Leeezzzie Zondag: ‘Lariekoek en apekool’ – een culicolumn

Zondag 4 december 2011

Door bazbo

Menno Mulder

Iedere zondag presenteert Apeldoorn Direct ‘Leeezzzie Zondag’, waarin plaats is voor een langer verhaal. Heeft u ook iets moois te vertellen en daar meer ruimte voor nodig? Stuur uw verhaal in een mail naar info@apeldoorndirect.nl.

Lariekoek en apekool – een culicolumn

Zal ik dan ook hier op Apeldoorn Direct het begrip ‘culicolumn’ lanceren? Waarom ook niet? En zal ik dan ook gelijk een heuse culicolumn schrijven en hier plaatsen? Ik wil me d’r nu best wel aan wagen, maar waar moet hij in heidensnaam over gaan? Het is niet bepaald de tijd van het jaar om vol enthousiasme te vertellen over seizoensgebonden streekproducten. De winkels liggen vol met kool. Bloemkool, boerenkool, witte kool, groene kool, rode kool, chinese kool, zuurkool, spruiten, koolrabi, brokkoollie en spitskool. Gadverdamme. Je gaat er enorm van uit je gat walmen. De enige kool die je met deze gure kou graag ziet is steenkool en dan nog brandend ook. Maar dat mag niet meer. Krijg je stoflongen van, of zoiets. Weet ik ook veel.
Met een beetje mazzel kom ik in dit stukje wat verder dan het bakken van lariekoek en apekool.

Het schrijven van een culicolumn is voor mij vaak hetzelfde als het koken zelf. Ik weet totaal niet waar ik aan begin. Meestal begin ik met een zooi ingrediënten op een hoopje gooien. Vervolgens start ik maar wat in het wilde weg en al gaande die weg kom ik op de schitterende ideeën. Vanaf dan weet ik wel degelijk wát ik uiteindelijk voor ogen heb. De uien bakken, het vlees is aan het braden en de kostelijke groenten koken. Wacht, daar past nog wel dit of dat bij. Verroest, dat heb ik niet in huis. Dit ook niet. Snel nog even inkopen doen. Dat inkopen doen duurt altijd langer dan ik denk, want als ik thuiskom, blijken mijn uien aangebrand, het vlees gortdrooggebraden en de kostelijke groenten sufgekookt. Dan kan ik dus opnieuw beginnen. Dat doe ik dan ook maar. Een blik in de koelkast en ja hoor: even later liggen de kippenbouten onder de grill, stomen de aardappelen en stoven de peertjes. Hè, verhip, daar passen die inkopen helemaal niet meer bij. Kan ik nóg een keer naar de winkel. U begrijpt: zo tegen middernacht hebben we nóg niet gegeten en dan blijken de pizzeria’s niet meer aan huis te bezorgen. Het wachten op het ontdooien van wat brood duurt me te lang en dus gaan we met een lege maag naar bed. (Dat gedoe; soms heb ik er mijn buik van vol. Maar in een recessie moeten we allemaal de buikriem aanhalen.)
Zo gaat het met het schrijven van een stukje ook. Ik begin in het wilde weg en halverwege weet ik wél waarover ik moet schrijven en gooi ik alles weer om en begin ik helemaal opnieuw en halverwege die tweede poging vind ik het toch niks en gooi ik alles weer weg en na uren ploeteren en ploeteren heb ik zeker drie potentiële romans van mijn harde schijf gewist.

Dat zou me vandaag niet gebeuren. Wortelpeterselie. Als je niet weet wat je dáár mee moet, dan ben je geen kok. Ik ben geen kok. Die krengen lagen nu al bijna twee weken te rotten in de koelkast. Wat o wat begin je met wortelpeterselie?
Er lag trouwens wel meer te rotten in de koelkast. Soms valt er niet tegen de inhoud van het biologische groentepakket op te eten. Had ik al eens verteld dat ik een abonnement op een biologisch groentepakket heb? Nou, je raadt het nooit: ik heb een abonnement op een biologisch groentepakket! Leuk, hoor. Iedere vrijdagmiddag is het een spannende verrassing wat er nu weer in het pakket zit. En gezond! En lekker! En duur! In de zomer komen we om in de bladgroente, zoals andijvie, raapstelen, spinazie, snijbiet en allerlei soorten sla; in de winter gooien we elkaar dood met aardperen, pastinaken, knolselderij en allerlei soorten kool, zoals bloemkool, boerenkool, witte kool, groene kool, rode kool, chinese kool, zuurkool, spruiten, koolrabi, brokkoollie en spitskool. Alleen de steenkool ontbreekt, terwijl we het zo koud hebben.
In de koelkast lag ook nog rode kool en witte kool te rotten. Dat die witte kool ligt te rotten is niet erg; dat wordt vanzelf zuurkool, maar verrotte rode kool is niet te eten. En met deze recessie gooi je eten toch niet weg? Nu serveer ik iedere avond bij het eten ook salade en dus snijd ik dan wat flinters rode kool af voor in die salade, maar die rode kool moet ook weer niet overheersen in een salade, dus houd ik het bij wat flinters rode kool en geen hele lappen rode kool; je hele salade gaat anders naar rode kool smaken en salade moet nu eenmaal naar salade smaken en niet naar rode kool. Zoals ik al zei: rode kool moet niet overheersen, ook niet in een zin zoals de vorige.
Wortelpeterselie met rode kool en dan als bijgerecht salade zonder rode kool? Het was een optie. (Net als zelfmoord.)

