Leeezzzie Zondag: ‘Onbetaalbaar’

Zondag 23 oktober 2011

Door bazbo

Foto: Menno Mulder

Iedere zondag presenteert Apeldoorn Direct ‘Leeezzzie Zondag’, waarin plaats is voor een langer verhaal. Heeft u ook iets moois te vertellen en daar meer ruimte voor nodig? Stuur uw verhaal in een mail naar info@apeldoorndirect.nl.

Onbetaalbaar

‘There’s no part of me in you’
– Steven Wilson (uit ‘No part of me’ van het album: ‘Grace For Drowning’)

*

“Hee!” zei ze enthousiast.
“Hoi,” was mijn verweer.
Ik had mijn aandacht er niet bij. Normaal gesproken wel, als een leuke vrouw mij passeert en mij hartelijk groet. Het lag ook niet aan haar. Ik stond voorover gebogen over de bakken en kon maar geen beslissing nemen.
Die bakken waren trouwens opvallend leeg. Dat was niet alleen vandaag; dat was al enige tijd zo. Mensen kochten hier steeds minder.

Ik staakte mijn zoektocht en liep door de verder lege winkel naar de balie. Daar stond ze. Ik kwam hier graag.
“Bas, had je de nieuwe Steven Wilson al gehoord?” vroeg ze.
“Tuurlijk,” antwoordde ik stellig. “Vorige week heb ik de special edition hier gehaald. Mooi, niet?”
Ze knikte met wijd opengesperde ogen. En dan dat lachje en die donkere rossiggeverfde krullen en vooral haar heerlijke hals. De bult erin was al een stuk kleiner. Of leek dat maar zo? Je zag hem nog steeds.
“Waar haalt die vent het toch iedere keer weer vandaan, hè?” vroeg ik retorisch. “Met deze plaat laat hij definitief zien en horen dat hij het écht kan.”
“Ik vind hem super,” bevestigde ze.
“Mag ik vragen waarover jullie het hebben?” vroeg iemand anders.
Ik keek om.
Er stond een licht kalend mannetje van ergens vet in de vijftig. “Ik ben nog niet zo bekend in deze wereld,” zei hij. Dat leek me sterk. Volgens mij was hij ergens vet in de vijftig. “En ik ben benieuwd naar de muziek waarover jullie het hebben,” ging hij verder.
“Nou, draai maar,” zei ik tegen het schitterende meisje achter de balie.

“Het begint tamelijk pastoraal,” doceerde ik de man. “Maar straks gaat de beuk erin.”
Even later ging de beuk erin.
“Hoe heet dit?” vroeg de vent. “Wie is het?”
“Steven Wilson,” legde de jonge vrouw uit.
“Kende je zijn werk?” vroeg ik haar.
“Nee, eigenlijk helemaal niet zo goed. Ik heb ooit wel iets van Porcupine Tree gehoord, maar daar moet ik me nog helemaal in verdiepen.”
“Hij heeft zo veel meer gedaan,” zei ik, ondertussen al naar wat bakken lopend. Ik trok wat aanbiedingen van Blackfield en No-man tevoorschijn. “Moet je dit straks maar ’s draaien.”
“Dat ga ik zeker doen,” zei ze dankbaar.
“Hij heeft ook het vroege oeuvre van King Crimson geremixed,” riep ik uit, terwijl ik ‘Red’ omhoog hield. “Wat nog meer? O ja, een paar jaar terug heeft hij wat platen van Opeth geproduceerd. Vooral die ene is een aanrader. Hier, deze. ‘Damnation’. Schitterend.” Er stond hier meer in de hoek ‘Afgeprijsd’ dan in de reguliere bakken.
“Bas, heb je de níéuwe Opeth dan al gehoord?” Ze werd bijna net zo enthousiast als ik.
“Je collega knalde hem vorige week al door de winkel. Steven Wilson is er ook weer bij betrokken geweest.” Ik keek op de schappen aan de muur boven de bakken. Daar stond hij. “Ik neem die straks mee.”
“Jij weet er nogal wat van,” zei de man erdoorheen.
“Tsja. Altijd een trouwe klant geweest hier. Vroeger lag er een stapeltje voor me klaar als ik binnenkwam. Moest ik maar eens luisteren. Tegenwoordig trek ik de cd’s uit de winkel voor het eigen personeel.”
Het meisje lachte zoals een meisje hoort te lachen. Een ware aanslag op mijn weke delen.
“Mag ik ze ’s zien?” vroeg de man naar de cd’s die ik uit de rekken had gerukt. “Heb je een papiertje? Dan schrijf ik het even op.”
“Gewoon aanschaffen,” zei ik. “’t Is allemaal spotgoedkoop. Twee voor vijftien ballen. Doe je weinig miskoop aan.”
“Ik wil het thuis even nazoeken. Voor mij is het allemaal erg nieuw.”

