In Beeld: Gerda Dapper

Zaterdag 24 augustus 2019

Door Ben Eggermont

Aan De Zeis in de wijk De Heeze woont schilderes Gerda Dapper. Ze heeft hier tevens haar atelier waar ze fijn kan werken. Tot en met 15 september is haar inzending voor de tentoonstelling ‘Lang Leve Rembrandt’ in het Rijksmuseum nog te bewonderen. In de categorie ‘De mens’ maakte ze het werk ‘Gekleurde schoonheid’ met alkyd olieverf op paneel. Kort na ons gesprek kreeg ik van haar nog het volgende bericht: „Nog een nieuwtje. Afgelopen zaterdag heb ik de publieksprijs gewonnen bij de Zomersalon expositie in Amsterdam Zuid Oost. Superleuk want dat betekent dat het werk professioneel wordt gefotografeerd en op een groot formaat buiten wordt opgehangen tegenover het CKB aan het Anton de Komplein 120 in Amsterdam! Dat hangt daar dan vanaf 2020 gedurende een jaar.”

Wat deed je besluiten om aan Project Rembrandt mee te doen?

„Dat is eigenlijk per ongeluk gegaan. Ik zit al 20 jaar bij de Fermerie in Deventer, een teken- en schildergroep naar model. Iedere maandagochtend komen we bij elkaar en daar kwam het in de pauze ter sprake. Er hebben er een paar meegedaan. Ik dacht, och, ik kan ook nog wel eens kijken wat ik nog heb liggen wat ik ken ver-Rembrandt-sen. Het moest geïnspireerd zijn door Rembrandt. Bij Rembrandt denk je aan ‘clair-obscur’, licht/donker. Ik had geen zin om een Rembrandt te kopiëren, want dat wordt niks en vind ik helemaal niet origineel.” 

Was het voor jou direct duidelijk wat je wilde doen?

„Portretten is wel mijn sterkste ding en omdat ik af en toe op reis ga met mijn man, meestal naar Afrika, dan neem ik altijd kwasten mee, dan verveel ik me niet en kan ik gewoon daar schilderen. Ik had her en der nog wat liggen en dacht ik zoek een Afrikaans model uit en dat ver-Rembrandt ik. Als hij in de huidige tijd had geleefd dan was hij gestruikeld over de buitenlanders in Amsterdam. Dus dat was mijn insteek.”

Met de keuze voor een donker model, heb je het jezelf niet makkelijk gemaakt, dat is niet eenvoudig dacht ik zo?

„Ja, dat is waar en daar is Rembrandt ook niet goed in. Ik heb hier een foto van het Afrikaanse schilderij van Rembrandt mij cadeau gedaan, maar dat is niet echt goed geschilderd als je dat vergelijkt met zijn andere werk is het niet best. Afrikanen hebben een andere botstructuur en vraagt een heel andere aanpak. Ik heb in mijn twintiger jaren in Afrika gewerkt en veel kunnen oefenen. Wat je vaak ziet, is dat ze een blanke maken met een zwart kleurtje. Die hebben de botstructuur niet in de vingers of hebben het niet genoeg geoefend. Kaak en mond komen vaak voor de neus uit. Een neus heeft allemaal vlakjes en vierkantjes of driehoekjes en als je dat niet jong en veel geoefend hebt, is dat heel moeilijk.”

Hoeveel tijd en wie weet, moeite heeft je dat gekost?

„Ik heb iets gevonden en heb dat een beetje aangepast. Ik was er ook vrij snel mee klaar. Het was op speciaal geprepareerd papier geschilderd en nog niet ingelijst. Ik heb het digitaal opgestuurd in maart en ben het eigenlijk helemaal vergeten.”

Lang op de uitslag moeten wachten?

„Ergens eind mei kreeg ik ’s avonds om half elf een mailtje ’Gefeliciteerd’ op mijn telefoon, ik dacht dat zal de Postcode loterij wel zijn of zo. Ik las het en zag dat het van die Stichting Rembrandt was en dat ik door was naar de finale. Ik moest even heel hard aan het werk om het klaar te hebben. Het moest nog op paneel gezet en ingelijst worden, je kunt moeilijk met een vodje aankomen. Je moest het zelf brengen voor eind juni en dat is allemaal gelukt.”

Hoe was er op de oproep gereageerd?

„Ze hadden 2 tot 3 duizend inzendingen verwacht en uiteindelijk zijn het er meer dan 8000 geworden uit 95 landen. Daarvan zijn er uiteindelijk 575 opgenomen in de expositie. Tot 15 september zijn de werken nog te bekijken. Het was heel leuk om het weg te brengen. Ik stond er te wachten onder een baldakijn, het regende ook. Je vraagt aan elkaar: ‘Wat stuur je in?’. Ze hebben het dan bij zich of laten het even op de mobiel zien. Je kreeg daarna koffie aangeboden en iets lekkers dan praat je wat met elkaar en dat is heel leuk. De meeste heb ik weer teruggezien op de opening. Dat was op 15 juli, de verjaardag van Rembrandt. Er waren zo’n 1000 mensen, waaronder ook heel wat buitenlanders.”

Wanneer is het schilderen voor jou begonnen?

