In Beeld: Frans Klink- ‘We hebben geen aarde 2.0’

Zaterdag 22 mei 2021

Door Henk Rijke

In de garage liggen de plastic zakken en handschoenen al klaar. Voldoende touwtjes om de zakken goed af te sluiten. “Die hadden werklui buiten laten liggen, dus die kan ik mooi gebruiken.” Binnen handbereik en de grijper in de aanslag. Wekelijks op zoek naar sigarettenpeuken en lege blikjes. Vandaag spreken we voor In Beeld: Frans Klink. (Bijna) gepensioneerd brigadier van de politie en gepassioneerd om onze mooie stad mooi te houden.

Over Frans

Naam: Frans Klink.

Geboren: In 1957 te Dalfsen, Overijssel.

Huwelijkse staat: Ongehuwd, 2 kinderen, 1 pleegdochter.

Waar wil je wonen: Ik woon nu prima, maar iets gelijkvloers op hoogte zodat ik kan uitkijken over heel Apeldoorn zou ik ooit nog wel willen.

Wie is jouw idool: Dat zijn vooral mensen die iets toevoegen aan ons leven. Dan denk ik aan Nelson Mandela, Obama of Martin Luther King.

Wat weten mensen niet van jou: Ik heb vanaf mijn 10de een ernstige ziekte, het ‘Onbegrepen recidiverend koortssyndroom’. Dat heeft mij al heel wat ziekenhuisopnames gekost.

Wat zing je onder de douche: Iets van U2, Pinkfloyd of Coldplay. Dat zijn wereldbands.

Waar word je chagrijnig van: Als mensen hun rotzooi op straat gooien.

Mooiste compliment: Er kwam laatst tijdens een rondje een man naast mij rijden die vroeg of hij mij een flesje wijn aan mocht bieden. Vond het geweldig wat ik deed. Dat was wel erg leuk.

 

Hoe lang doe je dit al?

“Ik woonde vroeger in de Maten en daar hadden we het project ‘Ik hou de Maten schoon’. Geweldig was dat. Samen met Circulus, de wijkraad, scholen, de gemeente en vooral leerlingen en ouders maakten we dan samen de wijk weer schoon. Iedereen handschoenen en prikkers, we trokken alles uit de kast, het was één groot feest. Ik ben daar uit pure frustratie aan begonnen. Mensen hebben geen idee hoe schadelijk zwerfafval is voor het milieu.

 

“Het lijkt wel of mensen midden in de nacht het raampje van de auto naar beneden draaien en de boel zo op straat dumpen.”

 

Na mijn verhuizing ben ik in de wijk waar ik nu woon verder gegaan, nu al voor het zesde jaar. Vanuit ‘Zero waste Apeldoorn’ is heel Apeldoorn verdeeld in wijken en straten en zorgen een steeds groter wordende groep vrijwilligers ervoor dat de boel schoon blijft. Ik heb mijn eigen wijk. Elke zaterdag maak ik mijn ronde. Ik loop dan zo’n 5 tot 6 uur. Alles wat Onze Lieve Heer niet in de natuur heeft bedoeld, ruim ik op. Resultaat: zakken vol met lege blikjes, peuken, papiertjes, plastic, flesjes met statiegeld en de laatste tijd een enorme hoeveelheid mondkapjes. Je kunt een keer iets verliezen, maar het lijkt wel of mensen midden in de nacht het raampje van de auto naar beneden draaien en de boel zo op straat dumpen. Bizar.”

Waar komt die passie voor het milieu vandaan?

“Als je ergens mooi woont, met veel groen, dan moet je het daar ook mooi willen houden. En je kan het wel zeggen, maar ik vind dat je dan ook zelf je steentje bij moet dragen. Weet je wel hoe lang plastic in het milieu blijft. Blikjes zijn van metaal of aluminium, maar aan de binnenkant zit een dun laagje plastic. Dat vergaat in geen honderd jaar. En dan sigarettenpeuken. Dat mensen zichzelf geweld aan willen doen, moeten ze zelf weten, maar als je dan toch moet roken, gooi het dan niet op straat. In één peuk zitten 60 tot 70 soorten zwaar gif en dat verontreinigt uiteindelijk via één zo’n filter dat op straat blijft liggen vele liters grondwater. Ik haal op een zaterdag tussen de 500 en 700 peuken van de straat, tel uit je winst.”

Hoe kom je aan bijvoorbeeld handschoenen en plastic zakken?

