In Beeld: Jeroen Taalman

Zaterdag 19 juni 2021

Door Ben Eggermont

 

Kort geleden spraken we Jeroen Taalman over zijn recent uitgegeven boek ‘Portret van de kerk’, een mooie aanleiding om nog eens verder met deze voormalig stadsfotograaf door te praten. Op 10-jarige leeftijd kwam Jeroen vanuit de Alblasserwaard naar Apeldoorn, doorliep zijn middelbare school aan het Myrtus College aan de Talingweg[1]. Na zijn middelbare school studeerde hij Electrical Engineering aan de Universiteit Twente.

Over Jeroen:

Geboren: 11 april 1970

Ouders: Beiden 74 en still going strong.

Broers-Zussen: Ik heb 2 jongere zussen.

Meest trots op: Combineren van allerlei hobby’s tot een prettig veelkleurig palet.

Raakt geïnspireerd door: beeldende kunst, meerlaagse romans, bijvoorbeeld ‘De gevleugelde’ van Arthur Japin waarin veel symboliek een plaats heeft en steeds meer door poëzie, de laatste bundel van Mischa Andriessen.

Hekel aan: televisie die gaat over televisie, populistische politiek, indeling van supermarkten en regenbuien die een week duren.

Is gek op: peated (rokerige) whisky, chocolade, Spaanse zon, cruise control, unboxing van een nieuwe gadget.

Welk boek ligt er op je nachtkastje: net uitgelezen, ‘Harem’ van Ronald Giphart.

Waar mogen ze je ’s nachts voor wakker maken: een bijzonder verschijnsel aan het firmament, zoals volle maan, maansverduistering, langsscherende komeet, ISS, vallende sterren. Plus alles bij ‘Is gek op’ natuurlijk.

Wat bepaalde voor jou de keuze om Electrical Engineering te gaan studeren?

“Ik had op de middelbare school vooral interesse in de exacte vakken en wilde ‘iets met computers’ gaan doen. Toch koos ik niet voor Informatica, omdat ik voorzag dat ik dan een hobby zou verliezen. Het zou dan m’n werk worden. Tijdens een open dag op de Universiteit Twente viel ik voor deze studie; het leek me een mooie combinatie van analoge en digitale techniek, ICT, wiskunde en natuurkunde.”

 

“Werken als fysicus in een zorgomgeving sprak me erg aan, al was het zeker geen jongensdroom.”

 

Hoe kijk je terug op je studietijd in Enschede?

“Wisselend. Mijn studiegroep was een erg leuke groep, maar het UT-wereldje vond ik verder niet altijd inspirerend. Toch heb ik er veel geleerd en ben ik vlot afgestudeerd. Voor een promotieplaats heb ik beleefd bedankt, want ik wilde daar niet langer blijven. Ik wilde graag gaan werken en m’n interesses verschoven naar andere onderwerpen zoals kunst, talen, geschiedenis.”

Je vervolgde je studie in het AMC in Amsterdam voor de studie ‘Klinisch fysicus-audioloog’. Waar kwam deze interesse vandaan?

“Het was toeval dat ik op die opleidingsplaats stuitte. Werken als fysicus in een zorgomgeving sprak me erg aan, al was het zeker geen jongensdroom. Een audioloog is een deskundige op het gebied van gehoor en taal.”

Hoe verhoudt deze richting zich tot Electrical Engineering?

“De audiologie is in Nederland van oorsprong een technisch vak. Mijn vooropleiding was dus juist een vereiste. De vierjarige opleiding maakt je een paramedicus, want techniek is uiteindelijk slechts een onderdeel van dat mooie vak. Als je het gehoor in kaart wil brengen, bestel je tegenwoordig een audiometer. Voor de oorlog moest zo’n apparaat geconstrueerd worden door een stel technici bij elkaar te zetten om zoiets te maken voor het doen van metingen. Zo is vanuit de techniek het vak gegroeid. In andere landen is de audiologie veel meer voortgekomen uit de medische hoek en in Nederland is dat meer vanuit de techniek ontwikkeld. Nederland is echt vooraanstaand geweest en tientallen jaren wereldleider geweest op het gebied van inzicht krijgen in de werking van het gehoor.”

Sinds 2007 ben je verbonden aan Pento, een landelijk opererend audiologisch centrum. Kan je iets vertellen over het werkveld en doelstellingen van Pento en in het bijzonder jouw rol daarin?

