ik vind er iets van

Zondag 18 januari 2015

Door Stukslaan

De open dag op het college is ’s avonds van 7 tot half 10. Geen enkele middelbare school noemt zich tegenwoordig nog middelbare school. ‘College’ staat chiquer. Alle reden dus om extra op je hoede te zijn. Middelbaar zou je kunnen associëren met middelmatig. Wat mij betreft een uitstekende, passende term. Op het college viert de middelmatigheid hoogtij. Wat voor dat woord college staat doet er trouwens niet toe, elke combinatie is goed. Het college dat wij vanavond bezoeken is genoemd naar de uitvinder van de elektrische stoel.

Bij binnenkomst zien we rechts een mevrouw met grote bril achter glas zitten (dubbelglas dus eigenlijk). Ze zet voor elke binnenkomer een turfstreepje op papier. Aan het eind van de avond zal zij aan de directie rapporteren over deze boeiende statistiek. Links staan derdejaarsleerlingen die onze jassen aannemen in ruil voor een bonnetje. So far so good.

In de hal staan enthousiaste docenten die wijzen op de voetstapstickers op de vloer. Als je we die volgen, komen we overal langs. Mijn groep 8-dochter krijgt een formuliertje en een pen waarmee ze kan meedingen naar een prijs. Op de route zullen we opdrachtjes tegenkomen waarmee haar aandacht gevangen blijft en de verveling zal worden onderdrukt. Ons zelfstandig nadenken en neiging tot het stellen van vragen zijn nu al met minstens 40% gereduceerd. Dociel als we zijn volgen we de gele voetstappen.

Achter in de hal staat een indrukwekkende klimwand. Enkele leerlingen en bezoekers hangen in de wand. Mijn dochter is meteen enthousiast: ‘Wauw, pap, dat hebben ze bij ons op school niet!’, roept ze. Waarop een derdejaarsleerling, die bij deze attractie de wacht houdt, zegt: ‘Ik heb dit ding ook nog nooit gezien. Het staat er alleen om te laten zien hoe leuk het hier zogenaamd is. Bij gym doen we alleen maar korfbal en de coopertest. Echt vetsaai’. Mijn dochter kijkt beteuterd en we vervolgen onze weg richting de afdeling Verzorging.

‘Verzorging is in het eerste jaar bijna 100% biologie’, zegt de smoezelige docent die ons op de afdeling verwelkomt. ‘De eerste helft van het jaar gaat over anatomie en voortplanting. Na de kerst doen we zwangerschap, bevalling en opvoeding’. In het lokaaltje zitten ouders en hun 12-jarige groep 8’ers condooms om modelpenissen te schuiven. Op het bord staan ’s menschen genitaliën nog eens in kleurkrijt afgebeeld als achtergrondinformatie. Daarboven de tekst ‘Kies voor Verzorging. Dat is vast iets voor jou!’.

In het aangrenzende lokaaltje worden babypoppen verschoond en in wiegjes gestopt. Ook hier begeleiden derdejaarsleerlingen de bezoekers. Ze delen kleine beschuitjes met muisjes uit. Je kunt kiezen tussen roze en blauw. Een andere vader zie ik het beschuitje op de grote stapel folders leggen die hij eerder tijdens de rondgang door de school heeft verzameld.

Op weg naar Horeca treffen wij twee karaokende leerlingen op een klein podium. Erg zuiver klinkt het niet, maar ze doen hun best. Naast het podium zit een man die de knoppen van het mengpaneel bedient. Hij heeft schik in zijn werk. Als ik op hem toeloop zegt ie: ‘Ik zat op deze school en na het examen kon ik hier aan de bak. Als muzieklesondersteuner. Ik onderhoud de keyboards en veeg de vloer in het muzieklokaal. En dus ook dit soort dingen waar ik trouwens erg van geniet’. Het is mooi en aandoenlijk. Zalig zijn de eenvoudigen van geest.

Bij Horeca spreken we een jonge kok-in-wording aan die deegklompjes staat te kneden. ‘Maak je broodjes?’, vragen we. ‘Ja’, zegt ie. ‘Ga je na deze opleiding naar het MBO?’. ‘Ja’, zegt ie weer. ‘Is het leuk hier op school?’. ‘Ja’. ‘Zitten er alleen jongens op deze afdeling, of ook meisjes?’. ‘Ja’. ‘Hoe is verdeling dan ongeveer, tussen jongens en meisjes?’. ‘Ja’. Hmm, dit wordt geen gesprek dat we maar moeilijk kunnen afkappen. Ik probeer: ‘Heb je wel eens in een Turkse gevangenis gezeten?’. De jongen antwoordt: ’Nee, nog nooit’. En onverstoorbaar vervolgt hij het dankbare kneedwerk.

