Niet uit te leggen

Zondag 8 april 2012

Door bazbo

Marcel Mooij

‘Last night, I had eight Duvels.’ De man kijkt ons triomfantelijk aan. Zijn vrouw krijgt een rood hoofd, glimlacht en kijkt dan weg. Het is duidelijk dat ze zich een beetje schaamt. Zo netjes als ze gekleed gaat, zo hoffelijk als ze zich gedraagt: daar passen de acht Belgische jongens van haar man niet bij.
We zitten met z’n vieren aan een klein tafeltje. Al een paar dagen lopen we aan het eind van de dag hier binnen. Nooit gedacht dat ik het ooit nog eens leuk zou vinden in zo’n vakantiepark. Het zal de bierkaart van de kroeg hier zijn. En de activiteiten die ze in die kroeg organiseren. Een paar dagen geleden was er een show met jong zangtalent. Jochies van vijftien of zestien die Vlaamstalige liedjes zingen. Je lacht je een kriek. En dan die danseresjes eromheen. Hotpants, decolleteetjes, jeugdpuistjes en beugeltjes. Waar halen ze die meiskes vandaan? Ik amuseer me kostelijk. Vrouwlief ook. Gisteren arriveerde deze groep Britten. Geloof het of niet: het bleken leden van een squaredancevereniging te zijn. Gelijk bij binnenkomst al gingen de tafeltjes aan de kant en klonk de vrolijke saloonmuziek door de brasserie. Vanuit alle hoeken en gaten verschenen koppels en allemaal begonnen ze in het rond te dansen. Een man alleen nam de microfoon. Het duurde even voor we doorhadden wat hij zong. Hij gaf aanwijzingen. De tekst was niets anders dan een reeks van bewegingen en danspassen die de koppels op de dansvloer moesten maken. Ook vanavond hebben we weer een show van ze gekregen. Na afloop zochten deze man en mevrouw een plekje aan een tafel. Bij ons stonden nog twee lege stoelen. Wilden ze hier bij ons komen zitten?
Het echtpaar komt uit Nottingham. Van Robin Hood toch? Exactly, de oude boom staat nog altijd op het plein voor de herberg. Ze zijn hier met de hele vereniging op rondreis door Vlaanderen en Normandië. Vandaag bezochten ze de begraafplaats in Ieper.
En wij?

*

Wij waren een week ervoor getrouwd. We zijn het nog steeds. De herinneringen aan onze huwelijksreis staan vandaag de dag nog scherp op mijn netvlies. Veel ervan, dan. Niet alles. Ik vergeet, hoe verschrikkelijk ik het ook vind. Daarom moet ik alles vastleggen. Ik wil me ieder moment van mijn leven dat ik samen met jou doorbreng blijven herinneren. Het lukt niet, het lukt niet. Toch blijf ik het proberen. Vastleggen helpt.
Hoe waren we zo in dat malle Park Atlantis verzeild geraakt? Toen al vond je het heerlijk om vakanties uit te zoeken en te boeken. En de Vlaamse kust, die vonden we allebei mooi. Niet al te ver weg en toch waren we in een heel ander land. Dit park was zo’n kneuterig vakantieoord vlakbij De Haan, onder de rook van Oostende. We kwamen aan, meldden ons bij de receptie en begaven ons naar het appartement. ‘Het tweede niveau’ bleek zich te bevinden op de eerste verdieping. Altijd lachen met die Belgen. We hielden niet op met lachen. Nooit. Niet lang daarna liepen we naar het strand, jouw handen in mijn veel te grote legerjas. Aan het eind van de middag zaten we in de brasserie van het park en bestudeerden we de uitgebreide bierkaart. (Pater Corsendonk.)
We vierden elkaar, zoals we dat altijd deden en altijd zijn blijven doen. Tot op de dag van vandaag ben jij mijn thuis, waar we ook zijn. Als jij er niet bent, wil ik naar huis. Natuurlijk wil ik ook wel ’s alleen zijn en als het gebeurt, dan is dat ook prettig, maar daarna moet ik je wel weer om me heen hebben.  Als ik alleen thuis ben, dan kan ik heerlijk doen waar ik zin in heb en meestal is dat alleen de ingewikkelde muziekjes draaien waarmee ik jou niet wil lastig vallen. En als het dan later wordt dan je hebt gezegd dat je weer thuis komt, dan word ik gek. Als ik het al niet was. Van bezorgdheid, van eenzaamheid en van angst. Je moet er gewoon altijd zijn; ik moet gewoon zeker weten dat je er altijd bent en dat je er altijd zult zijn. Dichter dan dichtbij. Al die momenten van samenzijn, die wil ik nooit vergeten. Ik wil ze me blijven herinneren. Hoe vaak hebben we ons nu verenigd? Ik wil iedere keer voor ogen kunnen halen, maar het lukt niet, het lukt niet. Ik wil nooit vergeten hoe ik iedere keer weer mijn handen op jouw heupen leg, hoe ik ieder kuiltje, iedere ronding van je herken. Al je zachtheid, al je bewegingen, al je geluidjes in je slaap. Het bultje op je bil, de oneffenheid op je arm. De moedervlekjes op je rug, de structuur van het litteken in je rechterborst. En dan die lach. We houden niet op met lachen. Ik wil niet vergeten, ik mag nooit vergeten. Vastleggen zal ik, vastleggen tot in de eeuwen der eeuwen amen. Vastleggen, opdat ik het nooit vergeet. Vastleggen, zodat ik nooit meer hoef uit te leggen. Want uitleggen? Ik kan het niet.

*

‘Eight Duvels?’ herhaal ik. ‘Acht Duvels?’
De man knikt. ‘And she had eight too.’
‘Yeah, dat hebben we gezien,’ lachen we.
Gisterenavond waren we op tijd terug in het appartementje. Hand in hand stonden we voor het raam op ‘het tweede niveau’, elkaars warmte absorberend. We keken naar de schemering die viel over het grote grasveld. Aan het eind ervan kon je door de struiken heen nog net de ingang van de brasserie zien. Een asfaltpaadje slingerde zich schuin over het gazon in de richting van dit gebouw. We zagen beweging. Kijk, daar had je die Britse meneer, die we vanavond in het café hadden zien zitten. Hij liep wat onvast. Waar was zijn vrouw? O wacht, die kwam er ook aan. Ze liep er zo’n vijftig meter achter met in iedere hand een grote volle boodschappentas. Het was duidelijk dat ze zich met die twee tassen in evenwicht hield. Ze zwalkte, ze waggelde. Ging het goed? Het ging goed. Maar net. Toen was ze uit mijn zicht verdwenen. Dat zul jij nooit.
‘Hebben jullie dat gezien?’ vragen de meneer en mevrouw gelijktijdig. ‘How? When?’
Gaan we het uitleggen? Sommige dingen zijn niet uit te leggen.

Apeldoorn, februari 2012

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?