“Pento houdt zich bezig met diagnostiek, advisering en begeleiding van mensen met gehoor- of taalproblemen. Dat is dus nog steeds op hetzelfde domein als waar ik in 1993 ben begonnen. Ik werk er echter sinds 2007 als eindverantwoordelijk bestuurder en zie zelf geen patiënten meer. Ik stuur een team van directeuren aan en leg verantwoording af aan een Raad van Toezicht. Pento is een geweldige organisatie met zo’n 380 medewerkers over 8 locaties (‘audiologische centra’) in Midden-, Oost- en Noord-Nederland.”

 

“Misschien is wel het belangrijkste dat de fotograaf er iets mee uitdrukt dat voor hem-/haarzelf betekenis heeft.”

 

Even terugkomend op de fotografie. Sinds wanneer fotografeer je en hoe heeft zich dat ontwikkeld?

“Ik begon ermee toen ik zo’n 18 jaar was. Na een paar jaar kwam daar de klad in omdat ik het frustrerend vond dat mijn foto’s niets leken toe te voegen aan wat er verder allemaal al in beeld wordt gebracht. Het bleef me wel trekken. maar pas veel later, zo’n 15 jaar geleden pakte ik het weer serieus op. Zo langzamerhand kwamen betaalbare en kwalitatief goede digitale camera’s op de markt. Samen met Peter Vroon richtte ik Gelrecollectief op, een club van 5 fotografen en ik volgde een basisopleiding aan de Fotovakschool. Ik kwam in een goede flow en ging ook exposeren. Langzaam ontwikkelde ik m’n eigen stijl. Dat ik in 2015, totaal onverwacht, tot eerste stadsfotograaf benoemd werd, heeft natuurlijk ook geholpen. In die tijd heb ik boeiende projecten gedaan.”

Wat zijn in jouw ogen de criteria voor een goede foto?

“De foto brengt emotie over, brengt de kijker in verwarring (da’s in feite ook een emotie) of maakt een statement. Maar misschien is wel het belangrijkste dat de fotograaf er iets mee uitdrukt dat voor hem-/haarzelf betekenis heeft.”

Staat er al weer een project op stapel?

“De formule van Portret van de Kerk was een uitgebreid, goed voorbereid interview en portretfoto. Die formule werkt goed en leent zich goed voor andere onderwerpen. Ik overweeg iets te gaan doen in natuurbeheer of de jacht. Ik weet daar niets van en verwacht wel wat uit m’n comfortzone te raken als ik daar ontmoetingen organiseer. Gevoelsmatig heb ik wel iets tegen de jacht, maar je weet dat het genuanceerder ligt. Ik zag laatst de documentaire ‘African Hunting Holiday’ van Louis Theroux, waarin uiteindelijk het beeld kantelt en de zaken in een ander perspectief komen te staan. Zo zou ik het onderwerp jacht willen benaderen.”

Je bent ook lid van de Commissie van Toezicht van de Penitentiaire Inrichting (PI) Nieuwegein. Hoe is dit op je pad gekomen?

“Ik zocht iets in het toezicht, als aanvulling op mijn werk bij Pento. Dit kwam op mijn pad en past ook wel bij een vroegere interesse: ik heb ooit een jaartje rechten gestudeerd. CvT-lid word je door benoeming door de Minister. Ze benoemen je voor 5 jaar en daarna kun je nog 2 keer herbenoemd worden. Je kunt het dus vrij lang doen. Wat het extra leuk maakt is het contact met gedetineerden. Dat is een belangrijk onderdeel van het werk. Het lijkt soms wel een beetje op mijn vroegere patiëntenwerk.”

Wat betekent dit lidmaatschap voor je?

“Iets kunnen betekenen voor mensen in de bak geeft een goed gevoel. Ze zijn niet van nature slecht, maar hebben vooral pech in hun leven. Natuurlijk heeft ieder z’n verantwoordelijkheid en het is goed dat misdaad bestraft wordt. Maar humane omgang met gedetineerden hoort in een beschaving. Er zijn natuurlijk allemaal regels, maar gedetineerden hebben rechten. Je hebt recht op een zeker aantal uren buitenlucht, op sport, op werk mits beschikbaar. Daarin gaat wel eens iets mis. Naast een klacht kan het gaan om een grief of gewoon een gesprek met iemand van toezicht. Je bent dan een luisterend oor en bemiddelaar. En omdat je benoemd ben door de minister heb je een onafhankelijke positie ten opzichte van de directie.

