In Beeld: Onthullend boek van Arnold Zweers

Zaterdag 28 september 2019

Door David Levie

Na ‘Popsporen’ en ‘Stiekem Trots op Apeldoorn’ verlaat Arnold Zweers het pad van feel good en komt hij met zijn derde en nieuwste boek ‘Apeldoorn in de steigers’ weer heel dichtbij zijn oude vak: de journalistiek.

Aan de hand van nostalgische verhalen die hij optekende in zijn ouderlijk huis aan de Kraaienweg komt Zweers bij het heden terecht en laat hij zo’n 40 bekende en minder bekende experts in sectoren als de bouw, de zorg, de cultuur, de sport en het zakenleven aan het woord over de toekomst. Gisteren (vrijdag 27 september) heeft hij zijn boek gelanceerd, vandaag (zaterdag 28 september) ligt ‘Apeldoorn in de steigers’ bij iedere boekhandel in de stad waar hij is geboren, getogen en tot in lengte van jaren hoopt te blijven wonen.

Eén van de nieuwtjes, die hij speciaal voor Apeldoorn Direct onthult, is het feit dat de Julianatoren zich bewust is van z’n unieke ligging in een natuurgebied en definitief heeft besloten niet langer uit te breiden. Minder fraai is de toekomst voor Apeldoorners die straks een huis willen kopen. De Randstad is voor velen die daar nu nog wonen of willen kopen veel te duur geworden en binnen afzienbare tijd is dat ook merkbaar op de Veluwe. De Apeldoorner dreigt de slag met de vertrekkende Randstedeling te verliezen, zo laten makelaars, die naar zijn zeggen overspoeld raken met aanvragen, hem weten.

Wil Apeldoorn het tij keren dan zal er ook over de A-1 moeten worden gekeken voor een nieuwe wijk. ,,Alleen de VVD voelt daar wel voor”, zegt Zweers, ,,maar de andere politieke partijen nemen een afwachtende houding aan. Dat gebrek aan slagvaardigheid kan Apeldoorn wel eens zwaar gaan opbreken.”

„Trainer Peter Bosz: ,,Visionairs in Apeldoorn worden tegengewerkt””

Woorden van die strekking komen ook uit de mond van voetbaltrainer Peter Bosz die net als de auteur in Apeldoorn Zuid is opgegroeid. Bosz is van mening dat Apeldoorn visionaire mensen nodig heeft. En dat degenen die lef tonen te vaak worden tegengewerkt.

Zweers gaat in zijn boek ook de diepte in en blijft daarvoor, als het om de mooiste anekdotes gaat, heel dicht bij huis. Neem nu twee roofmoorden die niets met elkaar te maken hebben, maar die rond 1920 door een speling van het lot wel van grote invloed zijn geweest op de ontwikkeling van Apeldoorn Zuid, thans een wijk met 17.000 inwoners.

Nooit opgelost is het raadsel rond de dood van boer Johannes Houtjes in 1918. ,,De tijd van mijn opa”, verduidelijkt de boekenschrijver. ,,In die dagen bestond Zuid uit bosjes, heide en weilanden.” Zweers vertelt over de moord op Houtjes die in eerste instantie grond leek te hebben verkocht aan een woningbouwvereniging, maar later nog kon terugkrabbelen en uiteindelijk alleen akkoord wilde gaan met een aanzienlijk hogere prijs. Nog voor de bouw noodgedwongen moest worden stilgelegd werd de agrariër van het leven beroofd. Een dader is nooit gevonden. Een verband met de woningbouwvereniging wil Zweers absoluut niet leggen.

Een paar jaar later werden twee Apeldoornse bouwvakkers verdacht en veroordeeld wegens moord op een overwegwachter in het Zuid-Hollandse Hardinxveld-Giessendam. Een journalist verdiepte zich als een Peter R. de Vries avant la lettre in de zaak en kwam met de ware feiten boven water. De twee Apeldoorners, die vier jaar hadden vastgezeten, kwamen vrij en ontvingen een bedrag van 4000 gulden als smartengeld. Een van de twee, ene Jan Teunissenen ontpopte zich als een succesvolle bouwondernemer die zich op de particuliere markt ging richten. Hij liet kleine twee-onder-1-kap-woningen bouwen, die gretig aftrek vonden. Aardig detail is de oude varkensschuur van Teunissen waar onderduikers in de oorlog een tijdelijk onderdak werd geboden. Over de rol van Teunissen zelf daarin tast Zweers in het duister.

