Onsterfelijke liedjes van Grote Drie

Zondag 2 april 2017

Door David Levie

Orpheus

Om in 1 programma een ode aan de songs van Frank Sinatra en Barbra Streisand te kunnen brengen verzonnen Amerikaanse theatermakers een decennium geleden een list. Ze bedachten The Show that Never Was en het werd ook ver buiten hun landsgrenzen een doorslaand succes. Deze truc staat aan de basis van ’Adèle, Conny, Jasperina, De Grote Drie’. Nimmer traden de vaderlandse kleinkunstvedettes van weleer samen op, maar op de vraag hoe dat had kúnnen zijn, is tekstschrijver Lars Boom met een passend antwoord gekomen. Orpheus kon er zaterdagavond (1 april) heerlijk onderuitgezakt van genieten.

Het libretto van deze vorm van muziektheater is (zoals zo vaak bij musicals) flinterdun. Drie sterren op leeftijd mogen samen tegen een ongebruikelijk hoge gage een avondje voor een Nederlandse club van expats, ergens ver weg in een woestijnland eenmalig optreden. We zien Ellen Pieters in de rol van Adèle Bloemendaal, Frédérique Sluyterman van Loo tekent voor Conny Stuart en Hanne Drenth kruipt in de huid van Jasperina de Jong. Ellen Pieters benadert haar personage het best. Hoewel de anderen daar nauwelijks voor onder doen wordt mede daardoor de rol van Adèle naar voren geschoven. Ver van de schijnwerpers komen we een door permanent geldgebrek gekwelde vrouw tegen, die haar depressies in alcohol verdrinkt en bepaald niet vies is van een jonge dekhengst. Een tikkeltje onbetrouwbaar is ze ook. En eenzaam. Heel eenzaam. De andere twee blijven wat vager. De ietwat deftige Conny Stuart kan de dood van Wim Sonneveld maar niet verkroppen en de ijverige, vileine Jasperina (de enige van de drie die overigens nog in leven is) geeft het nauwelijks toe, maar de vroege dood van haar man Eric Herfst heeft een flinke wissel op haar leven getrokken.

Die eigenschappen en een handjevol verrassende vondsten waaronder enkele pakkende dialogen zorgen ervoor dat de dames boven een typetje uitsteken en mensen zijn van vlees en bloed. Die met elkaar niet zoveel op hebben ook. Maar van een paar op zich niet al te zwaar verdiende centen zijn ze geen van allen vies. Al moeten ze wat hun ego’s betreft veel water bij de wijn doen. Hun grootste overeenkomst – vakkundig uitgediept door Lars Boom – is hun kansloze gevecht tegen het verval. De geesten zijn nog jong, de lijven al lang niet meer. En daar horen onsterfelijke liederen bij zoals de Vleselijke Woning. Want laten we eerlijk zijn: om al die liedjes, geschreven door onder anderen Jan Boerstoel, Annie M.G. Schmidt, Pieter Goemans, Toon Hermans en Guus Vleugel gaat het uiteindelijk.

De bijna volle Rabobankzaal geniet, zingt af en toe wat mee en geeft antwoord met een gul applaus. Want liedjes verbinden mensen. Niks mis mee. Sterker nog: die liedjes zijn zo mooi. Hun vertolkers zijn niet meer onder ons, of treden al lang niet meer op. Maar af en toe moet er een nieuwe generatie zangers en zangeressen opstaan die ze weer tot leven brengt.

’Adèle, Conny, Jasperina, De Grote Drie’ Orpheus, zaterdag 1 april.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?