Help de bevolking van Oekraïne

Haardvuurverhaal: Winterliefde

Zondag 12 december 2021

Door Carla van Vliet

unsplash, Hayden Scott

December is doorgaans een sfeervolle maand. Een maand waarin we, meer dan anders, gevoelig zijn voor wat sentiment. Je kent het wel: buiten is het guur en koud, maar binnen is het warm en gezellig. Je zit naast de versierde kerstboom, op de bank onder je favoriete dekentje, een mok warme chocolademelk in de hand. Het haardvuur knettert zachtjes en je voelt je behaaglijk. Deze sfeer en deze tijd vragen om kersterige winterverhalen, met sneeuw, familieperikelen en een op het nippertje goede afloop. Verhalen over aandacht voor elkaar. Deze zondag een verhaal over winterliefde…

Winterliefde

Wat doet hij daar toch? Het is veel te koud buiten! Dat kan nooit goed zijn voor zijn knie. Wat hebben ze samen gelachen toen hij trots kwam vertellen dat hij op zijn 75ste een voetbalknie bleek te hebben. Ze schudt glimlachend haar hoofd als ze er nog aan terugdenkt.

Al die jaren na het overlijden van Hans was ze alleen geweest. Ze raakte er wel aan gewend. Aan het alleen eten, alleen op visite gaan en zelfs aan het alleen thuiskomen. Ze ging met Jet naar bloemschikken, bakte taarten voor wie iets te vieren had en ging al snel weer met Janna naar haar zangkoor. Het zingen gaf haar de broodnodige afleiding. Het lukte haar gewoonweg niet om tijdens het zingen ergens over te tobben. Als ze dan alleen thuis was greep ze steeds vaker naar haar intussen verfomfaaide schriftje. Er stonden al 18 verhaaltjes in. Kinderverhaaltjes. Over een mier met hoogtevrees en een stoel met rugpijn.

Vlinders

Maar het zingen had wel haar voorkeur. Zeker toen er 3 jaar terug een nieuwe tenor bij kwam. Viktor. Janna stootte haar en siste: “Echt iets voor jou!”. Als een stel bakvissen stonden ze te giechelen. Tot op een avond Janna eerder naar huis ging omdat zij niet lekker was. Na de repetitie kwam Viktor op haar af: “Ik zie dat uw metgezel al verdwenen is. Zal ik u naar huis begeleiden?” Inwendig proestte ik over zijn taalgebruik. “Begeleiden? Ik kan heus wel zelf naar huis hoor dank u wel.” Maar hij stond erop en de week daarna deed hij hetzelfde. Janna was nog steeds ziek. Er volgde een kopje koffie, een afspraak in de stad, een theaterbezoek en veel leuke gesprekken.

Op een dag voelde ze opeens vlinders in haar buik. Ze was al zo op zijn aanwezigheid gesteld dat ze hem miste zodra hij de straat uit fietste. Kon dit wel? Mocht dit wel? Ze had immers zoveel van Hans gehouden. Ze wilde die liefde niet verloochenen. Tijdens een fietstochtje met Janna begon ze er voorzichtig over. “Meid, ga er toch voor! Hij is hartstikke gek op je, jullie hebben het super gezellig samen, dus wat let je?! Als jij hem niet neemt….” was haar reactie. De mogelijkheid dat iemand anders er met Viktor vandoor zou gaan gaf haar moed en haast. Ze zou hem zelf vragen.

Ongemakkelijk

Nu woont hij alweer 2 jaar bij haar en elke dag is het fijn. Een gescheiden verleden maar een gezamenlijke toekomst. Een toekomst die niet lang zal zijn maar wel intens. Een toekomst om van te genieten. Het had ook heel anders kunnen lopen. Ze krijgt een warm gevoel als ze terugdenkt aan die ene avond vorig jaar om deze tijd. De gordijnen waren dicht, de koude winteravond bleef buiten. Naast de sfeerlampen brandden er op strategische plekjes kaarsen en er hing nog een vage geur van de stoofschotel die de hele dag had staan pruttelen. “Ga nou es zitten!”, maande Viktor, doelend op haar zinloze gedrentel tussen keuken en woonkamer. Ze wilde wel zitten maar kon het niet, ze was te rusteloos. Haar zoon Gerben had immers weer iets van zich laten horen, of hij langs mocht komen vanavond. Wat kwam hij doen? Opnieuw ruzie maken en haar overladen met verwijten? Ze hadden elkaar niet meer gezien sinds Viktor bij haar was ingetrokken. Af en toe belde hij wel maar tot een goed gesprek kwam het nooit. Het bleef bij ditjes en datjes uitwisselen over de kinderen en het weer. En bezoeken bleven uit.

