Marleen helpt met Da Capo vrouwen opnieuw te beginnen

Zondag 5 juli 2020

Door Carla van Vliet

Bij Stichting Da Capo, Molenstraat-Centrum 1, kunnen migrantenvrouwen al 5 jaar geholpen worden met opnieuw moeten beginnen in een nieuw land. Marleen Hoogeboom is de oprichter en projectcoördinator en bezit het nodige talent voor regelen en verbinden. Ooit woonde zij een periode in Peru en zette daar een project op voor kansarme jongeren, dat begon met wat opvang en eindigde in volwaardig onderwijs.

Zo’n 10 jaar geleden kwam zij terug in Nederland en zat na een paar jaar zelf zonder werk. Het liefst wilde ze weer iets sociaals beginnen. Om haar heen kijkend zag ze wat er niet was: iets voor migrantenvrouwen. Dus startte ze met taallessen, gegeven door vrijwilligers. Het bleek een schot in de roos. Al snel waren er diverse taalgroepen en daarnaast kwam er een naaiatelier. Nu is er ook een kookgroep en zelfs  fiets- en computerlessen. Alles met de doelstelling vrouwen weer actief deel te laten nemen in de samenleving of stappen te laten zetten richting de arbeidsmarkt. Marleen vertelt over de achtergrond van Da Capo en hoe ze de coronacrisis zijn doorgekomen.

Waarom alleen voor vrouwen?

“Ik zag dat veel migrantenvrouwen thuis zaten. Ze kenden de taal niet, hadden geen werk en waren daardoor erg afhankelijk van hun man. Nu ik terugkijk op de afgelopen 5 jaar merk ik dat een groep met uitsluitend vrouwen ook wel een fijne sfeer geeft. Je merkt dat vrouwen meer durven en minder naar de achtergrond verdwijnen dan als er mannen bij zouden zijn. Onze cursus Taal en Gezondheid vindt dan ook gretig aftrek. Dit gaat het over doktersbezoek, bijsluiters, verzekering en dergelijken, zaken die vrouwen toch meestal verzorgen. Sommige vrouwen worden door de gemeente gestuurd en vullen de zogenaamde talentplekken en anderen komen uit zichzelf. Sommige vrouwen komen puur om Nederlands te leren en gaan daarna weer weg, anderen blijven wel 3 à 4 jaar hangen. Die vinden bij Da Capo naast het leren gezelligheid, een sociale invulling of een vaste regelmaat.”

Over hoeveel vrouwen hebben we het?

“Er komen hier zo’n 150 leerlingen, van ongeveer 40 verschillende nationaliteiten. Variërend van Zuid-Afrika tot het Midden-Oosten, van Turkije tot de Oostbloklanden en dan nog van alles daar tussenin. Momenteel heb ik 52 vrijwilligers en dat is voldoende tenzij… ik weer iets nieuws bedenk, haha! Zo zijn we 1,5 jaar geleden gestart met een ochtend in de week een taalcafé te houden in het buurthuisje van Stimenz ‘Ut Huussie’, naast ons gebouw. Dit is het enige project waar mannen ook welkom zijn. Er wordt koffie gedronken en gekletst en er zijn 2 taalvrijwilligers bij. Het is laagdrempelig, het is gratis en er vindt geen registratie plaats zoals bij de taallessen. Graag zou ik een tweede ochtend willen organiseren maar dan heb ik dus 2 à 3 vrijwilligers meer nodig.

Uit het taalcafé is gebleken dat mannen ook wel beter Nederlands willen leren, maar het past nu eenmaal niet in het Da Capo-concept. Daarom heb ik een nieuw plan bedacht. Tijdens de coronacrisis heb ik op Facebook een oproep gedaan naar taalmaatjes én naar mensen (zowel vrouwen als mannen) die daar behoefte aan hadden. Die 2 groepen koppelde ik dan aan elkaar. Misschien ga ik later wel eens toetsen in kleine gemengde of mannengroepjes te werken. Plannen te over.”

Vertel eens wat meer over het naaiatelier?

