Hoog tijd voor een kroegverhaal (2)

Zondag 9 oktober 2016

Door bazbo

Marcel Mooij

En zo kon het gebeuren dat ik na maanden weer eens het café De Norse Pater betrad. Ergens staat me bij dat ik de vorige zin of een dergelijke zin al eens eerder heb ingetypt. Onder de juiste inzenders verloot ik een doosje lucifers. Grap is dat ik zelf niet weet hoe de juiste inzending luidt en dat een term als ‘juiste inzenders’ juist ónjuist is. Bovendien heb ik geen lucifers in huis, want ik rook helegaar niet en mijn gasfornuis is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Doch voordat ik de lezer op het verkeerde spoor heb gezet met deze inleiding, wil ik graag opmerken dat ik het woord ‘doch’, ondanks dat het te scharen is onder sterk verouderd taalgebruik, graag bezig. Maar goed, waar zat ik? Ik zat in café De Norse Pater. Na maanden weer eens. Over bezig gesproken.

‘De bediening is hier abominabel,’ zei ik hardop, toen er na een minuut of tien nog steeds geen lekkere serveerster aan mijn tafel was verschenen. Was er überhaupt (sowieso ins Blaue hinein, inzwischen ist es so kaus bausen und das ist um zu kotzen) wel een lekkere serveerster in deze tent aanwezig of vielen ze allemaal in de categorie ‘geen lekkere serveerster’?
‘Excuus voor het wachten, meneer,’ hoorde ik plots een vrouwenstem.
Ik keek op. Allemachtig, wat stond hier een lekkere serveerster voor mijn neus!

[Hier start een interactief deel van dit verhaal.
Plaats hier uw eigen beschrijving van de lekkere serveerster zodat die aansluit bij uw eigen beeld van een lekkere serveerster.
Hiermee zijn we aan het eind gekomen van dit interactieve deel van dit verhaal.]

‘Excuus aanvaard,’ kon ik uitbrengen. Tegelijkertijd probeerde ik er niet al te van slag uit te zien, maar ik wist even niet goed hoe ik dat zou moeten aanpakken.
‘U wekt de indruk dat u om iets verlegen zit,’ zei de jongedame.
‘Een glas mooi water, graag,’ deed ik mijn bestelling.
Ze lachte hardop. ‘Dat bedoelde ik niet,’ zei ze. ‘Ik was hier evengoed al om uw bestelling op te nemen.’
‘Ach zo.’
‘U bent geestig.’
‘Werkelijk?’
‘Jazeker, dat vind ik.’ Ze knikte me beleefd toe. ‘En zo staat u ook bekend.’
‘Bekend? Ik?’
‘Of ik moet mij vergissen,’ klonk ze plots wat onzeker. ‘Ik herkende u als de plaatselijke schrijver.’
‘Dat kan zijn,’ zei ik. ‘Al is het even geleden dat ik groots en in boekvorm heb gepubliceerd. Maar kennelijk heb ik zojuist mijn nevenreputatie zijnde de lokale lolbroek bevestigd?’
‘Zoiets,’ grinnikte ze.
‘Maar nu ter zake,’ zei ik.
‘U wilt een glas mooi water.’
‘Nee.’
‘O? Daarnet wilde u dat wel.’
‘Dat klopt.’
‘O?’
‘Maar dat bedoel ik nu niet.’
‘O?’
‘Ik begrijp de verwarring.’
‘Ik niet.’
‘Ik zal niet zeggen dat je het niet begrijpt omdat je een vrouw bent.’
‘Wat zult u dan wel zeggen?’
‘Dat is aan jou om even af te wachten. De jeugd zit vol ongeduld.’
‘U hebt er nogal kijk op, zo te horen.’
‘Wat dacht je? Vergeet niet: ik had je vader kunnen zijn (als je moeder maar gewild had) en ik las nu even een pauze in zodat je het compliment kunt ontvangen en tot je door kunt laten dringen.’
‘Dank u.’
‘Maar wat ik wél bedoelde: laten we je en jij tegen elkaar zeggen. Nu deed ik dat al vanaf het begin van dit gesprek, maar het wachten is nog even totdat jij deze vorm van informele ommegang overneemt.’
‘Graag. Dank je.’
‘En vertel eens: hoe heet je, hoe lang werk je hier al en wat mag ik allemaal nog meer van je weten?’
Ze haalde diep adem. Haar borst kwam iets vooruit en even keek ik naar haar ranke en blote halspartij. Er schoot een gedachte door mijn hoofd die van doen had met lichamelijke lust en seksuele begeerte, maar die voor deze dialoog een afleidend effect zou hebben en vandaar dat ik er niet verder over uitweid.

