In Beeld: Menno Mulder – Veluwse zandhaas met zeebenen

Zaterdag 31 augustus 2019

Door David Levie

Tien jaar verdient Menno Mulder zijn boter als industrieel/offshore fotograaf. Tijd voor ACEC om vooral het werk op zee van de 51-jarige Apeldoorner te belichten met onder meer een aantal mega-foto’s. Zelf blijft de fotograaf zich verbazen hoe het toeval hem tot dit beroep heeft gebracht.

Menno Mulder denkt vaak terug aan die donderdagmiddag in café Het Nieuws van Apeldoorn. Een wat sombere herfstdag zo’n jaar dikke tien jaar geleden. Hoewel hij zich tot op de dag van vandaag graag in de kroeg laat zien was het nimmer zijn gewoonte om zijn geliefde etablissement aan het Leienplein op de donderdagmiddag binnen te lopen. De klandizie beperkte zich tot één man: Stanley Maas, projectleider van Van Oord, een grote naam in de wereld van baggeren, windmolens, booreilanden en aanverwante zaken buitengaats. De heren hadden elkaar wel eens gesproken, maar niet over hun werk. Van Menno Mulder was bekend dat hij als talentvolle hobbyist aardige foto’s kon maken. En daarop werd Menno aangesproken. Van Oord was bezig met het aanleggen van een groot windmolenpark, zo’n vijftig kilometer buiten de Belgische kust.  En dat lag mondiaal gezien zo ver van het vasteland dat het de recordboeken haalde. Ze waren bij Van Oord op zoek naar een fotograaf die dat project kon gaan volgen. Hoe hij dat zou moeten aanpakken, daarop kon de projectleider geen antwoord geven. „Jij bent de fotograaf”, sprak Maas en daarmee was in feite Mulder’s eerste stap gezet richting zee.

En laat Menno nou net het roer willen omgooien. „Ik had het helemaal niet naar mijn zin op een accountantskantoor in Wezep. Een aardige man mijn baas, maar het werken, werving en selectie, was niet echt mijn ding. Het was crisis in die tijd en Van Dorp hield ermee op. Ik kreeg ontslag en moest wat anders vinden.”

Het roer omgooien. Mulder – in die dagen een horecaman in hart en nieren – had het al eens eerder gedaan. Hij zag zichzelf niet tot in lengte van jaren aan gene zijde van de toog actief. Hij kende ze zo langzamerhand wel, de verhalen van verdrietige mannen en vrouwen die bij hem hun hart uitstortten. Hij besloot om in Deventer zich op HBO-niveau het vak van personeel en organisatie eigen te maken. Om wat bij te verdienen werkte hij op de zondagavond in Humphrey’s aan het Caterplein, de (nacht)zaak van Gertie Meijerink die naar later bleek een aardige dochter bleek te hebben. „Ik kwam haar op mijn 30-ste tegen toen we in de Humphrey’s samenwerkten.”

„Ik kwam er al snel achter dat de financiële wereld niets  voor mij was.”

Gertie is nu al weer heel wat jaren zijn schoonvader en de samenwerking met dochter heeft het stel een dochter en een zoon opgeleverd. „Het was in  die begintijd wel een pittig leven. Vijf uur  in de ochtend thuis en om negen uur weer in de klas. Uiteindelijk heb ik met dat diploma niet eens zoveel gedaan. Ik ben een tijdje vestigingsmanager van een uitzendbureau geweest en ik heb tweeënhalf jaar in de jeugdhulpverlening gewerkt. En bij de accountant, maar ik kwam er al snel achter dat de financiële wereld niets voor mij was.”

Terug naar die gedenkwaardige donderdagmiddag in Het Nieuws Van Apeldoorn. Die eerste stap naar de zee. Ja, wat is het? Een samenloop van omstandigheden? Puur geluk? De voorzienigheid? Zeg het maar. Met terugwerkende kracht snap ik nog steeds niet hoe ik fotograaf ben geworden.”

Enige zelfonderschatting is Menno Mulder niet vreemd. Het heeft te maken met oprechte bescheidenheid. Er zijn immers meer mensen met verborgen talenten en als je die koppelt aan doorzettingsvermogen en je bent ook nog eens bereid in jezelf te investeren dan kun je een behoorlijk eind komen. Ver op zee zelfs. Zo volgde Menno lessen aan de Fotovakschool waar hij naar zijn zeggen met andere ogen heeft leren kijken en haalde hij vakdiploma’s. Het ene certificaat na het andere. Hij weet precies wat je moet doen als een helikopter op zee een noodlanding moet maken en vervolgens kantelt. Ook met andere situaties hoe je moet overleven als het water je letterlijk tot aan de lippen staat heeft hij leren omgaan. Regelmatig moet hij daarvoor op herhaling. En hij heeft een klimcertificaat. Er moeten immers ook vanaf grote hoogte foto’s worden gemaakt. Zijn hoogtevrees heeft hij al doende niet kunnen overwinnen. „Niet naar beneden kijken”, zegt hij met een glimlach. „En op zee zie je weinig diepte om je heen. Bovendien heb ik leren omgaan met hoogtevrees.”

„Je moet in dit beroep heel flexibel kunnen zijn”

Aan al die certificaten hangt voor hem – hij is niet in vaste dienst – wel een prijskaartje. „Maar je wordt redelijk tot zeer goed voor je opdrachten betaald. Je moet wel heel flexibel zijn. ’s Avonds kun je worden opgebeld en drie uur later sta je in een bedrijvige haven bij nacht met een heel aparte sfeer. Daarna brengt de helikopter jou naar je werkplek.”