Die viel ongenadig door de mand. Waar is de tijd gebleven dat mensen nog gewoon hun muziekjes kóchten in plaats van dat ze het van internet afsleepten?
Ik was nu al zeker eenendertig jaar vaste klant in deze winkel. Er gaan geruchten dat er bij mij thuis meer lp’s en cd’s in de kast staan dan hier in de zaak. Bijna wekelijks kom ik er even in de bakken snuffelen. De laatste tijd valt er steeds minder te snuffelen. De bakken zijn leger en leger; vandaar dat ik niets leuks vond vandaag. Vroeger stond er naast allerlei nieuws vooral ook standaardrepertoire. Ik weet van de eigenaar dat hij altijd vond dat hij bepaalde ‘klassieke’ platen gewoon in huis moest hebben, ook al verkocht hij ze niet vaak. Dat is nu wel anders. In negen van de tien gevallen dat ik vraag naar een bepaald item krijg ik te horen dat ze hem niet hebben, maar wel kunnen bestellen.
Het is een vicieuze cirkel. Vroeger, als jonge jongen kon ik de hele dag in spanning zijn over de elpee die ik die middag zou gaan kopen. Had ik hem dan eenmaal aangeschaft, dan snelde ik naar huis om hem daar te draaien. Uren kon ik op mijn zolderkamer met de plaat in mijn handen zitten kwijlen. Met de nieuwe Steven Wilson had ik het wéér. Als vanouds. Een uitzondering, want die jongetjescharme is nu nagenoeg van de wereld verdwenen. Tegenwoordig klik je twee keer en heb je vijf minuten later het hele oeuvre van Bob Dylan binnen. Er wordt steeds minder in de winkel verkocht. En dus past die winkel het inkoopbeleid aan. Kijk maar, achter de balie zijn hele schappen in de kast met voorraad leeg. Daarvóór hangen posters. Ze denken dat het niet opvalt, maar ik zie het heus wel. Ik ben bang. Het ziet ernaar uit dat de winkel het niet redt. Met dank aan venten zoals deze half kale.

“Maar hoe gaat het met jou?” vroeg ik haar zachtjes.
Ze kwam van achter de toonbank vandaan en liep een stukje de winkel in. Ik liep met haar mee.
Een fikse behandeling zou ze moeten ondergaan. Geopereerd was ze al, al zag je er niet zo veel meer van in haar hals. Die hals waarin ik best wel eens mijn tanden zou willen zetten. Het verhaal dat ze vertelde, daar werd ik niet vrolijk van. Ze ging een heftige tijd tegemoet. Alles erop en eraan. Ik wist er alles van.
“Ik weet er alles van,” zei ik.
“Dat vertelde je vorige keer,” fluisterde ze bijna. “Fijn dat het zo goed gaat met je vrouw.”
“En heel mooi dat bij jou het vooruitzicht ook goed is,” zei ik maar. Wat ik liever had gehad, wist ik niet. Tuurlijk, deze vrouw moest beter worden en snel een beetje. Vrouwen mogen niet ziek zijn.
Er glinsterde iets in haar ogen. Wilde ik het wel zien?
“Je weet me te vinden, hè?” zei ik. “Als je me nodig hebt: je hebt mijn mailadres.”
“Ja, dat hebben we hier in de winkel wel.”
“Je mag me alles vragen. Over Steven Wilson. Over de platen waarbij hij betrokken is geweest. Over muziek in z’n algemeen. Over onze ervaringen met de ziekte. Over alles wat je wilt weten. Of ik het antwoord weet of niet, ik zal er voor je zijn.”
“Dat is lief van je, Bas.”
Moest ik nu iets zeggen? Ik zou niet weten wat of dat dan zou moeten zijn. Ik kón ook niets zeggen.
“En,” ging ze verder, nu hardop door de winkel sprekend. Ze liep onderwijl weer terug naar achter de balie. “Waarmee kan ik je nu helpen?”
Ik wilde me niet opdringen. “De nieuwe Opeth,” zei ik in plaats daarvan.
Ze pakte een exemplaar van het schap achter haar. Ik rekende af. De volle mep. Niets geen vaste klantenkorting, vandaag. Special edition. Bonusdvd’tje erbij. Toe maar.
Ze gaf me geen wisselgeld terug. Wel keek ze me nog één keer aan. Ik verdronk waar ze bij stond.

“Doen, hè?” knikte ik.
“Ik zal het doen.”
Ik wist dat nog niet zo zeker.
De muziek die ze verkocht vond ik al erg duur, maar de blik die ik kreeg uit haar schitterende ogen was helemáál onbetaalbaar.


Apeldoorn, oktober 2011

Met ingang van 1 januari 2012 houdt Plato Apeldoorn op te bestaan.

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?