Begin bij jezelf

Woensdag 21 januari 2015

Door Judith Velthuizen

© Wikimedia Commons

Afgelopen dinsdag bevond ik mij in de trein naar Amsterdam. Dat is redelijk uitzonderlijk; ik reis zelden met het openbaar vervoer. Dat ik daarmee niet alleen het milieu, maar vooral ook mezelf  tekort doe, bleek die dag maar weer eens.

Ik had net plaatsgenomen, toen een gehaaste meneer zich op de stoel voor mij installeerde. Onmiddellijk nadat hij was gaan zitten, pakte hij zijn telefoon. Uit het gesprek maakte ik op, dat de man met zijn broer belde over hun dementerende moeder.

‘Oh ja, de boodschappen. Doe jij die met haar? Dat komt me verdomd goed uit, zeg. Ik heb echt geen tijd vandaag. Oh, jij eigenlijk ook niet. En of het lastig is. Vertel mij wat, ik weet er alles van.’ Zuchtend ging hij verder. ‘Nou, ik laat haar ook wel eens in de auto zitten hoor, dat winkelt een stuk sneller. Moet je niet té lang wegblijven natuurlijk. Dan gaat ze gekke dingen doen.’ Op vermoeide toon nam hij na bijna een half uur geklaag en gezemel afscheid van zijn broer.

Laatdunkend keek ik de man aan. Het lijkt wel of ouderen in onze maatschappij alleen nog maar tot last zijn. Als we dat in 2015 nou eindelijk eens veranderen. Daar zou onze samenleving een stuk van opknappen, daar ben ik van overtuigd.

Terwijl ik nadacht over mogelijke oplossingen, trilde de telefoon van de man opnieuw. ‘Hallo mam’, zei hij opgewekt. Zijn stem klonk opeens diep en warm. ‘Ja, natuurlijk kom ik morgenavond bij je eten. Dat doe ik toch elke woensdag? Dan kijken we daarna gezellig samen televisie. Wat denk jij nou, ik zou dat nooit willen missen’. Glimlachend beëindigde hij het gesprek.

Beschaamd keek ik voor me uit. Misschien is het verstandig om dit jaar eens met mijn eigen goede voornemens te beginnen. Iets minder snel oordelen bijvoorbeeld. Ik ga mijn best doen.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Dinsdag 19 december 2017

Door Martijn de Frankrijker

Ellis Peeters

“Kunnen we wel een beetje op tijd vertrekken? Anders haal ik het nooit voor 9 uur.” De woorden klinken nog steeds in mijn oor. Een ongemeende aanstichter van een dag. ‘Zo’n dag’. Ik haat zo’n dag. Zo’n dag die voor mij als een verschrikking voelt, maar dat ongetwijfeld niet is. Dat iemand je vraagt wat er dan allemaal mis ging en je bij optie twee al denkt dat je aanstelt. Je stelt je niet aan. Het valt niet mee. Zo’n dag valt nooit mee. Chaos. Chaos en dood en verderf. Al zit het alleen in mijn hoofd.

Alles wat fout ging, wat voor jou niet zo erg lijkt:

  1. Ik was mijn telefoon vergeten;  Ik vergeet nooit iets. Nooit. Dat is niet omdat ik níét achterlijk ben—want ik ben ongelooflijk achterlijk— ik ben alleen nog heel wat neurotischer. Zo heb ik ooit onderweg naar Pinkpop dertig keer (geen grap) gekeken of ik mijn kaartje wel bij me had. Dertig keer. Terwijl we de hele tijd in dezelfde auto zaten. Echt. De. Hele. Tijd. DAN KAN JE GEEN KAARTJE KWIJTRAKEN. Toch keek ik. Dertig keer. Zo neurotisch ben ik. En alsnog vergat ik mijn telefoon vanochtend. En die had ik nodig, omdat ik anders niet wist waar ik heen moest. Dus terug.
  2. Ik had géén post voor Bedrijf B; Ik moest post afleveren bij Bedrijf B. Ik had geen post voor bedrijf B. “Nou, dat kan niet hoor. Dit bedrijf krijgt elke dag post.” Dat kan wel wezen, mevrouwtje, maar ik héb geen post. Dat is wat ik wilde zeggen. Ik zei dat ik nog een keer zou kijken. Er was niks. Ik haalde mijn schouders op terwijl ik wilde zeggen van ‘zie je wel’ en ‘ik zei het toch!’
  3. Ik kon de brievenbus niet vinden; Er waren 100 brievenbussen (dat is gelogen) en de juiste nergens te bekkennen. “Wat zoek je?” werd me gevraagd. De prullenbak, wilde ik zeggen. Om deze dag in weg te gooien. “Bedrijf C,” zei ik in ’t echt. “Oh, dat is in de tweede rij van links.” werd me verteld. “De andere links…” zei hij verveeld. Ik wil deze dag afbranden en dit gebouw erbij.
  4. Ik had wél post voor Bedrijf B; Bedrijf A belde. Ze hadden post ontvangen van Bedrijf B. Die had ik daar verkeerd afgegeven. Per ongeluk. Of nee, niks per ongeluk. Deze dag had het me aangedaan. Als de rotzak die hij was.
  5. Ik was dit vergeten; Deze column. Vergeten. Ik doe dit elke week. Zelfs al vind jij dat ik wel een weekje mag overslaan met dat nodeloze gezeik van me. Zelfs dan schrijf ik deze column. Nu schrijf ik hem alsnog. Jij vind dat het echt niet erg is als ik het niet doe, maar in paniek tik ik over deze dag. Deze dag die me dit allemaal aandoet.

En de dag is nog niet voorbij. Nog zoveel wat er fout kan gaan. Mijn schoenen die spontaan in de hens vliegen (deze dag is tot alles in staat), een rondje op een Segway (een actie voor #SR17) waarbij ik m’n neus van mijn gezicht afbreek, een hond die m’n laptop opvreet, een…wacht. Begint de zon nou te schijnen? Ga toch weg.

Bah.

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?