Een avondje blues in Gigant

Zondag 6 mei 2012

Door Stadsmens

Peter Vroon | Vroonphotomotion

Een ouderwets bluesavondje in Gigant, ik keek er naar uit. Op het menu de Cry Wolf bluesband in het voorprogramma en als hoofdgerecht de Amerikaanse Dobro sloper Eric Sardinas. Echt druk was het niet maar dat hoeft ook niet, blues is tenslotte muziek voor liefhebbers. Met een biertje in de hand en naast mij vriend en bassist Ray Oostenrijk keek ik hoe de heren van Cry Wolf het podium opkwamen. Al halverwege het eerste nummer keken we elkaar aan. Horen wij dat nu goed?

Ja, we hoorden het goed en meerdere liefhebbers met ons. Het was en bleef niet best. Een rammelende ritmesectie, matige zang, ongeïnspireerd gitaarspel, gebrek aan dynamiek en steeds net niet kloppende drumbreaks maakten het geheel een wat pathetisch aandoend bluesbandje. Drie heren in de nadagen van hun carrière bij de belastingdienst. Dat was het gevoel, misschien onterechte, dat mij niet losliet. Van mijn goede vriend en fotograaf Peter Vroon begreep ik wel dat het bijzonder aardige kerels zijn en dat straalden ze ook wel uit. Alleen om die reden zou ik graag wat positiever zijn geweest. Maar ja, het is zoals het is.

Snel naar de hoofdact dus. Erik Sardinas. Een Amerikaanse bluesgitarist die het gebruik van de dobro in de blues tot een ware kunst heeft verheven. Sardinas is een stoere kerel, lange haren, leren hoed en veel tattoos. Met zijn begeleiders Levell Price – zo weggelopen uit ZZ top- op bas en drummer Patrick Caccia staat er een stel stevige rockers dat vanaf de eerste noten al laat zien hoe het ook kan.

Het gaat er direct al vol op waarbij Sardinas de geluidsinstallatie zo nu en dan laat voor wat het is en de zaal onversterkt tegemoet treedt. Al tijdens de eerste drie nummers worden al zijn dobrokunsten uit de kast gehaald. Dat maakt meteen duidelijk waarom zijn muziek echte liefhebbersmuziek is. Hij bespeelt zijn instrument virtuoos en schuwt daarbij enig toegepast geweld ten opzichte van zijn instrument niet. Als zijn dobro’s gevoel hadden zou het Zappanummer ‘The torture never stops’ op hen van toepassing zijn. Mooi om te zien maar door het soort nummers en de heel specifieke klank van het instrument  gaat het na verloop van tijd allemaal wel een beetje veel van hetzelfde worden. Wat meer afwisseling zou zijn optreden nog spannender maken. Ook bij een slidegitarist als Dave Hole heb ik datzelfde gevoel. Halverwege het optreden hield ik het daarom voor gezien om bij overbuurman Jan Kerseboom van het Bluescafe nog een laatste biertje te drinken. Bluesavondjes kunnen boeien en deels gebeurde dat ook maar ik had er iets meer van verwacht.

ONDERWERPEN

Concert Muziek

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?