Docent Horeca, duidelijk een ervaren kok, spreekt ons aan. We stellen nog wat aanvullende vragen en hij vertelt enthousiast over de opleiding en de mogelijkheden erna. ’Naast het aanleren van kookvaardigheden sturen wij op persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. We leren ze de principes van Steven Covey en passen die toe in onze wekelijkse 360-gradenfeedbacksessies. Van daaruit formuleren we individuele SMART-doelstellingen tesamen met een doorwrocht Plan van Aanpak. Spreekt jullie dat aan?’. Het enige wat ik hierop kan zeggen is: ‘Ja’.

Tenslotte bezoeken we Muziek. De bebaarde docent is bezig met djembé. Zijn blouse met Hawaiaans motief is slechts half dichtgeknoopt. Zijn weelderige borsthaar en gouden ketting springen in het zicht. Dit is de archetypische muziekdocent en ik moet stiekem denken aan die scene uit Fawlty Towers. Een joviale Amerikaan, eveneens stevig behaard, staat aan de balie te praten met Sybil. Basil vindt het maar niks, zo’n slordige vent uit een land waar alle fatsoensnormen met voeten worden getreden. Hij breekt in op het gesprek en vraagt aan zijn vrouw: ‘Darling, do we have bananas?’. Erg fout maar ook erg leuk.

We hebben geen zin meer en volgen de voetstappen naar de uitgang. Het opdrachtformulier levert een balpen met logo van een elektrisch stoeltje op. Het bonnetje van de jas correspondeert op geen enkele wijze met de plaats van de jassen. De derdejaarsleerlingen hadden het idee dat ze consumptiebonnen hadden staan uitdelen. Na 10 minuten zoeken komen ze aanzetten met jassen die er wel geschikt uitzien en die we maar aannemen. Ik houd de deur open voor de man achter me. Het is de vader die nog steeds het kleine beschuitje met muisjes bovenop de stapel folders mee zich meedraagt. Dat beschuitje neemt ie dus mee naar huis.

Lopend naar de auto zijn we stil en verwerken we de indrukken van de avond. Langzaam maar zeker lukt het weer om zelf na te denken.
Na enkele minuten zegt mijn dochter, ongevraagd: ‘Deze school… hmmm. Ik vind er iets van’.

Volgende week bezoeken we een ander middelmatig college. We hoeven dus nu gelukkig nog geen beslissing te nemen.

-jertaa

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Dinsdag 30 januari 2018

Door Martijn de Frankrijker

Ellis Peeters

Terwijl de lucht onder me rond het vriespunt danst stromen rivieren van zweet over mijn oververhitte rug. De weg onder me is net zo lang als dat ‘ie altijd was, maar voelt langer. Het enige wat me nog voortbeweegt is wilskracht en een wens om dit te kunnen. ,,Ik dacht dat je een grapje maakte”, m’n hol. Ik ren en blijf rennen.

,,Ik dacht dat je een grapje maakte…”, zegt hij terwijl hij lacht. Minachtend en vol ongeloof wil ik zelf toevoegen. Dat is niet waar. ,,Je gaat écht de 25 kilometer lopen?” Hij kijkt vol verbazing. Als ik even wegkijk voel ik hoe hij me bekijkt.

Eerlijk, ik snap het. Ik zie er niet uit als iemand die 25 kilometer hardloopt. Ik zie er niet eens uit of ik dat in één maand kan, laat staan dat ik ’t achter elkaar huppel als een sierlijke hinde. De helft van de midwinterlopers zien er ook niet zo uit. Die worden ook van top tot teen bekeken; ,,Jíj gaat de midwinter lopen?”

Ja, dat gaan we doen. Meer dan 10.000 man sterk dartelen we straks als reetjes over de Veluwe. Of nouja, dartelen…sommigen zullen meer banjeren. Meer als bronstige herten klinken. Maar we gaan het doen. En zo gek is dat niet. We hebben er voor getraind. Of nouja, getraind…

De weg onder me wordt steeds korter, het einde is in zicht. Ik ben er. Ik sla linksaf, een nieuwe weg. Die weg heeft ook weer een einde. En de weg daarna ook. Maar het rennen houdt nooit meer op. Totdat het dat wel doet.

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?