Het moment waarop ‘wij’ ineens ‘zij’ werd

Maandag 13 juli 2026

Door Ben Brown

Mariëtte Kranenburg

Als jongen keek ik uit naar iedere voetbaltraining.

Niet alleen omdat ik gek was op voetbal, maar omdat ik een trainer had die iets bijzonders deed. Hij noemde mij altijd ‘Palù Ben’. In het Papiaments betekent palù boom.

‘Daar komt Palù Ben!’

Ik voelde me groot. Sterk. Stoer.

Voor hem was het misschien een bijnaam. Voor mij was het veel meer dan dat. Ik voelde me gezien. En dat veranderde alles. Ik rende harder, ging feller de duels in en durfde meer risico te nemen. Niet omdat ik ineens beter kon voetballen, maar omdat iemand in mij geloofde.

Pas jaren later begreep ik hoeveel invloed dat heeft op een kind. Gezien worden laat mensen groeien.

De spiegel

Die herinnering kwam de afgelopen weken regelmatig bij me terug tijdens het WK.
Wat heb ik genoten van de Blue Wave. Niet alleen van het voetbal, maar vooral van wat het losmaakte. Op pleinen, in cafés en gewoon op straat zag ik mensen van allerlei achtergronden samen juichen. Even leken afkomst, religie, politieke voorkeur of huidskleur er niet toe te doen. We waren gewoon supporters. Dat vond ik misschien wel de mooiste overwinning van het hele toernooi.

Tot Nederland verloor.

Natuurlijk hoort teleurstelling bij sport. Maar wat daarna gebeurde, raakte mij.

Op sociale media waren het opvallend vaak de donkere spelers die het moesten ontgelden. Ineens waren ze niet meer ‘onze jongens’. Alsof hun Nederlanderschap afhankelijk was geworden van de uitslag op het scorebord. En toen dacht ik weer aan mijn trainer. Hij liet mij voelen hoe krachtig het is wanneer iemand je ziet.

Hoe pijnlijk is het dan wanneer iemand je juist op het moeilijkste moment laat voelen dat je er eigenlijk niet helemaal bij hoort? Misschien is dat wel de grootste les die sport ons kan leren. We zeggen vaak dat sport verbindt. Dat geloof ik ook. Maar sport doet nog iets anders. Ze vergroot uit wat er al in ons leeft. Ze laat zien hoe we omgaan met winnen, met verliezen en misschien nog wel belangrijker: met elkaar.

Dat zie je niet alleen in stadions of op sociale media. Onderzoek laat zien dat bijna de helft van de sporters met een migratieachtergrond binnen verenigingen te maken krijgt met negatieve uitingen. Dat zijn geen cijfers om elkaar mee om de oren te slaan, maar wel een uitnodiging om met elkaar in gesprek te blijven. Want uiteindelijk gaat het niet alleen over voetbal. Het gaat over de vraag wanneer iemand er écht bij hoort.

De keuze

Juist daarom denk ik aan Apeldoorn.

De afgelopen maanden heb ik als kwartiermaker mogen ervaren hoeveel kracht er schuilt in ontmoeting. Tijdens de opening van de Keti Koti/Kibra Kadena – maand, herdenking, het Roots of Freedom Festival en de vele gesprekken met inwoners zag ik hoe nieuwsgierig mensen naar elkaar zijn. Hoe snel verschillen kleiner worden zodra mensen elkaar werkelijk ontmoeten.

Sport kan daarin misschien wel onze grootste bondgenoot zijn. Want een sportvereniging is veel meer dan een plek waar je leert winnen of verliezen. Het is vaak de eerste plek waar kinderen ontdekken wat het betekent om ergens bij te horen. Waar een trainer, vaak zonder het zelf te beseffen, het verschil kan maken tussen onzekerheid en zelfvertrouwen.

Ik weet dat, omdat ik ooit die jongen was.
De jongen die door één bijnaam net iets harder ging rennen.
Die zich net iets sterker voelde.
Die geloofde dat hij ertoe deed.

Misschien begint inclusie wel veel kleiner dan we denken. Niet bij grote beleidsstukken of ingewikkelde campagnes, maar bij een trainer die ieder kind ziet. Bij een ouder die het goede voorbeeld geeft. Bij een vrijwilliger die ingrijpt als een grens wordt overschreden. Bij een teamgenoot die zegt: ‘Je hoort erbij.’

Misschien was de Blue Wave daarom veel meer dan een voetbalgolf. Zij liet zien wie we kunnen zijn. Maar de reacties na de uitschakeling lieten ook zien wie we soms nog zijn. De vraag is niet wat voetbal met ons doet, maar wat voetbal in ons zichtbaar maakt.

Misschien ligt daarin wel de mooiste opdracht voor Apeldoorn. Niet wachten tot er iets misgaat, maar iedere dag opnieuw bouwen aan een stad waarin ieder kind, iedere sporter en iedere inwoner zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelt. Een gemeenschap waarin verschillen niet leiden tot verwijdering, maar tot verbinding.

Welke relationele vaardigheid ontbreekt ons nog om dat werkelijk waar te maken?

Misschien is dat wel de belangrijkste vraag die deze Blue Wave ons nalaat.

Deze column is een bouwsteen in de ontwikkeling van mijn visie op relationele bekwaamheid: de bekwaamheid van mensen, organisaties en overheden om rechtvaardigheid niet alleen in beleid, maar vooral in hun onderlinge relaties vorm te geven.

Meer lezen over stad

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!