De steiger (6): Een confrontatie

Zondag 18 augustus 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

Van het laatste geld uit zijn broekzak kocht Jurgen Lambal een kleine portie friet zonder saus.
‘Dat het je mag smaken,’ zei Marcel van achter de toonbank.
‘Dank je. Dat zal het zeker.’
‘Ben je alleen? Waar zijn je vrienden?’
‘Ha, die liggen vast nog ergens te slapen. We hebben de afgelopen dagen en avonden veel gefeest.’
‘O? Hoezo dat? Wat hadden jullie te vieren dan?’
‘Gewoon. Niets. Het leven of zo,’ loog Jurgen. Hij dacht terug aan de lepe manier waarop ze de vele wiet uit de coffeeshop hadden gejat. Veel ervan hadden ze verkocht en het geld verdeeld. Maar een ander deel hadden ze gehouden en zelf gebruikt. Op de vissteiger was het bijna iedere dag raak.
‘Jullie zijn leuke en goede klanten van mij,’ zei Marcel.  
‘Klopt.’ Jurgen grinnikte. Vaak ging een van hen vieren wat te eten halen hier in de snackbar en dat aten ze dan op de steiger op. Blikken energydrank, bier, breezers, witte wijn en wiet maakten het feest compleet.
‘Volgens mij zijn Anoek, Mariska, Maikel en jij een hecht clubje geworden.’
‘Dat zou zo maar kunnen,’ zei Jurgen, terwijl hij gulzig de weinige frieten in zijn mond propte. Toch lagen de verhoudingen vreemd. Mariska liet zich afwisselend door Maikel en dan weer door haar vaste vriendje Jos pakken. En hoewel Anoek hem steeds beloofde dat ze ooit nog eens met hem wilde vrijen, vond Jurgen het maar raar dat ze iedere avond keurig terugging naar haar Ricardo.
‘Maar ik vind het prima,’ zei Marcel. ‘Zo lang jullie je eten en drinken hier komen kopen.’ Hij grijnsde. ‘Waar doe je het trouwens van? Jij had toch geen baan en laatst zei je nog dat die uitkering geen vetpot is.’
Nu grijnsde Jurgen.
‘Ik zal niet verder vragen,’ zei Marcel grinnikend.
Jurgen stopte de laatste frieten in zijn mond, veegde zijn vingers aan een servetje af en verliet de snackbar. Hij had nog steeds honger.

Jurgen liep het winkelcentrum af en stak de grote weg over. Bij het bruggetje over het kanaal ging hij linksaf. Iets verderop was de vissteiger. De zon begon al wat te zakken. Jurgen had de halve dag in bed gelegen, maar toch voelde hij zich nog steeds moe. Hij wilde even uitrusten op de steiger.
Toen hij bij het paadje naar beneden kwam, hoorde hij stemmen. Er klonk geschreeuw. Vanaf de straat kon je niet zien wie er op de steiger stond en Jurgen was wel benieuwd.

‘Vooruit! Waar heb je hem gelaten?’ hoorde hij. Jurgen herkende de stem goed. Het was die van Maikel. ‘Je hebt het recht niet!’ Jurgen liep het paadje in, maar ging de steiger niet op. Hij bukte en verborg zich aan de kant in het hoge gras en riet dat de steiger aan het oog onttrok.
‘Ik heb hem ergens veilig ondergebracht,’ zei iemand anders. Wacht, Jurgen had die stem ook wel eens gehoord. Hij duwde het riet wat opzij en kon nu een stukje op de steiger kijken. Het was dat meisje in de sportrolstoel, dat hij een tijdje terug had ontmoet hier. Hoe heette ze ook weer? Sonja, dat was het. Ze was de vriendin van Maikel. ‘Ergens waar jij hem geen kwaad kunt doen.’
‘Kwaad!?’ hoorde Jurgen Maikel schreeuwen. ‘Je zult eens weten wat er gebeurt als ik kwaad word!’
‘Dat weet ik heus wel, Maikel.’ Plots klonk de stem van Sonja bijna verdrietig. ‘Ik wil niet dat je Tijs iets aandoet. Daarom heb ik hem verstopt.’
‘Het is ook mijn kind!’ brulde Maikel. ‘Het is ook mijn kind, kutwijf!’
‘Blijf van me af, Maikel!’ Jurgen zag dat Maikel haar bij haar handen had beetgepakt en hij sleepte haar wat uit het zicht.
‘Het is ook mijn kind!’ ging Maikel tekeer. ‘Hoe durf je?’
‘Kijk nou hoe je bent, Maikel,’ gilde Sonja snikkend. ‘Oké, ik had het met je moeten overleggen, maar je bent soms zo onredelijk. Ik wil zo graag hulp…’
‘Hoer, kutwijf!’ Jurgen kon niet goed zien wat er nu gebeurde.
‘Niet slaan!’ klonk de stem van Sonja. ‘Au! Asjeblief, niet slaan!’
Jurgen strekte zijn hals. Hij zag de twee op de steiger. Maikel gaf een trap tegen de rolstoel. Die kantelde achterover en viel tegen de lage reling. Sonja gilde. Door de kracht van Maikels schop tegen haar wagen verloor ze haar evenwicht. Ze was te laat om zich ergens aan vast te grijpen en duikelde achterover haar rolstoel uit. Jurgen zag haar verdwijnen en hoorde een plons. Wat moest hij doen? Als hij tevoorschijn kwam, kreeg hij eerst met Maikel te maken. Veel tijd om na te denken, kreeg hij niet. Maikel kwam het paadje opgerend. Jurgen dook dieper weg achter het hoge riet. Maikel passeerde hem op nog geen meter afstand, maar zag hem niet. Hij bleef rennen in de richting van de brug over het kanaal en van het winkelcentrum.

