zaad

Zondag 7 december 2014

Door Stukslaan

In de zomermaand juli 1988 heeft het één dag niet geregend. Ik was die maand postbode, verdomme. Wat een drama. ’s Ochtends om kwart voor zes beginnen met sorteren (‘ingooien’) van de post, dan twee wijken doen en hopen dat je voor 5 uur klaar bent. En steeds die regen. Het hield nooit op. Wat ik leerde van dit vakantiewerk was dat ik later never-nooit-niet een baan zou kiezen in de buitenlucht. Voorgoed genezen.

Bij het ingooien was het stoere moppen en vulgaire mannenpraat. Ansichtkaarten waar een schaarsgeklede dame op stond werden bovenop de kast gezet en pas later, of helemaal niet, besteld. Postbodecollega Nelis, een vaste kracht, kreeg steevast de volle laag. Hij morrelde bijvoorbeeld aan z’n riem en de hele Christiaan Geurtsweg kon horen: ‘Zeg, Nelis, zit niet zo aan je pik te krabben. Ook voor jou is er nog hoop!’. Dat niveau. Nu weet ik wel dat het vak van postbode erop neerkomt dat je van gleuf tot gleuf gaat tot je zak leeg is, maar met seks heeft het niets te maken. Met zaad evenmin. Alhoewel?

Mijn ochtendwijk was de Asselsestraat. De meeste winkels liep ik binnen om de post op de balie te leggen. En om even moed te verzamelen voor ik weer de regen in moest. Bij het solarium was het lekker warm en spotte je soms zo’n ansichtkaart in levende lijve (ik was 18, hè). Een bizarre winkel was nummer 43. In de etalage stonden reclameborden die naar mijn inschatting minstens 30 jaar oud waren, afgaand op de verschoten kleuren en het taalgebruik. Ik keek in het verleden en dat intrigeerde me. Hier zat Niessink’s Zaadhandel. Een winkel die stilstond in de tijd.

Meneer Niessink was een kleine stugge man. Dat ik überhaupt binnenkwam beschouwde hij vermoedelijk als inbreuk op zijn privacy. Ik legde de post neer en maakte een kort praatje. Tussen zijn post had ik de eerste keer iets van de Vereniging van Radio Onderzoek Nederland zien zitten. Omdat ik ook zendamateur was meende ik het ijs wel te kunnen breken. Voorzichtige acceptatie zag ik in zijn ogen maar het bleef bij een kort gesprek.

Ook de keren erna bleef hij afstandelijk en achterdochtig. Het gebeurde niet zelden dat de deur op slot zat en Niessink hem met een geïrriteerde blik opende. Dat slot, zo heb ik later begrepen, was door hem gemodificeerd zodat het alleen met een speciale handeling (twee keer links, drie keer rechts of zo) kon worden geopend. Alsof de hele buitenwereld uit was op het stelen van Niessinks Zaad.

Later fietste ik nog wel eens langs de winkel. Dat er nog altijd niets aan etalage en interieur veranderd was gaf me een prettig gevoel. Ik wenste dat het altijd zo zou blijven. En ooit zou ik nog eens binnenlopen om, nou ja, geen idee wat. De man weer zien zitten. Vertellen dat ik er ooit kwam als postbode. Of hij z’n hobby nog bedreef. Waarom hij zo’n winkel had. Zoiets zou het zijn.

Inmiddels is Niessink niet meer. Na een lang ziekbed schijnt hij zo’n twee jaar geleden overleden te zijn. In het pand zit nu een galerie die de geweldige naam ‘Zaay’ draagt. Da’s mooi. De galeriehoudster: ‘We vonden zelfs zakjes bloemzaad uit 1934. Die hebben we aan het zadenmuseum gegeven’. Prachtig toch?

Maar hoe het nou zit met die Niessink knaagt aan me. Veel is er niet over hem en zijn familie te vinden. Ik begrijp dat zijn grootvader tuinman en bloemist was en op nummer 41 woonde. Dan hebben we het over eind 19e eeuw. Dat pand zal rond de oorlog tegen de vlakte zijn gegaan, vermoed ik. Naast zijn werk als tuinman en bloemist is hij een zaadhandel begonnen. Zijn zoon zal het vanzelfsprekend overgenomen hebben. En kleinzoon? Die wilde vermoedelijk helemaal niet maar kon niet anders dan het stokje overnemen om de zaaddynastie voort te zetten. Het bevriezen van de etalage was zijn stil protest tegen het keurslijf van zijn familie.

Wie weet meer over het pand en de Niessinkfamilie?
Mail het me op zaad@stukslaan.nl en zo mogelijk doe ik hier later verslag.

-jertaa

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?