rivierkreeftjes

Zondag 1 maart 2015

Door Stukslaan

Trendwatchers zitten bovenop ontwikkelingen als social media, de wederopleving van het antisemitisme, het individualisme, nieuwe valuta zoals Bitcoin, de invloed van 3D-printers en de mondiaal sterk toenemende vraag naar single malt whisky. Er zijn natuurlijk veel meer ontwikkelingen maar het zijn er teveel om hier allemaal op te noemen. Een heel belangrijke had u al gemist en wil ik hier niet onvermeld laten. Juist, we hebben het over de opkomst van de rivierkreeftjes.

Rivierkreeftjes zijn kleine onooglijke beestjes die leven in zoet water. Ze zijn eetbaar en je kunt ze gewoon bij de supermarkt kopen. Vaak zijn ze al gepeld en hoef je ze alleen maar op te warmen. Niet te lang, want dan worden ze taai. Wie geregeld uit eten gaat, komt ze te pas en te onpas tegen. Menig kok vindt zijn maaltijd niet af als er geen handjevol rivierkreeftjes aan toegevoegd is. Het is erg in de mode. In de soep, de aperitief-cocktail, het hoofdgerecht. Overal die verdomde rivierkreeftjes. Ze zijn volstrekt overbodig maar het staat zo leuk op de menukaart. En ze kosten niks. Rivierkreeftjes zijn de nieuwe pijnboompitten.

Ik vind rivierkreeftjes niet zo bijzonder. Alleen de naam al. Het klinkt lief maar o wee als je zo’n ding onder de microscoop legt. Het ziet er angstaanjagend uit. De tentakels doen het ergste vermoeden. We hebben hier te maken met een moordmachine. Stel je toch eens voor dat het ding mensgrote dimensies had. Je zou er een straatje voor omlopen. Ik vind ze eigenlijk ook best wel vies. En ik zal je uitleggen waarom.

Wildplassen is niet zo netjes en bovendien verboden. Het is iets dat ik slechts bij hoge uitzondering doe, als het echt niet anders kan. Laten we zeggen dat het één keer in de drie jaar voorkomt dat ik langs de kant van de weg in een riviertje sta te sassen. De mannelijke lezers zullen het vast herkennen. Denk nu even met me mee. In Nederland wonen 17 miljoen mensen. De helft daarvan is man. Kinderen die nog niet kunnen lopen en oudevandagen die niet meer kunnen lopen laten we buiten beschouwing. Dan komen we uit op 7 miljoen mannen. Als al die mannen, net als u en ik, eenmaal per drie jaar in een riviertje staan te pissen en daarbij 200 ml urine lozen, maakt dat 7.000.000 / 3 * 0.2 = 466 duizend liter. In Nederland wordt dus, voorzichtig geschat, jaarlijks meer dan 460 duizend liter zeik in de rivieren geloosd. Rechtstreeks in het habitat van de rivierkreeftjes. Die zwemmen de hele dag rond in al die liters pis. Ze drinken het en piesen het weer uit. Het is dus niet zo dat ik rivierkreeftjes vies VIND. Rivierkreeftjes ZIJN vies.

Helaas kan ik niet meer vragen aan Bertus hoe hij hierover denkt. Bertus, mijn oudoom, overleed vorige week op 88-jarige leeftijd. Vrijdag werd hij begraven na een sobere plechtigheid. Of hij ooit een stap buiten Rotterdam gezet heeft, heb ik altijd betwijfeld. Hij moet een saai maar erg overzichtelijk leven gehad hebben. Wandelen langs de Maas en af en toe een potje dammen met z’n broer. Op de begrafenis spreek ik een neef die hem goed gekend heeft. Ik vraag hem of Bertus ooit buiten de stad geweest is. ‘Misschien één keer’, zegt de neef. En hij vertelt: ‘Bertus kocht ooit een paar zeldzame, Bulgaarse rivierkreeftjes bij een dierenwinkel in Rotterdam Zuid. Die beestjes terroriseerden de andere zoetwaterbeestjes in zijn aquarium. Al gauw waren alle guppies dood en even later moesten ook zijn twee maanvissen het ontgelden. Toen bond een gedeprimeerde Bertus het aquarium achterop zijn Zündapp en reed naar de Biesbosch. Hij loosde de inhoud van het aquarium, reed met een lege bak terug naar Rotterdam en heeft de rest van z’n leven met geen woord meer gerept over zijn vroegere hobby. Dus ja, hij is een keer buiten de stad geweest. Het lijkt erop dat dat de enige keer was’.

Ik laat het op mij inwerken terwijl ik naar de foto op de kist sta te staren. ‘En hoe zit het nu met die rivierkreeftjes?’, vraag ik even later aan de neef. ‘Tsja, het is een plaag geworden’, zegt hij. ‘Per etmaal wordt er tegenwoordig ruim 5 ton uit de Nederlandse wateren geschept. Er zit niets anders op dan ze te verorberen. Ik vind ze trouwens best lekker’. De neef ziet mijn bedenkelijke blik. ‘Is er iets?’, vraagt hij. ‘Nee hoor’, zeg ik, ‘ik moet alleen even nodig naar de wc’.

-jertaa

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?