Jurgen keek hem niet na, maar stond op en holde bliksemsnel naar de reling van de steiger. ‘Sonja!’ fluisterde hij halfhard. ‘Son!’ Gelukkig, daar zag hij een hand omhoogkomen. Jurgen liet zich op zijn buik op de steiger vallen en greep haar sporthandschoentje vast. Toen trok hij de hand omhoog. Daar verscheen het hoofd van Sonja boven water. Ze hoestte en proestte. Jurgen trok haar nog verder omhoog en sloeg zijn andere arm onder haar oksel. Voorzichtig sleepte hij haar uit het water op de steiger. Hij legde haar op haar rug en knielde naast haar. ‘Sonja? Son? Gaat het?’
Sonja hoestte en opende haar ogen. Hijgend keek ze hem aan. ‘Jurgen,’ huilde ze.
‘Ja, ik ben het.’
Sonja probeerde overeind te komen. Het lukte maar half. Jurgen hielp haar tot ze rechtop zat. ‘Gaat het?’ vroeg hij.
‘Het gaat,’ knikte ze snikkend. ‘Ik leef nog.’
‘Gelukkig.’
‘Ik wil naar huis.’
‘Laat me je helpen.’ Jurgen trok de rolstoel naar zich toe. Hij zette zijn schouder onder haar oksel, sloeg zijn arm om haar middel, hielp haar omhoog en tilde haar in de rolstoel. Het viel hem op hoe licht ze was. ‘Kon je niet zwemmen?’ vroeg hij.
‘Met deze benen?’ vroeg ze. Toen ze goed en wel zat, zei ze: ‘Dank je.’
Jurgen keek haar aan. Ze rilde. ‘Je hebt het koud.’
Sonja knikte. Het water droop uit haar kleren en haar haren. Jurgen deed zijn jas uit en hing die om haar schouders.
‘Waar moet je heen?’ vroeg hij. ‘Ik breng je wel even.’ Hij duwde de rolstoel de steiger af, het paadje omhoog.
‘Rechtsaf,’ wees Sonja.

De sportrolstoel was laag en Jurgen moest voortdurend bukken om bij de rugleuning te kunnen komen. Hij werd er moe van, maar het kon hem niet schelen. Sonja wees hem bibberend de weg en na twintig minuten kwamen ze bij een flatgebouw.
‘Hier is het,’ zei Sonja. Ze nam de controle over de rolstoel weer over. Met haar armbewegingen reed ze naar een voordeur op de begane grond. ‘Oh, wil je nog even helpen? Mijn sleutel zit in mijn linkerbroekzak, maar mijn spijkerbroek is zo nat, daar kan ik niet bij.’ Ze duwde zichzelf met haar handen op de leuningen omhoog. Jurgen stak zijn linkerhand in haar linkerbroekzak, peuterde de sleutelbos eruit en gaf die aan Sonja.
‘Dank je,’ zei ze en ze opende de deur.
Jurgen bleef buiten staan.
Sonja draaide zich om in de deuropening en zei: ‘Je mag wel binnenkomen, hoor.’
‘Als ik je kan helpen.’ Jurgen liep naar binnen en deed de voordeur achter zich dicht.
‘Ik ga naar de badkamer om te douchen en warm te worden,’ zei Sonja. ‘Wil jij uit mijn slaapkamer kleren pakken? Ik druip nog steeds. Op de stoel naast het bed ligt wel een shirt en een broek. O, en mijn vest vind je ook wel ergens.’
Sonja schoof een deur open en Jurgen zag dat het een ruime badkamer was. Ze reed er naar binnen en deed de deur weer dicht.