[Hier start het tweede interactieve deel van dit verhaal.
Plaats hier uw eigen gedachte die van doen heeft met lichamelijke lust en seksuele begeerte zodat die aansluit bij uw eigen beeld van lichamelijke lust en seksuele begeerte.
Hiermee zijn we aan het eind gekomen van het tweede interactieve deel van dit verhaal.]

‘Ik heet Dionne,’ begon ze.
‘Dat is niet erg,’ zei ik. ‘Ga vooral verder.’
‘Ik werk hier nu een maand of vijf, denk ik.’
‘Denken. Kan handig zijn.’
‘Maar ik had jou hier nog niet gezien.’
‘Dat kan kloppen. Ik ben hier in geen maanden geweest.’
‘Op donderdag- en vrijdagavond ben ik hier. En wat mag je allemaal nog meer van mij weten? Ik heb niet zo veel geheimen, hoor.’
‘Dat siert je. Toch houd ik van vrouwen die iets mystieks over zich hebben. Maar ik ben een man en ik zal welke vrouw dan ook nooit begrijpen.’
‘Wat wil je dat ik zeg?’
‘Dat jij als vrouw ook eens een keer probeert om mij te begrijpen? Of praat ik nu wartaal?’
‘Nee, ik snap je.’
‘Fijn. Wat doe je nog meer in het leven, behalve op donderdag- en vrijdagavond klanten in dit café heel lang laten wachten op bediening?’
‘Ik studeer communicatiewetenschappen.’
‘Het eerste studiejaar is dan zeker net begonnen?’
‘En ik houd van toertochten op de motor.’
‘Stoer. Een vrouw die motor rijdt.’
‘Ik rijd niet zelf. Ik zit achterop bij mijn vriend.’
‘Ik heb liever niet dat je over de concurrentie praat,’ zei ik.
‘Ach, wat aandoenlijk,’ lachte ze. ‘Je bent lief.’
‘Doe er nog even een schep bovenop.’
Ze legde haar hand op mijn arm. Die hand voelde warm aan. Wat was dat toch met die gedachten van mij? Waarom wilde ik toch altijd dat alle vrouwen beschikbaar zijn? En dan alleen voor mij? En dat terwijl ik ook nog eens zelf alle toenadering van welke vrouw dan ook volledig weigerde? ‘Jagersinstinct’ was een woord dat me te binnen schoot, maar dat me ook gelijk weer ontschoot. De hand van de serveerster wreef namelijk zachtjes over de haartjes op mijn arm. Het kriebelde her en der in mijn lijf. Ik keek haar aan. Ze glimlachte en er blonk iets van troost in die lach. Ik sloot mijn ogen en koesterde het moment.