“In het naaiatelier leren vrouwen de basiskennis van naaien en de naaimachine. Het is gezellig, maar we doen ook serieus aan recyclen. We begonnen met spijkerbroeken te veranderen tot tassen en kussens, maar het vinden van een goede afzetmarkt bleek nog lastig. Nu werken we vooral in opdracht. Zo kregen we een periode lang de kapotte tassen van de Apenheul en maakten daar souvenirs van, die in de shop van de Apenhueul weer verkocht werden. Momenteel hebben we opdrachten van iemand met een bannerfabriek die bannerstof levert, maar ook opdrachten van andere bedrijven doorspeelt. Op deze manier zijn we veel doelbewuster bezig. En daarnaast  maken we, heel actueel, ook nog wasbare make-uppads, groentezakjes, broodwraps en mondkapjes.”

Hoe is de kookstudio ontstaan?

“Als vrouwen bij ons komen hebben we eerst een intakegesprek. Uit het vragen naar hobby’s bleek dat bakken en koken regelmatig bovenaan stonden. Daar moest ik iets mee doen. Nu koken de vrouwen 2 keer in de week een heerlijke afhaalmaaltijd. Geïnteresseerden kunnen zich melden voor een wekelijkse nieuwsbrief waarin je met foto en al ziet wat er voor 5 euro op het menu staat. Met één klik is de bestelling gemaakt. Het bestellen is echt nodig want de aantallen kunnen uiteenlopen van 10 tot 50 maaltijden per dag. De vrouwen gebruiken hun eigen recepten en de kookvrijwilligster doet de boodschappen. Aangezien de Provincie buurtinitiatief ondersteunt denk ik hard na over een derde ochtend , maar dan voor buurtgenoten. Ik hoop ook een betaalde kracht aan te kunnen nemen die het geheel meer een werksetting kan geven, zodat vrouwen ook meer de horecakant leren kennen. En misschien na Da Capo zelf iets kunnen opzetten.”

Is het lastig om alles financieel rond te krijgen?

“Laten we het een jaarlijkse uitdaging noemen. De leerlingen betalen 10 euro per maand per cursus voor taallessen, het naaiatelier en de kookstudio brengen een paar duizend euro op jaarbasis op, maar hier red ik het niet mee natuurlijk. Gelukkig zijn er altijd wel fondsen die ons steunen, zoals het Oranjefonds al 5 jaar op rij, maar het blijft elk jaar opnieuw zoeken. Ik ben nu met een nieuw plan bezig, een structureel donatieplan: Vrienden van Da Capo. Ik moet het nog precies uitzoeken maar ik denk aan donateurs die jaarlijks 100 of 200 euro storten. Daar stellen wij dan tegenover: een gratis maaltijd, korting op artikelen uit het naaiatelier en misschien wel een gezellige ontmoeting met een leuke activiteit met de Da Capovrouwen. Dit wordt vervolgd.”

Hoe was het gedurende de coronacrisis?

“Allereerst wil ik zeggen dat ik echt trots ben op iedereen zoals we het gedaan hebben. Toen Apeldoorn helemaal stil viel op sociaal gebied was ik wel even verbouwereerd . Toen ben ik gaan onderzoeken in hoeverre we online verder konden gaan. Eerst heb ik de vrijwilligers benaderd, zij moeten tenslotte de lessen geven. Toen ik voldoende animo bemerkte heb ik de doelgroep benaderd en toen begon het gepuzzel. Een compleet nieuwe indeling moest er gemaakt worden, want niet iedereen deed mee (was ook niet verplicht natuurlijk) en lessen via Zoom werden een feit.

Na de versoepeling van 1 juni werd alles weer anders. Wie wil er wel of niet naar Da Capo komen? Wie wil liever online les? Da Capo moest coronaproof ingericht worden en de laptops moesten aan de digiborden gekoppeld worden. Gelukkig hebben we corona doorstaan en nu is het wel duidelijk dat de combinatie van fysiek en online lessen eigenlijk ook goed werkt. We houden dit nog wel een paar weken vol, want dan is het vakantie. En daarna? Dan passen we ons gewoon weer aan. Dat zijn we nu wel gewend bij Da Capo!”

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?