Jurgen liep verder. Links was de woonkamer. Dan was een van die andere twee kamers vast de slaapkamer. Inderdaad. Er stond een keurig opgemaakt tweepersoonsbed en naast het nachtkastje stond een stoel. Jurgen pakte er een hemdje en een broek vanaf. Haar vest lag op het voeteneind van het bed. Hij schoof een klerenkast open en zag een stapeltje ondergoed. Hij pakte een onderbroekje, een bh en een paar sokjes. Toen liep hij terug naar de badkamer en klopte op de deur.
‘Sonja?’ vroeg hij. ‘Ik heb je kleren.’
‘Kom maar binnen!’ riep ze. Jurgen opende de deur en zag haar door de stoomwolken heen bloot onder de douche zitten, op een stoeltje dat aan de muur was bevestigd. ‘Leg daar maar neer,’ wees ze.
‘Ik heb ook wat ondergoed erbij gedaan.’
‘Dat is lief van je.’
Jurgen verliet de badkamer en deed de deur weer dicht. Ze had goede tieten, vond hij. Toen ging hij de woonkamer binnen. Het was een ruime, lichte kamer. In een hoek was een open keuken. Er stond een eettafel met twee stoelen en een kinderstoel. Aan de andere kant was een zithoek met een enkele bank. Ook zag hij een kast met een kleine tv en een draagbare radio. Ernaast stonden boeken, een paar dvd’s en cd’s. Jurgen liep naar de kast. Hij zou wat spullen kunnen meenemen en verkopen. Dan had hij weer geld. Hij zou het kunnen doen. Maar hij deed het niet. Sonja zou ongetwijfeld weten dat hij het had gedaan. En vroeg of laat zou Maikel wel weer met een goed plan komen. Zoals met die kratten of die partij wiet uit de coffeeshop. Zou de eigenaar iets vermoeden? Dat hij het was geweest die zijn halve voorraad had gejat, terwijl Mariska en Anoek hem afleidden?
Jurgen liep naar de bank en ging zitten. Op de grond lag wat speelgoed: autootjes, een trein en een knuffelbeer.

Daar was Sonja. Ze kwam naar hem toegereden. Jurgen ging aan een kant van de bank zitten, zodat ze makkelijk naast hem kon komen. Ze stak haar hand uit. Jurgen schudde hem. ‘Dank je wel,’ zei ze. ‘Je hebt me gered.’
‘Och, het was niets.’
‘Noem dat maar niets. Als jij er niet was geweest, was ik misschien niet boven water gekomen. En wie weet hoe lang ik aan die steiger had moeten hangen? Ik was er zelf nooit uitgekomen en lang had ik het niet vol kunnen houden.’
‘Nou ja. Graag gedaan, dan.’
‘Kan ik iets voor je doen? Ik wilde eten maken. Eet je mee?’
Jurgen knikte verlegen. Sonja ging naar de keuken. Hij drentelde achter haar aan en ging aan de keukentafel zitten.
‘Spaghetti, lust je dat?’
‘Lekker.’
Sonja ging in de weer met tomaten, een ui, paprika en allerhande kruiden. Jurgen vroeg zich af hoe lang geleden het was geweest dat hij nog een verse maaltijd had gehad. Hij keek naar Sonja en hoe handig ze zich bewoog in de keuken die voor haar was aangepast. ‘Kook je vaak?’ vroeg hij.
‘Iedere dag. Ik vind het leuk. En ik heb een kindje dat goed moet eten.’
‘Waar is Tijs nu?’
‘Ik heb hem ergens onder moeten brengen.’
‘Hoezo dat?’ vroeg Jurgen. ‘Ging jullie ruzie op de steiger daar ook over?’
Even legde ze haar mes stil op de snijplank en liet ze haar hoofd hangen. ‘Ik wil er niet over praten,’ zei ze.
‘Sorry,’ zei Jurgen. ‘Het gaat me niet aan.’
‘Geeft niet. Wil je voor mij het gehakt uit de koelkast pakken?’
Jurgen deed het en ging weer zitten. Drie kwartier later zaten ze aan tafel.

