer wordt waargemaakt? Wanneer je hard werkt en toch geen woning vindt? Wanneer je baan onzeker wordt en je kinderen het economisch niet vanzelfsprekend beter krijgen?
Als succes jouw eigen verdienste is, van wie is dan je mislukking?
Daar wordt het gevaarlijk. Onzekerheid zoekt een verklaring. Dan kan iemand zeggen: het komt door hén. Door migranten, nieuwkomers, mensen met een uitkering of een andere groep die gemakkelijk als bedreiging kan worden aangewezen.
Maar daarmee wordt geen huis gebouwd, geen salaris hoger en geen gemeenschap sterker.
In het debat over herstelbetalingen zie je hetzelfde mechanisme. Mensen die herstel vragen voor historische uitsluiting worden voorgesteld als mensen die iets van anderen willen afpakken.
Het slachtoffer wordt zo de bedreiging.
We vinden het normaal dat huizen, vermogen, opleidingen en netwerken gevolgen hebben voor de kansen van volgende generaties. Voordeel kan worden doorgegeven. Waarom zouden we dan aannemen dat achterstand bij iedere generatie weer op nul begint?
Privilege betekent niet dat jij persoonlijk schuldig bent aan wat vóór jou gebeurde. Ook niet dat jouw leven gemakkelijk is geweest. Het betekent dat startposities een geschiedenis hebben.
Maar dit gesprek gaat niet alleen over het verleden. Nederland wordt diverser. Onze gezamenlijke toekomst wordt steeds meer gedragen door mensen met uiteenlopende achtergronden. Daardoor wordt gelijkwaardigheid niet minder belangrijk, maar juist urgenter.
Gelijkwaardigheid gaat niet alleen over wat wij een ander gunnen. Het gaat over hoeveel talent wij ons als samenleving kunnen veroorloven verloren te laten gaan.
Ook in Apeldoorn. Het kind met Curaçaose, Turkse, Marokkaanse, Syrische of Nederlandse wortels dat hier vandaag naar school gaat, kan morgen onze arts, ondernemer, leraar, buurvrouw of bestuurder zijn. Als dat kind niet dezelfde kans krijgt om zijn of haar talent te ontwikkelen, verliest niet alleen het kind iets. Dan verliest Apeldoorn iets.
Emancipatie is daarom geen liefdadigheid. Het is collectief eigenbelang.
Juist daarom is het gevaarlijk wanneer de vooruitgang van de één wordt voorgesteld als het verlies van de ander. Alsof kansen een taart zijn waarvan jouw stuk kleiner wordt zodra iemand anders eindelijk aan tafel mag zitten.
En dan denk ik terug aan die zwarte jongen die leerde dat hij twee keer zo hard moest werken.
Ik had die les nooit nodig moeten hebben.
Maar er zat onbedoeld iets in wat we vandaag allemaal kunnen gebruiken: niets is vanzelfsprekend, niemand komt er alleen en een samenleving wordt niet sterker door mensen tegen elkaar uit te spelen.
Misschien is dát uiteindelijk de grootste paradox van witte suprematie: een systeem dat de ene groep dacht te beschermen door een andere achter te stellen, ondermijnt uiteindelijk de samenleving als geheel.
Gelijkwaardigheid is geen gunst aan de ander. Het is een investering in ons allemaal.