De bel! Vluchtig trok ze nog een kleedje recht, haalde een hand door haar zilvergrijze haar en wierp een wanhopige blik op Viktor. Hij knikte haar bemoedigend toe en toen opende ze de voordeur.  Moeder en zoon keken elkaar aan, de begroeting verliep ongemakkelijk. “Is hij er?” “Viktor bedoel je, ja, die woont hier.” Gerben gromde iets maar liep toch door naar de kamer. De mannen knikten elkaar woordeloos toe. Ze schonk koffie, met lekker veel melk en suiker. “Ik drink zwart tegenwoordig.” Ze schonk een nieuw kopje in, met een lichte trilling zette ze het kopje bij hem neer en vroeg: “Hoe gaat het met je?” Gerben keek van haar naar Viktor en terug en zei: “Ik eerst! Wonen jullie nog steeds samen?” “Ja, jij ook?”, pareerde ze. “Hmpf, dat is wat anders. Weet je zeker dat hij niet op je geld uit is?” “Ja, weet ik dat van jou ook?” “Nou ja zeg! Moet hij echt Paul, mijn vader, vervangen?” “Nee, Paul is je vader, Viktor is mijn vriend.” “Moet Viktor ook mijn vriend worden?” “Moet niet, zou leuk zijn.” Ze ging steeds meer staccato praten, gedreven door een opborrelende boosheid. Na nog een aantal van dit soort denigrerende vragen nam ze het heft in handen. “Wat wil je nou eigenlijk? Waarom doe je zo? Ik ben gelukkig met Viktor, niet meer of minder zoals met je vader maar anders. Ik blijf je moeder, jij blijft mijn zoon en ik mis je!”

Blijdschap

En toen brak haar bozige Gerben. Eindelijk gaf hij toe aan het verdriet, aan het gemis van zijn vader, dat hij nooit voldoende verwerkt had. Hij sloeg zijn armen om haar heen en huilde ongegeneerd: “Ik wil jou ook niet kwijt! En de kinderen vragen steeds wanneer we weer naar Oma gaan. Het spijt me dat ik hen zolang bij jou weggehouden heb en dat ik je alleen gelaten heb.” “Ik was niet helemaal alleen hè.” Gerben draaide zich om naar Viktor maar zijn stoel was leeg. “Hier hebben we allemaal wel behoefte aan lijkt me”, sprak Viktor. Met een blad volgeladen met drie wijnglazen en een paar schaaltjes met hapjes draaide hij de kamer in. Ze stemden lachend in en hieven het glas. “Proost, op alle mooie dagen die nog volgen!” Het was al laat toen Gerben vertrok in de koude nacht, maar wat was het een fijne, warme avond met een haast tastbare liefde tussen drie mensen die elk op een andere wijze met elkaar verbonden waren. Toen ze Gerben nog nariep: “Eerste Kerstdag allemaal hier?” zwol haar hart van blijdschap toen ze hoorde: “Graag!”

Ze loopt de trap op naar boven. Viktor had haar geappt vanuit de tuin, dat ze uit het raam van de logeerkamer moest kijken. Ze opent het gestreepte gordijn en kijkt de tuin in. En dan ziet ze het. Een heerlijke warmte overvalt haar en ze glimlacht vertederd naar Viktor. Met de bezem heeft hij een groot hart getekend in de sneeuw, daaronder staat I love you en Viktor zelf ligt midden in het hart. Hij maait met armen en benen heen en weer en roept: “Ik ben een engel!” Ze opent het raam en roept terug: “Dat ben je zeker maar nu opstaan, ouwe gekkerd!”

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

Elke maandag ons nieuws in de mail?