In Beeld: Jos Jansen of Lorkeers

Zaterdag 10 augustus 2019

Door Ben Eggermont

Eigen foto

Maandelijks, al jarenlang, schrijft Jos Jansen of Lorkeers zijn bijdrage aan de reeks ‘Kijk op de wijk’ op Apeldoorn Direct. Maar wie is die Jos nou eigenlijk? De redactie van Apeldoorn Direct zocht hem op, bij hem thuis in de wijk de Maten.

Hoe is ‘Kijk op de Wijk’ eigenlijk begonnen?

„Er stond eens een keer op de Facebookpagina ‘Je bent een Apeldoorner als …’ een opmerking over Apeldoorn. Ik zei: ‘Wat weten Apeldoorners nu eigenlijk over Apeldoorn?’. Frank Morhee, toen nog van Apeldoorn Direct, vroeg of ik misschien de mensen wat over Apeldoorn wilde vertellen. Dat wilde ik wel doen. Zo is het eigenlijk begonnen. Ik sprak onlangs nog iemand die in Apeldoorn geboren was. Ik zei tegen hem: ‘Dat zegt niets’. Ik vroeg hem of hij wist waar de atoomschuilkelder is. Had hij nooit van gehoord in Apeldoorn. In eerste instantie ben ik begonnen met de wijken. Dat was niet zo handig, dan ben ik in minder dan een jaar klaar. Toen ben ik maar overgestapt op straten.”

„In eerste instantie ben ik begonnen met de wijken. Dat was niet zo handig.”

Je hebt wel een bijzondere achternaam. Je hebt vast de oorsprong daarvan nageplozen?

„Een achterneef van mij heeft dat allemaal uitgezocht en heeft er een boek over geschreven. Het is een heel uitgebreide naam Lorkeers Jansen o(ok) g(enaamd) Lorkeers en Jansen of Lorkeers. Lorkeers is een hele grote tak van de familie in de buurt van Raalte. Lorkeers is van oorsprong ‘lork van lariks’ en eers is ‘van erre’, een oud Germaanse voornaam. Het was dus Erre die bij de lariks woonde. Ze zijn daar ooit terecht gekomen. Er bestaan daarover 2 verhalen. Een verre voorvader moest met Napoleon mee naar Rusland. De slag bij de Berezina werd verloren. Hij dacht ‘ik heb het wel gezien hier, ik ga terug naar Nederland’. Hij deserteerde uit het leger en dook onder bij zijn eigen ouders. Hij kreeg daarna kinderen met zijn vriendin, maar kon ze niet aangeven, want hij werd gezocht voor desertie. Zijn vader heeft dat toen min of meer verdoezeld om later weer te worden gladgestreken. De tweede versie vind ik zelf mooier. Dat was een  Engelse officier ten tijde van Napoleon, die had al dat vechten wel gezien en die dacht ‘ik duik onder in Nederland en noem me lekker Jansen’. Napoleon was inmiddels verslagen en nu zit ik hier als Engels edelman. Hij voegde ‘of Lorkeers’ toe aan zijn naam om toch een adellijke uitstraling te hebben. Dat vind ik het mooiste verhaal. Het zijn mooie verhalen, maar nog niet geverifieerd. Ik vind wel dat dat eens moet worden nageplozen. Ik zie dat nog wel eens een keer gebeuren.”

Ben je zelf een geboren en getogen Apeldoorner?

„Nee, ik woon hier sinds 1983. Ik had altijd gezegd ‘ik wil in Zwolle wonen of in Apeldoorn’. Ik vond hier werk en mijn vrouw had werk in Zwolle, maar we zijn toch in Apeldoorn terechtgekomen en hier gebleven. En bevalt nog steeds goed.”

Hoe bepaal je de keuze voor een bepaalde straat?

„Ik probeer een beetje in thema’s te werken. Je kunt altijd wel over de Parkenbuurt gaan schrijven waar hele mooie huizen staan, maar je moet ook wel eens ergens anders over schrijven. Ik heb een tijdje over de vogels geschreven van de vogelbuurt in Zuid. Daarna dacht ik ‘Apeldoorn en Oranje dat hoort toch bij elkaar’. Zo ben ik nu al met een vrij lange serie over Oranje bezig. Er komen er nog een paar en dan ben ik uitgeschreven. Of ik zoek nu naar een nieuw thema of ik ga een beetje hap snap te werk. Je hebt nu aan de Voorwaarts Het Dennenbos, Het Sparrenbos en Het Lariksbos, die ga ik niet alle drie doen, zijn hele korte straatjes. Ze liggen wel op historisch terrein. Daar ligt ook het Krepelbos, ooit het productiebos van de firma Krepel uit Klarenbeek.”

„Dat was een  Engelse officier ten tijde van Napoleon, die had al dat vechten wel gezien en die dacht ik duik onder in Nederland en noem me lekker Jansen.”
Over Jos

  • Geboren: 22 december 1957
  • Kinderen: 2 zoons – 1 dochter
  • Broers-Zussen: 1 zus – 1 broer
  • Verliefd, verloofd, getrouwd: getrouwd
  • Meest trots op: het boek van de Vereniging Oud Apeldoorn waar ik aan mee mocht werken. Heel mooi om eens te zien hoe een boek gemaakt wordt.
  • Raakt geïnspireerd door: mensen die een passie voor iets hebben
  • Hekel aan: mensen die zeuren
  • Is gek op: wandelen met geïnteresseerde gasten in Apeldoorn
  • Welk boek ligt er op je nachtkastje: Het boek van Belcampo – Het grote gebeuren – lag er vroeger op. Maar ik lees al heel lang niet meer in bed.
  • Waar mogen ze je ’s nachts voor wakker maken:  dat heb ik liever niet, laat me maar gewoon slapen!
  • Toekomstdroom: gezond blijven, dat is wel heel belangrijk

 

Waarom zou je een straat niet willen beschrijven?

