In Beeld: Op de Boerderij bij Bertus en Riek

Zaterdag 5 september 2020

Door Marieke Nuijten

“Ik ga met pensioen”, zei Else-Mein op 25-jarige leeftijd. Haar werk in de psychiatrie gaf haar niet meer de voldoening waar ze naar zocht. Dus ging Else-Meine op zoek naar wat haar hart sneller deed kloppen. Zo’n 6 jaar na haar stoere pensioen uitspraak heeft ze 6 gevlekte varkens in de wei rondlopen en draagt ze een boerenzakdoek om haar hoofd. Geheel op eigen, eigenwijze wijze, runt ze een boerderij, boerderijwinkel ‘De Boerderij van Bertus en Riek’ én zorgt ze zelf voor de promotie. Ook buiten de grenzen van Beekbergen weten ze ‘De Boerderij van Bertus en Riek’ inmiddels te vinden. De vraag naar (h)eerlijke producten is enorm. Zo vanaf het land, rechtstreeks in de hand. Een bijzondere carrièreswitch, dus zochten we haar op.

Dit is Else-Mein
Geboren: 17 september 1989
Verliefd en samenwonend met: Maarten
Als ik mag kiezen komt dit vanavond op tafel: Pannenkoeken
Stel je wordt morgen wakker in een ander land, waar?: Australië of Nieuw-Zeeland, ver weg
Als ik een dier was, was ik: Ik denk een varken, bij mij gaat alles erin (lacht)
Mijn slechtste eigenschap: Ik heb de oren zo nu en dan kort aan de kop staan
Noem eens 1 ding wat mensen niet weten van jou: Ik draag altijd ‘Happy-Socks’
Wat is het laatste nummer waarop je hardop hebt meegezongen: Ik blèr met alles mee
Het mooiste compliment dat ik ooit kreeg: Dat mijn familie trots op mij is. En de boekhouder gaf me laatst ook een compliment dat ik goed bezig ben.

Van 1950 naar 2020, neem ons eens mee in vogelvlucht.

“In 1950 zijn mijn opa Bertus en Oma Riek op deze boerderij gaan wonen. Ze dreven een gemengd agrarische bedrijf en deden dat op de manier zoals wij dat nu ook nog doen. Ze hadden van alles wat, heel gewoon in die tijd. Beesten, aardappelen, groenten. Opa en oma voelden goed aan waar de handel zat. Was er vraag naar kippen? Dán gingen ze in de kippen. Zo verdienden ze de kost. Groeihormonen en bestrijdingsmiddelen waren niet of nauwelijks verkrijgbaar. Eind jaren 70 begin 80 zijn ze gestopt, waarna mijn vader en oom het bedrijf hebben overgenomen. Na het verkopen van het melkquotum hebben ze nog een tijd in het vleesvee gezeten. Samen runden ze, naast de boerderij, nog een ventwagen waarmee ze de boer op gingen. Ook kwam er een onderneming bij in rubber matten (Gemjo), welke ze tot de dag van vandaag nog runnen. Deze rubber matten worden gebruikt in de industrie en de agrarische sector. In de tussentijd bleef de boerderij bestaan maar echt actief boeren, dat was er niet meer bij. In juni 2018 hebben Maarten en ik de kans gekregen en genomen om daar verandering in te brengen.”

Droomde je er als klein meisje van om boerin te worden?

“Haha, nee. Ik wilde kok of verpleegkundige worden.”

Dan is boerin wel aardig close, haha.

“Nou ja verzorgen doe ik, koken (en eten) ook! Studeren is geen hobby van me. Mijn diploma verpleegkunde behaalde ik dan ook met een kleine vertraging. Met dat diploma op zak heb ik enige tijd in de psychiatrie gewerkt. Het werken met mensen die een beperking of extra zorg nodig hebben vind ik fantastisch. Maar het systeem hier in Nederland zint me van geen kant. Op mijn 25ste hakte ik de knoop door en zei ik stoer: ‘Ik ga met pensioen!’ en nam ontslag.”

Toen zat je thuis?

“Klopt. Als vanzelf rolde ik in het bedrijf van mijn vader (het rubberbedrijf) en niet veel later besloot ik mijn vrachtwagenrijbewijs te gaan halen en belandde ik voor een jaar of 2 op de vrachtwagen. En toen deed het zich voor dat we de boerderij konden overnemen.”

En dan ineens bedenk je: ik wil wel boerin worden?

