Piemels

Zondag 22 maart 2015

Door Stukslaan

Omdat hardlopen niets voor mij bleek te zijn, moest ik kiezen voor een teamsport. ”Dat is ook goed voor de contacten.”, zei mijn fysiotherapeut. ”En u valt af én uw onderrugspieren zullen er sterker van worden!”
Ik vind het hebben van contacten leuk, wilde van mijn rugpijn af en een kilootje of tien minder is geen overbodige luxe. Aan hoeveel kanten kan een mes snijden?
Ik ben iemand die niet over een nacht ijs gaat (dit staat los van mijn gewicht), dus heb ik alle voors en tegens van een aantal betaalbare teamsporten op een rijtje gezet.
Bowls: een prachtig balspel waarbij precisie, inzicht en tactiek belangrijker zijn dan kracht. Het kan zowel buiten als binnen gepeeld worden. Voordeel: de kans op blessures is heel erg klein. Het nadeel is dat er in Apeldoorn alleen het zogenoemde ‘carpet bowls’ gespeeld wordt (de bejaardenvariant) en ook alleen maar toegankelijk is voor mensen die ouder zijn dan 67 jaar.
Sepak takraw. U weet wel: een soort voetvolleybal. Prachtig ook om naar te kijken. Je hebt weinig materiaal nodig om deze sierlijke sport te beoefenen. De dichtstbijzijnde vereniging is echter in Parijs.
Tot slot: unicycle hockey. Gewoon zaalhockey, maar dan op een eenwielertje. De eenwielers kun je in bruikleen krijgen van de vereniging. Je moet alleen een steeksleuteltje nr. 13 hebben voor het in hoogte verstellen van het zadel én een verlengde (ijs)hockeystick. Ik heb er niet voor gekozen, want ik heb een erg gevoelige balzak. Zadelpijn is my middle name.
Natuurlijk heb ik ook nagedacht over de wat meer gangbare sporten zoals olifantenpolo, line dancing voor vetzuchtigen, dwergwerpen (maar dat zijn gemiddeld wel erg kleine teampjes), Radball (een Duitse sport, vandaar de hoofdletter) en simultaanschaken, maar geen van deze sporten kon mij écht bekoren. Totdat mijn zwager zei: ”waarom kom je niet bij WSV volleyballen? De sfeer is goed, weinig blessures, lage contributie, goede douches en goedkoop en lekker bier.”
Volleybal dus. Ik ben inmiddels al een paar maanden lid van WSV en train op de donderdagavonden mee met het enige competitiespelende herenteam van WSV. Ik zeg ook altijd tegen mijn collega’s: “ik speel in het eerste herenteam.”
Volleybal is leuk. De training gaat als volgt: we kleden ons eerst om en maken grapjes over vrouwen, dikke buiken en seks.
Dan gaan we trainen: je kiest een partner uit, gooit een paar keer de bal heen en weer en probeert vervolgens de bal bovenhands een paar keer naar elkaar toe te spelen. Dan gaan we ‘inslaan’. Je speelt een bal naar de persoon die rechtsvoor staat, die passt terug en dan moet je smashen. Ik heb dat nu al honderden keren gedaan en evenzo vaak gehoord, als ik de bal onbereikbaar aangespeeld krijg: ”sorry, ik was vergeten dat je linkshandig bent!”
Dan gaan we partijtje spelen. De competitie spelende mannen gaan aan de ene kant en de mannen met een sociaal leven aan de andere kant. Als ik een bal pass, dan doe ik dat altijd fout (”hier sta ik niet hoor…”), als ik een bal vreselijk slecht gepasst krijg en ik kan er niet goed bij, dan roept men: “je hoort daar niet te staan!”
Om 22.15 uur zijn we klaar, ruimen we het net en de ballen op en gaan naar de kleedkamer.
En dan nu: de piemels!
Ik las pas ergens dat de gemiddelde lengte van de piemel -als hij slap is- 9.1 centimeter is. Ik kan u vertellen dat de gemiddelde piemellengte van de volleyballers van het 1e herenteam van de afdeling volleybal van de Wormense Sportvereniging, flink lager is. Natuurlijk: ik wil er liever niet naar kijken onder de douche, maar op de een of andere manier kan ik het toch niet laten. Al is het maar om te vergelijken. Wij mannen doen dat nou eenmaal graag. Dacht ik een paar maanden geleden nog dat het gebruikelijk is dat een piemel in een niet erectieve toestand naar beneden hangt: bij de volleyballers wijst de piemel naar voren. Het geval zit geklemd tussen het scrotum en de buik en lijkt te verstikken en moeite te doen om zijn kopje boven water te houden.
Een van mijn teamgenoten lijkt helemaal geen piemel te hebben. Hij heeft wél de dikste buik. Ik verdenk hem ervan de bedenker van de grap ‘goed gereedschap hangt onder een afdakje’ te zijn. Wat ik dan weer apart vind is dat de kleinste speler de langste piemel heeft. Maar dat kan ook gezichtsbedrog zijn. Ik bedoel: als je mijn piemel aan Van Velzen hangt, dan lijkt mijn geslacht óók reusachtig groot.
Zoveel mannen, zoveel piemels. Piemels in de vorm van uit de kluiten gewassen cashewnoten, misvormde torenschuimpjes en af en toe een schattig bospeentje. Welkom bij WSV.
Hoewel ik er nog nooit iemand op betrapt heb, weet ik zeker dat er ook naar mijn piemel gekeken wordt onder de douche van de volleybalvereniging. En wat nou als een van mijn teamgenoten hierover op een of andere website gaat schrijven?
Ik moet er niet aan denken.

Robber

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over apeldoorn stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?