Dierenleed

Maandag 25 juni 2012

Door Geert Westra

Geert Westra

Bij het betreden van park Berg en Bos voor een bezoek aan de Nederlandse Jacht Manifestatie, vraagt een jonge vrouw, een activiste van het ‘wilde zwijnen bevrijdingsfront’, aan de jager op leeftijd wat hij komt doen. De jager kan beter in de supermarkt een stukje vlees kopen of nog beter, vegetariër worden. ‘Want jagen is slecht voor het milieu en al helemaal voor dieren in het wild’, zo zegt ze.

De oude jager verontschuldigt zich en legt uit; ‘Wij hadden geen supermarkten en bleven niet gezond als we geen vlees aten’. De activiste reageerde fel; ‘Ja, dat is nou juist ons probleem vandaag de dag, jullie ouderen maakten zich niet druk om dierenleed en het raakt jullie niet dat er bijna geen wild zwijn meer leeft op de Veluwe’.

Ze had gelijk, onze generatie had niets met dierenleed. In onze tijd hielden we konijnen in riante hokken en plukten elke dag vers gras en hondenpollen. We lieten de kippen vrij lopen in de tuin of op het erf en gaven ze rogge en tarwe. Varkens konden wroeten in de modder en aten aardappelschillen en tuinafval. Maar we dachten niet na over dierenleed.

De zelfslachtende slager sliep bij ons varken voordat hij de volgende ochtend met een vlijmscherp mes het varken zacht en langzaam liet inslapen. Kippen kregen eerst een injectie met een pijnstillend middel als er een ei gelegd moest worden. Maar ze heeft gelijk, dierenleed, daar hadden we nog nooit van gehoord.

We hadden een varken, twee kippen, vier konijnen en ‘n postduif voor het noodzakelijke contact met de buren. We spraken toen nog niet zoveel met elkaar behalve tijdens de jacht, het hoogtepunt van het jaar. Dan werden de wilde zwijnen en ander wild op humane wijze met zachte fluisterende kogels omgebracht, omdat ook in de winter gegeten moest worden. Maar de jonge activiste heeft gelijk! Wij hadden niets met dierenleed.

Wanneer we het vlees van het geslachte dier wilden bewaren deden we dat in een Keulse pot met houten deksel of droogden het vlees eerst in de schuur en bewaarden het nadien op een plankje in de keukenkast. De gestroopte vacht van het wilde varken gebruikten we om schoenen van te maken of een boodschappentas. Dierenleed ging aan ons voorbij.

De geschoten haas lieten we opzetten bij de preparateur en gaven het een plaatsje op de mantel van de schoorsteen zodat het eeuwig bij ons was. De staart van de neergeschoten vos gebruikten we als sjaal bij een koude winterdag. Maar nooit, zelfs geen minuut, dachten we aan dierenleed.

Maar is het dan niet in en in triest dat de huidige generatie klaagt over hoe gruwelijk wij ‘oude mensen’ waren, omdat ook wij moesten eten en gezond wilden blijven in die tijd.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?