Op een gegeven moment was er gedoe met de douches, die functioneerden niet goed. Dan ga je dat ter plekke bekijken in een schouw. En vraag je om een verbeterplan bij de directie, je monitort de voortgang en koppelt dit terug aan de gedetineerden. Ik maak hierbij gebruik van mijn bestuurlijke ervaring. Velen zijn jurist en ik zit er als niet jurist bij om ook oog te hebben voor de niet strikt juridische aspecten. Maandelijks hebben we een bespreking over de stand van zaken. Een paar keer per jaar ben je maandcommissaris. Dat houdt in dat je zo’n 8 tot 10 dagen per jaar ook naar de instelling toegaat om te spreken met gedetineerden. En los daarvan verrijkt het om in een heel andere tak van sport werkzaam te zijn.”

 

“Ik voel me nu fitter dan 10 jaar geleden.”

 

Naast dit alles ben ook een fervent sportbeoefenaar. Wat brengt de sport jou?

“Halverwege m’n 40’er jaren begon ik te groeien. Dat krijg je als je vooral achter je computer zit en van het goede leven houdt. Ik besloot te gaan hardlopen om tijdig bij te sturen. Ik werd daarin extra gemotiveerd door vrienden die hardliepen en door de Roparun waar ik bij betrokken raakte. Ik heb ik een paar jaar meegedaan als teamcaptain en een keer als loper zelf, dan ben je onderdeel van het estafetteteam. Met z’n vieren loop je blokken van 60 kilometer, ieder lid dus 15 kilometer.

Uiteindelijk loop je ongeveer een anderhalve marathon, zo’n 75 kilometer en dat binnen 50 uur. Het effect was al snel dat ik me beter voelde, kon eten wat ik wilde en in de sport een fijne tegenhanger van m’n werk vond. Ik voel me nu fitter dan 10 jaar geleden! Verder is het afzien best fijn: op driekwart van je run het niet meer zien zitten en dan toch doorgaan en alsnog finishen. Overigens ben ik sinds corona ook gaan wandelen en fietsen. Veel buiten zijn vind ik erg plezierig.”

Als bestuurder ben je ook actief op meerdere  fronten zowel in beroeps- als niet-beroeps gebonden organisaties. Hoe houd je, in een tijd die veel druk legt op mensen, de balans in de gaten tussen al deze zaken en je privé-leven?

“Een echt onderscheid tussen werk en niet-werk maak ik niet. Dat komt omdat al de dingen die ik doe erg leuk zijn en niet als verplichting aanvoelen. En ik denk ook wel dat ik best efficiënt ben in alles wat ik doe. Mijn tijd op de UT en in het AMC waren tropenjaren, daarna is het eigenlijk steeds relaxter geworden. Overigens kan ik bij de meeste dingen mijn eigen agenda bepalen. Dat is een groot voorrecht. Als het werk voor je gepland wordt, ervaar je veel meer werkdruk zo is bewezen.”

Hoe ziet je toekomst er de komende 5 jaar uit?

“Niet te veel plannen en voldoende ruimte toelaten aan het toeval: kijken wat er op m’n pad komt. Bij Pento wil ik graag onze doelen voor 2025 bereiken. We hebben een prachtige, ambitieuze agenda waar we volop mee bezig zijn. Ik hoop meer fotoprojecten te doen zoals Portret van de Kerk en zodoende verder te komen in de fotografie. Wat hardlopen betreft: nog een marathon succesvol volbrengen is iets waar ik wel graag naartoe zou willen werken.

Ik heb Rome en Palma gedaan, Bilbao ging niet goed vanwege een blessure en heb ik met pijn een halve marathon gelopen. Die zou ik dus nog wel een keer succesvol willen afronden. Bilbao is een marathon die in oktober in de avond en nacht wordt gelopen, waarbij je de hitte van een Rome en Palma kunt vermijden. En verder, het is cliché, gezond blijven en in goed contact blijven met alle fijne mensen om me heen.”

[1] in 1988 gefuseerd met de Visser-mavo en sinds die tijd bekend als scholengemeenschap De Heemgaard.

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over ondernemen

ONDERWERPEN

In Beeld Portretten

Elke maandag ons nieuws in de mail?