Wacht, ik had ook nog een winterwortel liggen. Dat werd een lekkere winterwortelwortelpeterseliestamppot. Wie weet wat wortelpeterselie eigenlijk is? Het is geen wortel (anders heette het wel wortel) en ook geen peterselie (dan heette het wel peterselie). Het is wel familie van de peterselie, maar het lijkt er niet op. Het lijkt veel meer op een pastinaak. Het smáákt ook wel wat als een pastinaak, maar ook wel als een knolselderij. Een beetje ertussenin.
We onderbreken deze uitzending even voor de wekelijkse kijkersvraag.

Kijkersvraag: Wat hoort er in het volgende rijtje niet thuis? Winterwortel, wortelpeterselie, pastinaak, knolselderij.
Antwoord: Knolselderij, want een winterwortel, wortelpeterselie of pastinaak kun je wél rauw in je kont of kut proppen.
Oplossing van de kijkersvraag van vorige keer: Een knoflookpers.

Winterwortelwortelpeterseliestamppot werd het dus. Schil de winterwortel en de wortelpeterselie en snijd ze in stukjes. Hopla in een pan met water en koken maar. Twintig minuutjes is wel genoeg. Afgieten, scheut melk en (olijf)olie erbij, flink opzouten en oppeperen, goed doorroeren en stampen maar. Je kunt ook uien meekoken, maar dan wordt het winterwortelwortelpeterselieuienstamppot. Eventueel leuk je je winterwortelwortelpeterselieuienstamppot op met uitgebakken spekjes of stukjes paprika of wat je maar lekker vindt. Als je geen winterwortelwortelpeterselieuienstamppot lust, dan kun je de winterwortel, wortelpeterselie en uien ook vervangen door andere groente, maar dan heet het geen winterwortelwortelpeterselieuienstamppot meer. Je kunt ook ervoor kiezen om helemaal geen winterwortelwortelpeterselieuienstamppot te maken. Kies in dat geval voor een pizza uit de oven of iets anders wat u wél lekker vindt. Een pizza kun je laten bezorgen (behalve zo tegen middernacht), uit de diepvries halen of zelf maken. Bij een zelfgemaakte pizza zit alleen geen doos. Die moet je zelf knippen uit stevig karton. Dit is te koop bij de betere hobbywinkel. De schaar trouwens ook. Voor het in elkaar lijmen van de doos kun je het beste een goede lijm gebruiken. Let er wel op dat je tijdens het koken de (olijf)olie niet verwisselt met de goede lijm. Tenzij je zonder Kukident zit; dan maakt het allemaal niet zo veel uit.

Met wortelpeterselie kun je echter nog zo veel meer. Rasp de rauwe wortelpeterselie fijn en blancheer het even. Zoek ‘blancheren’ op in het kookboek. Giet de geblancheerde wortelpeterselierasp af. Meng de geblancheerde wortelpeterselierasp met wat paneermeel en een klein tikkie melk of room. Vorm stevige koekjes van ieder dezelfde grootte en bak deze in de koekenpan. Die is te koop bij de kookwinkel, de Blokker of Hema, maar een beetje redelijke supermarkt heeft ook koekenpannen. Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik de wortelpeterselieraspkoekjes zelf nog nooit gemaakt heb. Ik verzin ze hier dan ook ter plekke. Maar probeer het eens. Is het je te veel werk, dan is het goed om te weten dat kant-en-klaar koekjes ook bij de Hema of in de supermarkt te koop zijn (niet bij de Blokker). Het nare van die koekjes is dat ze niet naar wortelpeterselie smaken. Dat is geen probleem als je geen wortelpeterselie lust, maar als je juist op zoek bent naar die unieke smaak van wortelpeterselie (gadverdamme), dan ben je toch aangewezen op zelf bakken. Denk er bij het bakken aan dat de boel niet aankoekt.

Nou, volgens mij zijn we er wel. Nu maar hopen dat u vindt dat u nu een culicolumn hebt gelezen. Het zal mij een biet zijn. De biet: in een volgende culicolumn zal ik daar eens uitgebreid aandacht aan besteden. Al weet ik nu nog niet of het zal gaan over de zomerbiet, de winterbiet, de suikerbiet, de snijbiet of de subiet. Daar maak ik me nu ook nog niet druk om.
Ik maak me liever druk om de vraag welke kool er morgen weer in het biologisch groentepakket zal zitten: bloemkool, boerenkool, witte kool, groene kool, rode kool, chinese kool, zuurkool, spruiten, koolrabi, brokkoollie of spitskool. Mij maakt het niet zo veel uit. Al heb ik voorlopig genoeg apekool gehad.


Apeldoorn, december 2011

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?