„Het is eigenlijk nooit anders geweest. Ik was de jongste en dan zeiden ze: ‘Ga jij maar tekenen.’ Dan was het rustig. Eigenlijk al de kleuterschoolleeftijd. Ik heb ergens nog wel zo’n eerste boekje en dan tekende ik mijn hele familie en alles wat voorbij kwam. Ik heb wel een creatieve opleiding. Ik was de jongste en mijn moeder vond dat dat kind maar snel zelfstandig moest zijn. Ik wilde wel naar de academie maar ze zeiden: ‘Dat gaan we even niet doen, want anders kan je je brood niet verdienen, je gaat maar het onderwijs in.’ En dat heb ik ook zo gedaan en daarnaast nog veel cursussen gevolgd. In Nicaragua ben ik nog een tijdje naar een kunstacademie gegaan. Je had daar bijna voor niks een model tot je beschikking. Op mijn 22-ste ben ik ook nog op ets-lessen gegaan bij Buri  in Amsterdam. Toen ik die opleiding af had ben ik naar Amsterdam gegaan en heb ik daar lesgegeven en deed ik in mijn vrije tijd model-schilderen en etsen. Buri had ook een expositieruimte aan de Oosterparklaan en daar hing ik met mijn etsen. Na een paar jaar vertrok in naar Kenya als een art teacher op een kweekschool daar.”

Over Gerda

  • Geboren: 9 juli 1951
  • Broers-Zussen: veel
  • Kinderen: 2
  • Verliefd, verloofd, getrouwd: getrouwd
  • Meest trots op: mijn kinderen
  • Raakt geïnspireerd door: Sam Drukker, Pieter Pander
  • Hekel aan: spruitjes
  • Is gek op: ceviche (zeevruchten, citroen en knoflook)
  • Welk boek ligt er op je nachtkasje: Grand Hotel Europa – Ilja Leonard Pfeijffer
  • Waar mogen ze je ’s nachts voor wakker maken: nergens voor
  • Toekomstdroom: lekker blijven tekenen en schilderen

Is Rembrandt altijd een inspiratiebron van je geweest?

„Niet echt, hij kwam voor mij dit jaar toevallig langs. Je kent hem natuurlijk wel, in zijn tijd heeft hij wel vernieuwende dingen gedaan, zeker met zijn etsen was dat zo. Hij is dus wel altijd in beeld, maar niet echt als mijn grote voorbeeld. Het etsen is wat meer naar de achtergrond gegaan, ik merkte dat ik gewoon veel te veel wilde. Mijn ets-pers heb ik op een gegeven moment verkocht want het is ook een vrij groot apparaat. Ik wil en buiten schilderen en portretten schilderen en modellen schilderen, je kan niet alles. In die zin probeer ik me te beperken, maar dat valt niet altijd mee.”

Bij de Fermerie ligt het zwaartepunt dan bij het tekenen?

„Dat wisselt, ik heb daar ook jarenlang geschilderd. Dat gaat dan in een hoog tempo, voor de pauze hebben we korte standen, en na de pauze een langere stand. Ik ben gewend om snel te werken. Als iemand nieuw komt, dan ligt aan het eind van de ochtend de tong op zijn schoenen. Dat had ik zelf in het begin ook. Tijdje geleden vond ik in mijn atelier een pak met groot formaat papier, zo ben ik de laatste tijd weer aan het tekenen. 1 meter bij 60 centimeter, tot het papier op is en dan ga ik misschien weer schilderen.”

Zijn er nog kunstenaars die een voorbeeld voor je zijn geweest?

„Dat is bijvoorbeeld Sam Drukker die vind ik heel boeiend en ook Pieter Pander spreekt me erg aan. Beiden heel interessante, hedendaagse kunstenaars een beetje jonger dan ik ben. Ze zijn voornamelijk bezig met portretten en modellen. Ik kijk dan naar de manier waarop zij huid maken, hoe ze het opzetten. Ik vind het hele inspirerende kunstenaars. Ik heb ooit een workshop gedaan bij Sam Drukker, echt een feest om te doen.” 

Zijn er nog disciplines waarin je je zou willen verdiepen?

„Ik zit ook wel eens te denken aan zo’n digi-programma, dat lijkt me ook leuk. En ik heb ook wel eens gedacht aan glas-in-lood, dat is ook ambachtelijk. Hier in de buurt woont Trudy Wierdsma, een glazenier, jammer genoeg doet zij het niet meer gezien haar leeftijd. Ze schildert nu.”

Je werkt ook in opdracht. Kom je daarin nog zaken tegen die je bij vrij werk niet hebt?

„Dat is eigenlijk zo’n jaar of 20 geleden sinds ik mijn atelier hier aan huis heb en het ook gewoon kan laten staan. Het zijn dan vaak portretten. Ze komen in mijn atelier, je moet de mensen zien, je moet zien hoe ze zich bewegen, de kleuren moet je zien. Ze moeten een beetje loskomen om vrij te kunnen gaan zitten. Als ze eenmaal in zichzelf komen te zitten, dan kan je pas aan het werk. Dat duurt even. Ik maak meestal tekeningen en dan vraag ik of ik foto’s mag maken. Met de foto’s en de schetsen kan ik verder, dan hoeven ze niet elke keer terug te komen. Zo werk ik meestal. Voor beiden moet het acceptabel zijn. Daar wordt je langzaam wat wijzer in, wat werkt en wat niet werkt. De essentie zit in de ogen, die moeten aanspreken. Ik heb nooit gehad dat ze het niet goed vonden. Ze weten me inmiddels wel te vinden via mijn werk. Ik sta al een heel wat jaren op de Kunst 10-daagse in Bergen en dat levert opdrachten op.

Hoe kijk je naar de toekomst?

„Hoopvol, ik heb altijd ideeën. En ik ben nog goed qua fysiek. Ik neem een voorbeeld aan een vriend van mij. Een Nederlander die in Amerika woont, die kan heel weinig, maar hij kan nog schilderen op zijn hoge leeftijd. Ik krijg nog  regelmatig een aquarel van hem. Hij blijft schilderen, het is ongelooflijk.”

Het winnende schilderij bij de Zomersalon

ONDERWERPEN

In Beeld Portretten

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?