Van gebogen hoofd naar opgeheven blik
Door Bako Sorany

Een uniform, twee werelden.
Ik weet nog hoe ik als kind reageerde wanneer ik iemand in uniform zag. Ik keek weg en boog mijn hoofd, in de hoop dat niemand mij zou opmerken.
Niet omdat ik iets verkeerd had gedaan, maar omdat ik had geleerd voorzichtig te zijn.
Ik groeide op in Koerdistan, Irak, onder het regime van Saddam Hussein. Daar betekende een uniform voor mij geen veiligheid, maar dreiging. Mensen in uniform hadden macht, en je wist nooit wat er kon gebeuren als ze je tegenhielden.
Ik herinner me de sterren op hun uniformen. Of iemand nu één, twee of drie sterren op zijn schouder had, voor mij maakte dat weinig verschil. Ze verschilden misschien in rang, maar ik wist dat zij macht hadden en ik niet. Zij konden beslissen, terwijl ik moest gehoorzamen. Ik voelde me klein tegenover hen en wist dat tegenspreken gevolgen kon hebben.
Ik ben meerdere keren door mensen in uniform geslagen. Als kind kon ik mezelf niet verdedigen. Ik begreep niet waarom iemand met zoveel macht mij pijn deed. Ik leerde stil te zijn en zo weinig mogelijk aandacht te trekken.
Jaren later kwam ik naar Nederland, met de hoop op een nieuw begin. Ik was in een ander land, maar mijn herinneringen reisden met me mee.
Dat merkte ik tijdens mijn eerste treinreis van het asielzoekerscentrum in Sneek naar dat in Vlissingen. Alles was nieuw voor me. Terwijl ik naar het landschap keek, kwam er een man in uniform naar me toe.
Het was een conducteur, maar dat wist ik op dat moment niet. Ik zag alleen zijn uniform.
Hij vroeg naar mijn vervoersbewijs. Voor hem was het waarschijnlijk een gewone vraag. Bij mij riep die herinneringen op aan de controles in mijn jeugd. Hij glimlachte, maar ik wist niet goed hoe ik die glimlach moest begrijpen. Was hij vriendelijk, of lachte hij mij uit?
Het was vreemd: ik zat in een trein in Nederland, ver weg van de plek waar ik was opgegroeid, en toch voelde ik me weer even dat angstige jongetje.
De conducteur deed zijn werk. Ik probeerde de situatie te begrijpen. We zaten in dezelfde trein, maar beleefden dat moment vanuit twee verschillende werelden.
Een uniform, twee werelden
Langzaam ontdekte ik dat een uniform niet overal dezelfde betekenis heeft. In Koerdistan, Irak, stond het voor mij voor angst en macht. In Nederland begon ik te ervaren dat iemand in uniform ook kon helpen, uitleg geven of vriendelijk zijn.
Mijn verstand begreep dat ik in een ander land was. Mijn gevoel moest daar nog aan wennen. Soms zag ik eerst het uniform en pas daarna de mens die erin zat.
Ik neem het mezelf niet kwalijk. Het jongetje dat ik vroeger was, deed wat hij kon om zichzelf te beschermen. Wegkijken was zijn manier om met de wereld om te gaan die hij kende.