Zorgen over de zorg

Zeer helder is hij over de toekomst van de zorg. Ook in dat onderwerp neemt hij de lezer eerst mee naar zijn eigen ouders die een hoge leeftijd bereikten. Vader Zweers wilde in zijn laatste levensjaren niets weten van een verpleegtehuis. (,,Ie brengt mien noar de gevangenis”). Zijn moeder, weduwe inmiddels, vond het in een zeer eenvoudig tehuis heel gezellig.

Om zijn licht op te steken over het heden ontving de schrijver zijn plaatsgenoot Paul Blokhuis, die als staatssecretaris over de zorg gaat. Minder beroemd is de directeur van een relatief nieuwe speler op de ouderenzorgmarkt Klein Geluk, dat uit een fusie in de lokale wereld van de ouderenzorg is ontstaan. Dat de problemen groot zijn zal niemand verbazen. Tijd om een praatje met cliënten te maken is er voor het verplegend personeel niet of nauwelijks. Maar bij Klein Geluk doen ze hun uiterste best. Alleen als de beschikbare mensen efficiënter worden ingezet kan er sprake zijn van enige verbetering, zo luidt daar de toekomstvisie.

,,De problemen zijn her en der gigantisch”, vervolgt Zweers. Ook het gebrek aan vaklui is schrijnend. Zweers laat daarover onder meer Krista Walter van woningcorporatie De Goede Woning aan het woord. Ze vertelde Zweers dat ze iedere ochtend moet afwachten of de loodgieter die ze heeft besteld geen andere klus heeft aanvaard die financieel aantrekkelijker voor hem is.

En wat moeten we doen als de verwarmingsketel het begeeft? De tijden van aardgas lijken straks voltooid verleden tijd. Arthur van Schayk kijkt al over het ombouwen van de ketel heen. De directeur van Remeha noemt waterstof als dé oplossing van de toekomst. Dat vraagt om wat aanpassingen van ons aardgasnet maar die zijn naar zijn mening niet onoverkomelijk.

Vreemd dat we dit soort oplossingen, opgetekend uit de mond van een Apeldoorns bedrijf en ander nieuws dat hij brengt, niet in de plaatselijke krant lezen. Maar Zweers is er de man niet naar om uit te halen naar het blad waarvoor hij dagelijks schreef. Zweers is een man die van zijn stad houdt. Dat blijkt uit eerdere boeken en hij voelde zich als journalist nauw betrokken bij het wel en wee van de lezer. ,,De regio die ze op de krant willen bestrijken is veel te groot”, meent de oud-journalist. ,,Dat gaat naar zijn mening ten koste van het plaatselijke nieuws. Wat moet de lezer in Apeldoorn nu met Zwolle of Raalte? Het Apeldoorn-gehalte is in veel verhalen ver te zoeken. Ik wil er verder niet te diep op ingaan, maar jammer vind ik het wel.”

„De Oranjerie is net een ziekenhuis. Ik ben me rot geschrokken”

Net zo spijtig vindt hij hoe de Oranjerie uit de steigers is gekomen. De verschijningsdatum van zijn boek viel net iets te vroeg om daarover iets aan te kunnen toevoegen. ,,Ik wist laatst niet wat ik zag. De Oranjerie is uiteindelijk in Engelse handen terecht gekomen. Ik weet niet of het daaraan ligt, maar het lijkt wel een ziekenhuis. Ik herinner me nog de oplevering in 1993. Het was een pareltje met dat grote, centrale plein. Hartstikke gezellig ook. En dan nu. Vreselijk wat een kille bedoening. Ik ben me rot geschrokken.”

Heden, verleden en vooral toekomst. Zweers blikt al weer vooruit, want er komt een vierde boek met Apeldoorn in de hoofdrol. Als het aan hem ligt verschijnt er om de twee jaar een boek van zijn hand. Als hem wordt gevraagd naar zijn motivatie geeft hij in feite echt antwoord op een eerder gestelde vraag . ,,Waarom? Omdat Apeldoorn dat nodig heeft.”

ONDERWERPEN

InBeeld Portretten

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over ondernemen

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?