“Ons gezin is dol op lekker eten. Zo werd de interesse aangewakkerd naar waar dat lekkers vandaan komt. Mijn moeder had altijd al een moestuin met een overproductie. Alle buren en vrienden stopte ze haar oogst toe. Onbespoten pure productie waarvan we zelf niet eens doorhadden hoe bijzonder dat tegenwoordig is. Toen popte het idee op om het boeren iets uit te breiden. Wij, als gezin, wilden graag dieren. Dat werden varkens. Een varken wordt hier in een jaar groot, een koe doet daar gemiddeld 4 jaar over. Ik dacht: ‘Als we snel resultaat willen, dan moeten we met de varkens beginnen’.”

Kijk nu eens om je heen, dat is snel gegaan!

“In juni 2019 kwam ik op het idee een open dag te organiseren. Om dat bekendheid te geven maakte ik met hulp van internet een Facebookpagina en een evenement aan en bouwde een website. Allemaal zonder kennis, gewoon een beetje kijken op internet. De avond voor de open dag vroeg mijn vader: ‘Wat verwacht je er eigenlijk van morgen?’. Ik antwoordde: ‘Het zou nog best weleens druk kunnen worden’. Mijn gevoel klopte, er kwam 300 man! De vraag naar een eerlijk product was dus groot. Vlak voor de open dag hadden we ons eerste varken geslacht. Die dag verkochten we dat eerste varken, wát een hoogtepunt. Dat ene varken smaakte naar meer. Ik verzamelde bestellingen tot ik voldoende had voor nog een varken. Al snel werd duidelijk dat er meer behoefte was om wekelijks vlees af te halen, in plaats van ineens een vriezer vol te hebben. Dus kwam er bij ons een vriezer bij de voordeur. Wekelijks hadden we verkoop vanuit die vriezer bij de deur. De openingstijden werden steeds ruimer, de vraag groter.”

De boerderijwinkel was dus een welkome toevoeging?

“We hebben sinds eind juli een omgebouwde unit op ons terrein staan, waaruit we onze producten verkopen. Het gaat als een speer. Er is meer vraag dan aanbod. Dus hebben we de handen ineen geslagen met andere boeren, die net als wij vanuit een bepaalde liefde, filosofie of passie werken.”

Gaat er weleens iets fout, heb je weleens pech?

“We hebben dit voorjaar visite gehad van een vos, 20 kippen in één keer foetsie. Overal veren, geen kip meer te bekennen, dat was balen. Inmiddels zijn de kuikentjes uitgegroeid en beginnen de jongen hennen ook eieren te leggen. Daarnaast werken we samen met een biologische kippenboer in de buurt. Die verbouwen, net als wij, hun eigen granen waarmee de dieren worden gevoerd. Ze hebben er zelfs een ‘skybox’ waar vanuit je over de kippen kunt kijken.”

Dus, Bertus en Riek waren jouw opa en oma? Wat kun je je nog van hen herinneren?

“Niet zoveel. Toen ik geboren werd, is mijn toen nog zieke oma voor de laatste keer uit bed gekomen. Kort daarna stierf ze. Het voelt dan ook als een eer dat ik haar taak hier mag overnemen. Mijn opa Bertus leefde tot ik een jaar of 12 was. Daar herinner ik me wel wat van, maar niet in zijn actieve rol als boer.”

Met wie draai jij de boerderij?

“Met het hele gezin. Mijn moeder is de moestuinmevrouw, papa houdt zich bezig met de receptuur voor het voeren van de dieren. Samen met mijn broer is mijn vader daarnaast verantwoordelijk voor de technische klussen, zoals graan dorsen. Bij de technische klussen kan ik hand-en-spandiensten leveren. Maarten springt bij wanneer hij kan, hij is vrachtwagenchauffeur. We hebben nu en dan wat hulp van vrijwilligers. De rest doe ik lekker zelf. De dagelijkse zorg voor de dieren, contacten met collega boeren, zoektochten naar verdere uitbreiding, klantencontact, boekhouding, et cetera.”

Wat valt er nog te leren?

“Ik ben van origine geen boerin, dus eigenlijk alles! Ik krijg veel mee van mijn ouders, andere boeren en de verhalen van vroeger. Uren heb ik doorgebracht bij de slager (ter Weele in Oene). Ik vroeg hem de oren van de kop. Want pas als het varken geslacht is, zie je het effect van jouw manier van voeren en verzorgen. Door te kijken naar het vlees leer je dus of je goed bezig bent. De eerste keer dat ik daar kwamen wist ik niet wat ik meemaakte. Die slager bleef maar gooien met ons vlees. Ik werd er gewoon een beetje lelijk van en snapte niet waarvoor dat nodig was. Toen ik hem vroeg wat hij aan het doen was, vertelde hij dat het een test was. Hij keek hoeveel vocht er uit het vlees kwam. Niets dus, want ons vlees wordt niet volgespoten. Daar worden de jongens in de slagerij ook blij van.”