“Die krijg ik bij de gemeentewerf aan de Sleutelbloemstraat. Alle middelen worden door de gemeente gratis ter beschikking gesteld. Ik ben al aan mijn derde of vierde knijper toe. Als iets stuk is, dan haal ik daar een nieuwe. De oude wordt gemaakt en die kan dan later weer worden gebruikt. Zo voorkomen we weer een stukje afval.

 

“Ik begrijp dat de gedachte van een straf bij mensen opkomt, maar daar moeten we echt een keer vanaf.”

 

En ook handig. De gemeente haalt alles keurig op. Ik heb vaste plekken in de wijk waar ik de volle zakken kan laten staan en ’s maandags wordt de boel opgehaald. Wel een dingetje is dat het gras in de zomer net op de verkeerde dagen wordt gemaaid. Dan komen ze tegen het eind van de week en worden de blikjes vermalen tot klein stukjes metaal waar de honden hun poten kapot aan lopen. Tot bloedens toe. Ik heb ze al gevraagd op maandag te komen maaien als alles schoon is, maar die boodschap is waarschijnlijk nog niet op het juiste bureau geland om er iets aan te doen.”

Wat voor reacties krijg je?

“Ik word vaak aangesproken. Laatst vroeg een oudere dame: “Moet u dat doen, mijnheer?”. Bleek dat ze dacht dat ik een alternatieve straf had gekregen. Ze schrok behoorlijk toen ik vertelde dat ik brigadier van politie was en dit als vrijwilligerswerk deed. Weet je, er zijn onderhand duizenden mensen die dit om dezelfde reden doen als ik. En ik begrijp dat de gedachte van een straf bij mensen opkomt, maar daar moeten we echt een keer vanaf. Er gaan gelukkig ook vaak duimen omhoog, mensen spreken je aan om te zeggen dat je een lintje verdient en laatst kreeg ik van 2 dames een waterijsje aangeboden. Leuk én lief.”

Werkt het?

“Zeker. De eerste jaren haalde ik op een zaterdag 6 tot 7 volle vuilniszakken op. Nu zijn dat er nog ‘maar’ 3. Het werkt, maar je moet bezig blijven. Gedrag van mensen verander je niet zomaar. Mensen moeten echt doorkrijgen wat ze eigenlijk aan het doen zijn voordat er structureel iets veranderd. En weet je wat ook leuk is: Al die blikjes leveren geld op voor een clubkas of een goed doel. Ik had een paar maanden geleden ruim 3000 blikjes bij elkaar. Kon mooi weer een clubkas van worden gespekt.”

Was de passie voor het milieu er ook al tijdens je werk als brigadier?

“Die is gegroeid tot ik er niet meer omheen kon of wilde. Ik ben na mijn opleiding in 1982 aan de slag gegaan bij de politie in Apeldoorn, toen nog aan de Deventerstraat. Altijd in de noodhulp gezeten. En dat was soms best wel heftig: als je gericht moet schieten of als eerste bij een aanrijding komt met meerdere dodelijke slachtoffers, dan ken je na vele jaren nog alle details. Ik herinner mij een ongeval waarbij een jong meisje werd overreden. Ze heeft het gelukkig overleefd en we hebben zelfs nog contact. Heel bijzonder.

 

“Je hoopt maar dat mensen tot inzicht komen en hun rotzooi weggooien op de plekken die daarvoor bestemd zijn.”

 

Gedurende die jaren ging ik mij steeds vaker ook bezig houden met mensen die van alles uit hun auto gooiden en met illegale lozingen of hennep-afval. Ik herinner mij een gevalletje asbest, van die boete kan je tegenwoordig zo een nieuwe auto kopen. Toen de politie een milieucoördinator zocht, wat je dan naast je gewone werk er als nevenfunctie bij ging doen, keek iedereen als vanzelf mijn kant op. En dat vond ik prima. Vaak langdurige onderzoeken die veel tijd vergden. Ze lieten hun adres er nu eenmaal niet bij achter, maar het gaf veel voldoening als we iets konden oplossen. Je hoopt maar dat mensen tot inzicht komen en hun rotzooi weggooien op de plekken die daarvoor bestemd zijn. We zouden toch allemaal onze wereld een beetje beter en schoner achter moeten willen laten voor onze kinderen en kleinkinderen. We hebben nou eenmaal geen aarde 2.0.”

Voor meer informatie om als vrijwilliger zelf je wijk schoon te helpen houden kijk je op www.zerowasteapeldoorn.com.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over ondernemen

ONDERWERPEN

InBeeld Portretten

Elke maandag ons nieuws in de mail?