Tussen stilte en verwondering: De Kift en Dani Zwiers maken van Gigant een huiskamer
Door Henk Schrier
Wat begint als een volle zaal en een zwijgende jongen op het podium, eindigt in gedeelde aandacht en stille ontroering. Vrijdagavond in Gigant Apeldoorn brachten De Kift en voorprogramma Dani Zwiers elk op hun eigen manier muziek die niet schreeuwt, maar blijft hangen. Het werd een avond waarin kwetsbaarheid, ritme en verwondering moeiteloos naast elkaar bestonden.
Het optreden van De Kift voelde vanaf het eerste moment als een zeldzaam cadeau. Al bij binnenkomst viel het oog op een vol podium, rijk gevuld met gitaren, blaasinstrumenten en allerlei andere muziekinstrumenten die klaarstonden om bespeeld te worden. Die veelheid wekte onmiddellijk nieuwsgierigheid en beloofde een avond vol klank, gelaagdheid en afwisseling. Met zo’n 150 bezoekers veranderde de zaal moeiteloos in een intieme huiskamer, waarin elke noot, elke ademhaling en elk woord direct binnenkwam. De nabijheid tussen band en publiek gaf het concert een warme, bijna vertrouwelijke sfeer.
De verrassing van de avond: Dani Zwiers
Vrijdagavond stond in Gigant Apeldoorn De Kift op het programma, maar wie het publiek écht met open mond achterliet, was de jonge artiest Dani Zwiers. In het voorprogramma liet hij zien dat kwetsbaarheid, durf en een uitgesproken artistieke visie moeiteloos samen kunnen gaan. Wat begon in een bijna ongemakkelijke stilte, groeide uit tot een van de meest indringende momenten van de avond.
Dani Zwiers opende zijn set niet met muziek, maar met aanwezigheid. Minutenlang zat hij zwijgend tussen twee speakers op het podium, het publiek recht aankijkend, terwijl een geluidsfragment de zaal vulde. Het moment voelde poëtisch en licht confronterend: een periode van wachten, van ergens doorheen moeten. Precies wat past bij de adolescentie — de levensfase waarin hij zelf middenin zit. Niet letterlijk uitgesproken, maar voelbaar gemaakt. Aan het einde van dit intro zwaaide hij even naar het publiek. Pas daarna begon de performance echt.
Die thematiek — het zoeken naar jezelf, de kleine en grote verwarringen van het tienerleven — liep als een rode draad door zijn set. In nummers als Wanneer valt het doek en DANI DANI DANI balanceerde Dani Zwiers tussen fragiliteit en intensiteit. Zijn teksten klonken als innerlijke monologen: soms onzeker, soms scherp, maar altijd eerlijk. Bij Doe de lichten uit viel alles samen: de muziek, de spanning in de zaal en de aandacht van een publiek dat inmiddels volledig was meegezogen.
Dat Dani Zwiers niet alleen persoonlijk, maar ook muzikaal zoekende is, werkt duidelijk in zijn voordeel. Als eerstejaars student aan het Utrechts Conservatorium, waar hij de opleiding Musician 3.0 volgt, ligt zijn focus op artistieke visie: wie ben ik en wat wil ik maken? Die vraag is nog niet definitief beantwoord — en juist dát maakt zijn optreden zo interessant. Je ziet een artiest in wording, iemand die durft te twijfelen op het podium.
Het slotnummer, Is het niet mooi om een mens te zijn, voelde als een open hand richting het publiek: teder, hoopvol en zonder opsmuk. Dani Zwiers bewees deze avond dat hij meer is dan een voorprogramma. Hij was de verrassing van de avond. En als dit pas het begin is, dan valt er nog veel moois te verwachten.
De Kift: Niemandsland als gezamenlijke reis
In Gigant kwam Niemandsland volledig tot leven. De Kift speelde het album integraal en wist de aandacht van het publiek moeiteloos vast te houden. Vanaf de eerste tonen werd duidelijk dat dit geen losse verzameling liedjes was, maar een zorgvuldig opgebouwde vertelling. Tijdens de rustigere, meer ingetogen momenten viel een bijna tastbare stilte in de zaal — het soort stilte dat verraadt dat er écht geluisterd wordt, waarin niemand zijn telefoon durft te pakken.
Die aandacht werd nooit geforceerd. De Kift vertrouwt op de kracht van herhaling, op ritme en op taal. Veel nummers zijn opgebouwd als bezweringen: ogenschijnlijk eenvoudig, maar langzaam steeds dwingender. Die monotone, bijna rituele structuren zorgden voor een constante onderhuidse spanning, terwijl liedjes als Kompanen juist ademruimte boden en het geheel lichter maakten.
Muzikaal was het concert rijk en onvoorspelbaar. Koperblazers, banjo, ukelele en hakkebord gaven kleur en karakter aan het geluid, stevig gedragen door bas en drums. De arrangementen voelden doordacht, maar nooit strak dichtgetimmerd; er bleef ruimte voor kleine verschuivingen, accenten en theatrale details. De bijdrage van Roos Janssens gaf extra dynamiek aan de zang en doorbrak waar nodig de herhaling met frisse, heldere tegenstemmen.
Tegelijkertijd was er ruimte voor menselijkheid en relativering. Op de juiste momenten werd er gelachen — soms om de ironie in de teksten, soms om kleine gebaren of terloopse opmerkingen van de band. Juist die afwisseling tussen dreiging, verstilling en humor typeerde het optreden en maakte het toegankelijk zonder aan diepgang in te boeten.Naast het nieuwe werk kregen ook oudere nummers een warme ontvangst. Liedjes als Wildernis, Zeis en Hoofdkaas sloten naadloos aan bij het thematische universum van Niemandsland en werden door het publiek herkenbaar en aandachtig ontvangen. Voor de ongeveer 150 aanwezigen voelde het concert daardoor niet als een presentatie, maar als een gezamenlijke reis — door bekende landschappen en nieuwe gebieden tegelijk.
De Kift bewees deze avond opnieuw dat betrokken muziek niet schreeuwerig hoeft te zijn om te raken. Het werd een intens, gelaagd en soms lichtvoetig concert, waarin band en publiek elkaar vonden in aandacht, stilte en gedeelde verwondering.
Eindconclusie
De combinatie van Dani Zwiers en De Kift maakte deze avond in Gigant bijzonder coherent. Waar Zwiers het podium gebruikte als een plek om te zoeken, te twijfelen en zichzelf voorzichtig te tonen, liet De Kift zien wat er kan ontstaan wanneer een artistieke visie door de jaren heen is uitgehard zonder haar nieuwsgierigheid te verliezen. Jong en ervaren, kwetsbaar en bezwerend, persoonlijk en collectief: de twee optredens versterkten elkaar in plaats van dat ze contrasteerden. Wat bleef hangen, was geen groot gebaar of oorverdovend slotakkoord, maar een gevoel van gedeelde aandacht. Een zaal die even bereid was om te luisteren, te wachten en zich te laten meenemen. Precies daarin schuilde de kracht van deze avond.