Is boeren anno 2020 nog wel zo leuk?

“Doordat we zo klein zijn wel. We zijn van niemand afhankelijk en ik heb rechtstreeks contact met de eindconsument. Onze producten vind je alleen bij ons in de winkel, niet in de ‘Ekoplaza’ of ergens anders. Dán is het leuk en kun je de tijd nemen voor hetgeen je de mensen wilt meegeven.”

Is die rode zakdoek om je hoofd bedrijfskleding?

“Die powervrouw uit Amerika van de propagandaposter met de tekst ‘We can do it’ droeg ze en mijn oma droeg hem ook. Hij staat in mijn ogen symbool voor: ‘Ik ga er voor’. Op onze polo’s staan ook altijd mooie uitspraken in dialect. Mensen moeten daar vaak om lachen, daar hou ik van. Er mag best wat meer gelachen worden.”

Een goudmijntje?

“Nou, het is geen vetpot, hoor. Maar ik doe het met zoveel toewijding en passie. Ik vind het fantastisch mooi om te mogen doen. Doordat we alles zelf doen hebben we zoveel kennis in huis en kunnen we alles verantwoord verkopen.”

Als je heel Apeldoorn 1 product mocht laten proeven, wat zou dat dan zijn en waarom?

“Dan ga ik voor de speklap als ik dan toch moet kiezen. Onze speklap heeft net wat extra vet en néé, dat is niet direct ongezond. Niets lekkerder dan gebakken piepers met bietjes en een speklapje uit eigen tuin.”

Zorgen, ondernemen en volgen, waar haal jij je ontspanning uit?

“’s Avonds loop ik een rondje met de honden om de boel op slot te doen. Dat rondje duurt meestal iets langer. Dan ga ik ergens zitten en geniet ik van de vogeltjes en verder helemaal niets, dat is voor mij ontspannen. En de zondag, die is voor ons.”

Op welke samenwerkingen ben je het meest trots?

“We hebben een paar mooie samenwerkingen. Zo kun je bij ons terecht voor ‘IJs van Co’ uit Hoenderloo, eieren van ‘De Kippenboer’, honing van imker ‘Bij Daan’ uit Hoenderloo, bier van ‘Puik Bieren’ uit Apeldoorn. Bij die laatste liggen onze worsten op de borrelplank. Maar het meest trots ben ik op die met ‘Slagerij Ter Weele’ uit Oene. Puur omdat we zoveel van elkaar kunnen leren, dat is heel tof.”

Pluimvee, varkens, moestuin en een winkel. Waar word jij het meest blij van?

“De varkentjes, onze ‘Bonte Bentheimers’. Ik heb geen groene vingers, de tuin vindt moeders erg leuk om te doen samen met een paar vrijwilligers. Kippen vind ik ook mooi, maar daar krijg je minder een band mee. Met die varkens heb ik echt een band. Na een jaar intensief verzorgen herken ik de karakters van de dieren. En het resultaat van een jaar lang zorgen voor die dieren, dat is de kers op de taart.”

Het zijn wel aparte varkens zo met die vlekken.

“Klopt, de ‘Bonte Bentheimer’ is ook een uniek ras. Ze staat bekend als een zeldzaam (huis)dierenras. Hij groeit ook langzaam en is dus productief niet zo interessant. Hij staat bekend om de prachtige melange, de verhouding van vet en vlees.”

Welk plekje hier is jouw lievelingsplekje?

“Het hekk’nsgat bij de varkens, dat vind ik een fijne plek. Kijkend over de dieren, dat geeft een fijn gevoel. Zonder direct als een geitenwollen sokken boerin te klinken.”

Wie is je meest bijzondere klant?

“Dat is Maria! Een meisje met een meervoudige beperking. Haar moeder belt mij wekelijks met de vraag wat we in de verkoop hebben. Ze schrijft dat op een briefje waar Maria mee door de buurt gaat. Als de buren hun bestelling hebben gedaan, komt Maria met haar moeder naar ons toe om de boodschappen te doen.”

Waar droom je nog over?

“Ik zou in de toekomst wel een stenen winkel willen op dit terrein. Maar voor nu droom ik ervan om nog veel meer mensen kennis te laten maken met ons én met onze manier van boeren. Verder hoop ik mijn enthousiasme nooit te verliezen en iedere dag met dezelfde glimlach over het land te mogen lopen.”

ONDERWERPEN

InBeeld Portretten

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over ondernemen

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?