Gecertificeerd en  ervaren. Offshore-fotografen als Menno Mulder moet je met een lampje zoeken. Kassa dus. Weer die glimlach. „Was het maar zo.” De jus is er inmiddels volgens Menno wel af. Niet voor niets is zijn blik steeds meer op het vasteland gericht. Olie en gas staan als fossiele brandstoffen onder druk van duurzame energiebronnen en met windmolens alleen gaan we het volgens de kenners ook niet redden. „Daar komt nog eens bij dat je in een heel klein wereldje werkt. Je kunt ook moeilijk iets plannen. Te veel opdrachten – en dan praat je in al die jaren in mijn geval toch gauw over een bedrag van twee ton – zijn niet doorgegaan of op het laatste moment afgezegd. Door onverwachte weersomstandigheden of financiële redenen. En daar heb je iets anders voor moeten laten lopen. Er wordt bezuinigd, productieplatforms worden gesloopt  en dat merk je. Mede door het intrekken van bepaalde subsidies die die nu naar duurzame projecten gaan. Aan de andere kant is decommissioning (afbraak, ontmanteling, dl) soms ook nog wel handel.”

Zijn broodwinning loopt nog geen gevaar. Als industrieel fotograaf is er ook geld te verdienen en op zee is het ondanks de donkere wolken nog niet afgelopen. „Toch denk ik dat op de Noordzee binnen tien jaar het aantal productiefaciliteiten – en dat zijn er ongeveer honderd – zal zijn gehalveerd.”

De baggeraars en olie-en gasmannen weten Menno nog wel te vinden. „Het mooiste vind ik nog altijd een langdurige opdracht. Maar dat wordt minder. Wil je heel mooi werk maken, dan heb je vaak wat tijd nodig en die staat steeds meer onder druk. Ik heb het daar wel eens over met opdrachtgevers. Geen tijd, geen budget daarvoor, hoor je dan.”

„Aan het roken heb ik mijn mooiste  foto’s te danken”

Tijd voor een sjekkie. Mulder laat niet heel veel voor zijn beroep. Hij oog fit met zijn slanke lijf en draagt geen gram teveel mee. Maar hij is net zo trouw aan de sportschool als aan de kroeg. Wel ligt hij vaak al om tien uur in bed. „Ik ben geen televisiekijker en luister in bed graag naar de radio.”

De tabak heeft bovendien hem de mooiste foto’s opgeleverd waaronder die ene man in zijn gele regenpak, bij een gele turbine. „Als ik wil roken, moet ik ook bij slecht weer naar buiten. Daar staan je in het donker op de brug. Een hele aparte sfeer.”

Hij maakt foto’s van windparken, mensen onder moeilijke omstandigheden aan het werk, schepen. Het leven aan boord. Maar ook het binnenwerk van een turbine. Wat oninteressant lijkt, kan een fascinerende foto opleveren. „Ja, ik weet inmiddels wel waarnaar ik kijken moet”, zegt hij bescheiden. „Maar ik heb ook met mijn opdrachtgevers te maken. Wat ik mooi vind, hoeven zij niet mooi te vinden. Toch probeer ik om wat niet sexy is, spannend in beeld te brengen. De turbine is een goed voorbeeld.”

Het mooiste vind Menno de sfeer aan boord. „Aardige mensen vaak, fantastisch eten. Dan zijn lange dagen helemaal niet erg. En de spanning. Wie kan er nou zeggen dat ie met een helikopter naar zijn werk gaat? Ik ben op plekken geweest waar anderen niet zo makkelijk komen. Heb in andere landen gewerkt als Schotland, Engeland, Denemarken, Zweden, Frankrijk en Taiwan niet te vergeten. Zie als je geen Chinees spreekt dan maar eens om bij je hotel te komen. Je moet jezelf zien te redden. Dat is ook weer het mooie van wat ik doe. Op jezelf zijn aangewezen.”

Een groepjesmens is Menno nooit geweest. Al maakte hij als beginnend fotograaf deel uit van het zogeheten Gelre Collectief in Apeldoorn. Eerst in Westpoint, later in een leeg kantorenpand nabij het NS station. Zijn collega’s Peter Vroon en Jeroen Taalman haalden hem destijds binnen. Menno is de enige van het stel die van de fotografie zijn beroep heeft gemaakt/durven maken. „Ik ben altijd een buitenbeetje geweest. Ik had niets met gezamenlijke projecten zoals een dag fotograferen in België en zocht naar excuses om niet mee te hoeven gaan. Ik ben ook niet iemand die zich bij klanten aanprijst of zich nadrukkelijk manifesteert.”

„Geld heeft mij  ook nooit zoveel geïnteresseerd. Ik zou er ook niet aan moeten denken om de hele dag foto’s te moeten maken. Eens in de veertien dagen help ik achter de bar het Oude Huis. Dat doe ik omdat ik dat leuk vind. Maar ik hou de ontwikkelingen binnen het offshore-wereldje wel in de gaten. Ik ben dan ook blij met een klant als AkzoNobel Chemicals, dat nu overigens Nouryon heet. Foto’s maken van productieprocessen, mensen aan het werk. Dat vind ik mooi. Ik geloof niet dat mijn kwaliteit in het maken van portretten ligt. Met die andere kwaliteiten heb ik het tot nu toe kunnen redden als fotograaf. Al blijf ik me verbazen hoe het allemaal is gegaan. En begonnen. Op die ene beslissende oktobermiddag in het Nieuws van Apeldoorn.”

De expositie Offshore van Menno Mulder wordt op zondag 1 september in ACEC geopend en is daar tot en met 13 oktober te zien. ACEC is geopend van woensdag tot en met zondag van 13 tot 17.30 uur. De toegang is gratis.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?