Klabang! De deur van café De Norse Pater sloeg open. Barst, daar had je Bert.
‘Mooi dat ik jou zie!’ riep hij me toe en hij kwam bij de tafel staan.
‘Ik ga je glas water halen,’ zei Dionne. Ze draaide zich om en liep naar de bar.
Ik keek haar na.
‘Goede kont ook,’ constateerde Bert.
‘Tegenwoordig brult iedereen zijn zolderkamermening maar in het rond,’ zei ik.
‘Dat hoor je wel vaker zeggen. Mensen zitten lekker veilig achter hun computer of laptop in hun zolderkamer allerlei extreme onderbuikdiarree online te klotsen, maar daar doe ik niet aan mee. Ik heb namelijk geen zolder. Bovendien ligt mijn internet er al een week uit, dus ik moet het qua actualiteit doen met de papieren krant, want ik heb zo’n alles-in-één-pakket van een internetprovider en daar zit ook interactieve televisie bij in en omdat internet er bij mij al een week uit ligt, moet ik al die geweldige series ook al een week missen en daar baal ik stevig van, want ik was net bezig met het volgen van – gut, hoe heet die serie ook weer, die met die elfen en hoeren en kasteelkobolden en die gast met dat hoofd, je weet wel, die later nog die andere van de troon zal stoten en een driehoeksverhouding aangaat met de zus van zijn page of hoe heet die mongool, dus ik moet allerlei essentiële zaken in het leven missen en dat maakt het leven er niet gemakkelijker op, dat zou jij als schrijver van belangrijke thema’s in het leven toch moeten weten, zeg, maar wat ik je nou eens zou willen vragen: hoe gaat het eigenlijk met jou? Tijdje niet gezien, zeg.’

‘Met mij gaat het.’ Ik hield even stil, omdat ik zag dat Bert weer iets wilde gaan zeggen.
‘Ik heb een scheet gelaten,’ zei hij. ‘Maar ga verder.’
‘Er zijn een paar dingen die momenteel mijn aandacht vragen,’ vervolgde ik, maar veel verder kwam ik niet.
‘Moment,’ zei Bert. ‘Ik ben nodig.’ De telefoon die hij al sinds zijn binnenkomst in zijn linkerhand hield, lichtte op en braakte plots een kakafonie aan geluid uit. Hij drukte met zijn duim op het scherm en bracht het apparaatje naar zijn oor. ‘Ja, met mij. Voor je je hele verhaal vertelt, zullen we vanavond … wacht nou even met gelijk weigeren … ik wil graag … nou … hè, jij doet ook nooit iets leuks met m’n lulletje! … nee? Nou, tot vanavond dan, misschien kom je nog op andere gedachten.’ Hij hield de telefoon weer voor zijn gezicht, keek erop en drukte op het schermpje. ‘Waar waren we?’
‘Ik ben hier in café De Norse Pater en als ik je zo bekijk ben jij hier ook, dus als je moet vragen waar je bent, dan lijd je wellicht aan een nare vorm van kortetermijngeheugenstoornis. Leuk scrabblewoord, overigens. Maar nu staan er gebeurtenissen op stapel die er waarlijk toe doen in het bestaan en waar jij, zonder dat ik het betreur, geen deel van uitmaakt.’

Daar was Dionne. In haar hand droeg ze een rond dienblad met daarop slechts één glas en in dat glas zat een kleurloze vloeistof. ‘Een mooi water,’ zei ze, terwijl ze het glas op tafel zette.
‘Dank je,’ knikte ik. ‘We hadden het over motorrijden en toertochten. Waar gaat de rit zoal heen?’
‘Ik ben hier te veel,’ zei Bert er dwars doorheen. Hij draaide zich om en liep naar de wc’s.
‘Wat heeft die?’ vroeg de serveerster.
‘Zijn internet ligt er al een week uit en hij heeft problemen met zijn zolder. Bovendien heeft hij lichamelijke klachten. Onderbuikdiarree schijnt zeer onprettig te zijn. Tot overmaat van ramp komt zijn driehoeksverhouding ook niet echt van de grond. Verder weet ik ook niet wat hij heeft. Hij praat veel, maar zegt niets.’
‘Weet je wat het volgens mij is, Bas?’ Ze keek me diep in mijn ogen.
‘Ik heb geen flauwe notie wat het volgens jou is.’
‘Volgens mij,’ zei ze met een glimlach die me stante pede hoogst opgewonden deed worden, ‘volgens mij is het hoog tijd voor een kroegverhaal.’


Apeldoorn, augustus 2016

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?