„Als je bijvoorbeeld de Vogelbuurt hebt, je hebt zeg maar 100 vogelnamen, dan ga je niet alle vogels doen, dan zit je 8 jaar in de vogelbuurt. Ik houd wel een beetje van afwisseling en er moet wel wat te vertellen zijn. Ik fiets wat rond en kijk een beetje om me heen. Of bekijk het op Google-maps. Zo heb ik de metaalbuurt ook nog niet gehad.”

Wat maakt een straat interessant om wel te beschrijven?

„Vaak is dat de naamgever van de straat. Ik heb ook wel geschreven over Apeldoorners die een straat op hen hebben gekregen. Politiek probeer ik een beetje te vermijden. De rivierenbuurt kan ook nog wel interessant zijn, hele korte namen die boeien me ook wel, zoals de Kil en zo. In Apeldoorn heb je ook de Wilhelminaweg; er was een tuinder die verkocht zijn grond aan de gemeente en hij vond dat zijn vrouw dan wel een straatnaam mocht krijgen. De Daendelsweg is vernoemd naar de dames Daendel. Dat was in Apeldoorn een beetje de gewoonte, je gaf wat aan de gemeente en daar kreeg je dan een straatnaam voor terug.” 

Naast 1x in de maand een Kijk op de wijk schrijven, doe je vast nog andere dingen. Kun je daar wat over zeggen?

„Ik ben ooit eens begonnen als stadsgids voor het Apeldoorns Gidsen Collectief, nu zo’n 10 jaar. Daar doe ik de website voor en de Facebookpagina. We hebben zo’n 20 wandelingen, waarvan er sommigen nog in ontwikkeling zijn. De belangstelling daarvoor is heel groot. We zijn ooit begonnen 10 jaar geleden met 600 mensen, vorig jaar zaten we op 3400 en halverwege dit jaar zaten we al op 2200. De verdeling is zo’n 50/50 Apeldoorners en niet Apeldoorners. Vorig jaar liep er een mevrouw mee die al 5 jaar in Apeldoorn woont en het zou me verbazen als je me iets nieuws kon vertellen. Toen vertelde ik iets over een huis in de Korenstraat waar hakenkruisen in zitten. Ze zei, daar woon ik al 5 jaar tegenover en ik heb het nog nooit gezien. We zijn met zo’n 25 gidsen, anderhalf jaar geleden waren er nog 12 over. Het werd steeds drukker en de gidsen steeds ouder. We hebben toen een ronde gedaan en zijn er 15 gidsen bijgekomen. Ik zorg ook voor de documentatie bij de wandelingen. Achter de site noemen we dat een soort kennisbank voor de stadsgidsen en die moet wel up to date zijn. Je ontdekt altijd weer nieuwe dingen of dingen die niet helemaal kloppen. We gaan het voortaan een beetje anders opzetten. Daarnaast doe ik ook de PR voor de Vereniging Oud Apeldoorn (VOA) en ik werk mee aan de wekelijkse radio-uitzendingen op RTV Apeldoorn op de zondagmorgen. Net als het gidsencollectief en zo’n 17 andere cultuur historische stichtingen en verenigingen, valt ook de VOA onder het Erfgoed Platform. Dat bestaat nu zo’n jaar of 8, zo ken je elkaar beter. Het is echt een netwerkclub. Er is op zich heel veel materiaal elektronisch beschikbaar, maar nog niet echt toegankelijk via internet. Daar moet nog aan gewerkt worden.” 

Daarnaast probeer je ook nog ‘normaal’ te werken?

„Ik heb jaren systeembeheer gedaan bij de NEMEF, maar door allerhande reorganisaties ben ik sinds 2018 werkzoekend. Ik heb ook nog een betaalde baan. Ik ben 1 keer in de 8 weken surveillant bij de Wittenborg University toezicht houden tijdens de examens. Dat is maar een beperkt aantal uren. En ik heb nog een oproepbaan als stadsgids in Arnhem of in Nijmegen. Passagiers van Rijn-cruises worden daar dan afgezet voor een stadswandeling. Dat gebeurt heel incidenteel als er iemand uitvalt.”

„En ik zou het boek met de familiegeschiedenis wel willen herschrijven.”

Hoe kijk je naar de toekomst?

„Ik zou nog wel eens een boek willen schrijven. En ik zou het boek met de familiegeschiedenis wel willen herschrijven. Ik zou nog wel eens iets met het Vertelgenootschap willen doen. Mijn vrouw zegt heel terecht: ‘Je kunt wel allerlei dingen gaan doen, maar het is ook wel eens leuk als je nog eens thuis bent’. En zo is het, als je met iets nieuws begint, moet je met iets anders stoppen.”

ONDERWERPEN

In Beeld Portretten

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?