Typisch Turks: vertrouwen heeft tijd nodig
Door Marsha Regensburg

Typisch Turks: vertrouwen heeft tijd nodig
Anderhalf jaar geleden begon ik als projectleider bij de werkgroep Typisch Turks. We gingen samen aan de slag om de Turkse cultuur zichtbaarder te maken binnen de cultuurhuizen van Apeldoorn.
Wat ik inmiddels weet? Zoiets begint niet met een volle zaal.
Het begint met aftasten.
Mensen moeten wennen aan het idee dat hun cultuur ineens in de spotlight staat. Wat is de bedoeling? Wie bepaalt wat er wordt georganiseerd? Wordt er óver ons gesproken of mogen we zelf vertellen wat belangrijk voor ons is?
Dat vertrouwen moet groeien.
Ik zag hetzelfde eerder bij de werkgroep Typisch Moluks. Het eerste jaar ben je vooral aan het bouwen. Aan relaties, aan bekendheid en aan vertrouwen. En dan gebeurt er iets bijzonders. In het laatste halfjaar beginnen mensen zelf te komen.
“Kunnen we hier iets mee doen?”
“Hier is behoefte aan.”
Of juist: “Dit past helemaal niet bij ons.”
Dat laatste vind ik minstens zo waardevol. Want weten waar géén behoefte aan is, voorkomt dat we programma’s maken waarvan wij dénken dat mensen erop zitten te wachten.
Bij Typisch Turks heb ik een ontzettend ondernemende werkgroep leren kennen. Mensen die trots zijn op hun cultuur en gemeenschap en bereid zijn daar de schouders onder te zetten. Binnen de Turkse gemeenschap bestaan verschillende achtergronden en stromingen. Juist daarom vond ik het mooi om te zien hoeveel aandacht er was voor de vraag: hoe zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk mensen zich hierin herkennen?
Een van onze laatste projecten samen waren de podcastportretten. Verschillende generaties Turks-Apeldoornse inwoners vertelden daarin over hun leven. Wat neem je mee vanuit Turkije? Wat heb je van je ouders of grootouders meegekregen? Wat geef je zelf door? En wat is inmiddels typisch Nederlands of misschien zelfs typisch Apeldoorns geworden?
De antwoorden verschilden, maar één onderwerp kwam steeds terug: verbinding.
Het contact met familie. Oudere generaties opzoeken. Feestdagen samen vieren. En natuurlijk: samen eten.
Tegelijkertijd hoorde je hoe dat verandert. Werk, school, sport en volle agenda’s bepalen steeds meer ons ritme. Daardoor wordt het soms moeilijker om elkaar op te zoeken.
En eigenlijk is dát helemaal niet typisch Turks.
Dat herkennen volgens mij heel veel Apeldoorners.
Begin oktober doe ik een stap terug en gaat de werkgroep zelfstandig verder. Voor mij begint daarna opnieuw een kennismaking met een andere gemeenschap. Weer luisteren, vragen stellen en waarschijnlijk af en toe ontdekken dat iets wat ik had bedacht totaal niet aansluit.
Dat hoort erbij.
Dat we met Typisch Turks genomineerd zijn voor de Apeldoornse prijs voor diversiteit en inclusie, voelt daarom vooral als waardering voor wat er kan ontstaan wanneer mensen de ruimte krijgen hun eigen verhaal te vertellen.
Mijn grootste les uit anderhalf jaar Typisch Turks?
Verbinding kun je niet programmeren. Je kunt er wel tijd, ruimte en oprechte nieuwsgierigheid voor maken.
En soms moet je gewoon lang genoeg blijven zitten om elkaar echt te leren kennen.