Wat we doorwerking noemen in Apeldoorn

Maandag 24 november 2025

Door Ben Brown

Mariëtte Kranenburg

Waarom goede bedoelingen soms nog koloniale vormen aannemen.

“Doorwerking”: een ingewikkeld woord voor iets dat in Apeldoorn verrassend zichtbaar is: het verleden leeft door in het heden. Soms materieel — in verschillen in inkomen, onderwijs of kansen. Maar vaak subtieler: in taal, aannames, blikrichtingen en manieren van “helpen” die vriendelijk klinken, maar ongemerkt ongelijkwaardigheid uitstralen.

Dat immateriële stuk, het koloniale denken, blijft hier vaak onbesproken. Niet omdat het er niet is, maar omdat het zich stil verstopt in gewoontes die we al te normaal vinden. Alsof het een stille huisgenoot is die altijd net iets te hard aan het fornuis staat.

Het koloniale denken in nieuwe jasjes

Koloniaal denken is het idee dat de één beter weet wat goed is voor de ander.

Vroeger ging het over landen die “ontwikkeld” of “beschaafd” moesten worden.

Nu gaat het soms over mensen: wie “moet meedoen”, wie “moet integreren”, wie “hulp” nodig heeft. En het klinkt nog steeds vriendelijk. Niet: “Ik ben superieur.” Maar: “Ik bedoel het goed.” Juist dat maakt het hardnekkig. En eerlijk: wie kan er nu iets tegen goede bedoelingen hebben? Behalve de persoon die ertegenaan loopt.

Apeldoorn had geen plantages, wel een missie

CODA onderzocht hoe dit in Apeldoorn zichtbaar is. Niet via plantages, maar via zendingswerk, dat hier wél diep verankerd was. Vanuit Apeldoorn trokken mensen de wereld in met onderwijs, zorg en geloof — vaak oprecht betrokken.

Alleen bepaalden ze zelf wat vooruitgang en beschaving waren, en wat “helpen” betekende.
Dat is de erfenis die blijft hangen: niet als schuld, maar als een manier van kijken die ongemerkt wordt doorgegeven. Alsof je een recept krijgt van iemand die zelf niet proeft, maar wel alles aanwijst.

Hoe oude reflexen moderne vormen aannemen

Die reflexen herkennen we nog steeds. In kleine patronen: woorden als “kwetsbare groepen”, beleid dat over mensen praat in plaats van met hen, burgerparticipatie waarbij de kaders al vastliggen voordat iemand meedenkt. Zelfs in hoe we over hulp praten. Apeldoorn zit vol prachtige initiatieven: taallessen, buurtprojecten, koffiemomenten voor nieuwkomers.

Maar soms hoor je een echo van vroeger: “Wij regelen het, jullie ontvangen het.”

Niet uit arrogantie, maar uit routine. Het is dezelfde houding als die van de zendelingen — alleen dragen wij nu een regenjas in plaats van een tropenhelm. (En eerlijk: die regenjas past beter bij het Apeldoornse miezerweer).

De zin die blijft hangen

In de tentoonstelling Apeldoorn en Slavernij lag een brief met de regel:

“Jullie leerden me bidden, maar niet luisteren.”

Die zin laat zien wat doorwerking doet: we hebben eeuwenlang uitgelegd, verteld, gestuurd — en nu mogen we leren hóren. Niet meer: “Wat heb jij nodig?” Maar: “Wat kunnen we samen?”

En ja, soms is luisteren vermoeiend. Maar het is stukken minder vermoeiend dan een tropenhelm.

De gevolgen voor nazaten in onze stad

Voor nazaten van koloniale systemen is doorwerking dagelijks voelbaar. Steeds opnieuw moeten bewijzen dat je erbij hoort. Sneller als “kwetsbaar” worden gezien. Merken dat besluiten al genomen zijn voordat jouw stem gehoord is. De schaduwzijde van koloniaal denken is simpel: mensen worden onderwerp van beleid in plaats van partner in gesprek. Goede bedoelingen wegen zwaarder dan gelijkwaardigheid.

Dekolonisatie begint misschien hier

Echte dekolonisatie start misschien niet in Den Haag, maar gewoon in Apeldoorn. In het buurthuis, waar taallessen samen vorm krijgen. Bij welzijnsprojecten, waar bewoners medeorganisator kunnen zijn. In gesprekken waarin we niet invullen, maar uitnodigen. Op momenten waarop beleid van over naar met beweegt. Echte verandering klinkt niet als een historische toespraak. Het klinkt als iemand die zegt:
“Mag ik vertellen wat voor mij werkt?”

En een ander die antwoordt: “Ja. Ik luister.”

Van uitleggen naar uitwisselen

Misschien begint dekolonisatie precies daar: waar we van uitleggen naar uitwisselen gaan, van sturen naar samenwerken, van goede bedoelingen naar echte gelijkwaardigheid. Het verleden praat nog steeds mee — maar hoe hard het klinkt, dat bepalen we zelf. En eerlijk: een regenjas en een open oor zijn toch stukken makkelijker mee te nemen dan een tropenhelm.

Meer lezen over stad

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!