‘Jij kunt eten,’ zei Sonja. ‘Normaal is dit voor vier personen en ik eet niet eens zo veel. Je hebt de pan helemaal leeggemaakt.’
‘Het was dan ook heel lekker,’ zei Jurgen. Hij likte zijn vingers af.
‘Kook je zelf ook?’
‘Nee.’
‘Je mag best vaker komen eten. Of even langskomen, als je wilt. Misschien een rare vraag, maar je kleren zijn zo vuil en dat waren ze de vorige keer dat we elkaar zagen ook: heb je een huis? Woon je ergens?’
‘Ja.’ Jurgen vertelde maar niet dat Maikel zo’n beetje bij hem inwoonde. ‘Maar ik ben er niet vaak.’
‘Nou, je bent altijd van harte welkom, hoor. Of wacht, niet altijd, natuurlijk. Wel even bellen vooraf.’
‘Ik heb geen telefoon.’
‘Het kan zijn dat Maikel binnen is. Die moet niet zien dat er een andere jongen in huis is.’
‘Is hij echt zo jaloers?’
‘Je wilt het niet weten wat hij je kan aandoen. Zullen we een belcode afspreken? Je belt twee keer kort en twee keer lang. Dan weet ik dat jij het bent. Als ik niet open doe, dan is Maikel er of ben ik er niet.’
‘Twee keer kort en twee keer lang. Is goed. Nu moet ik gaan.’
Jurgen stond op en liep de gang in naar de voordeur. Die deed hij open. Buiten was het donker geworden. Hij draaide zich om. Sonja was achter hem aangekomen. ‘Nou, dag,’ zei Jurgen. Hij wilde weglopen.
‘Kom ’s hier.’ Ze reikte naar zijn hals en trok zijn hoofd naar beneden. Jurgen bukte naar haar toe. Ze gaf hem een kus op zijn wang. ‘Nogmaals bedankt. Je bent lief.’

Jurgen Lambal ging zitten op de eerste de beste bank die hij tegenkwam. Hij draaide een joint met de weinige wiet die hij nog op zak had. Gretig nam hij een stevige hijs. Dit had hij gemist. Alles goed en wel; Sonja was een leuke meid, maar hij snakte naar zijn joint. Opnieuw inhaleerde hij diep. Toen stond hij op en liep een beetje verdwaasd door het donker naar het buurtje waar hij woonde. Hij passeerde het winkelcentrum en liep bij de snackbar naar binnen. Van Marcel kreeg hij twee blikken energydrank op de pof en daarna ging hij naar zijn flatje.
Maikel lag op de bank in de woonkamer. Op tafel lagen zakjes wiet, een spiegeltje, een rietje en een zakje wit poeder.
‘Je bent lekker bezig,’ grinnikte Jurgen.
‘Wil je ook wat?’ Maikel kwam rechtop. Hij zag bleek en hij knipperde met zijn bloeddoorlopen ogen.
‘Als ik een joint mag draaien: graag.’
‘Nog altijd bang voor het echte spul, jochie?’ Maikel boog voorover en ging bezig met het witte poeder en het spiegeltje.
Jurgen draaide een joint. ‘Bang? Nee, voor cocaïne ben ik niet bang.’ Jurgen vreesde wel voor wat er zou gebeuren als Maikel erachter zou komen dat hij met zijn vriendin omging. ‘Maar ik heb voorlopig voldoende aan wat wiet.’ Met twee grote trekken was de joint al half op.
‘De voorraad is bijna op en het geld dat we ermee verdiend hebben ook,’ zei Maikel, terwijl hij snoof. ‘Maar ik heb een nieuw plan.’
‘Nou, ik ben benieuwd.’
‘Binnenkort slaan we een slag. ‘Dit keer levert het een grote hoeveelheid cash geld op.’ Meer zei Maikel niet.
‘Jij nog energydrank?’ vroeg Jurgen. Hij bood hem een blikje aan.
‘Niet nodig. Van dit spul word je nooit moe.’
‘Oké dan.’ De joint was snel op. ‘Ik ga slapen.’
‘Welterusten.’
Jurgen ging naar de slaapkamer. Daar kleedde hij zich uit. Zijn kleren liet hij op de grond liggen. Toen hij in bed lag, merkte hij dat hij buikpijn had. Te veel gegeten en vast ook te gezond, dacht hij. Hij sloot zijn ogen, maar slapen lukte niet.
 

Wordt vervolgd.
Een volgende keer: De steiger (7): Een derde vergrijp


Apeldoorn, juni 2013

Lees ook:
De steiger (1): Schijt in mij
De steiger (2): Een ontmoeting
De steiger (3): Een eerste vergrijp
De steiger (4): Nog een ontmoeting
De steiger (5): Een tweede vergrijp

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?