Soleren op eenzame hoogte in Apeldoornse kunstwereldje

Vrijdag 23 augustus 2019

Door David Levie

Alleen nog dit weekeinde (24 en 25 augustus) heeft het kunstminnend publiek de kans om nader kennis te maken met het werk van Rene Ellenbroek. Hij heeft een solo-expositie in de Weekend Galerie aan de Loolaan. Voor insiders een getalenteerd fenomeen, maar voor de buitenwereld is Rene een grote onbekende. Aan dat laatste is de kunstenaar („ik verafschuw dat woord”) mede debet.

Een buitenbeentje is hij altijd al geweest. Zo op het oog een wat norse, cynische en vooral lange introverte man, die ondanks zijn 57-jarige leeftijd jongensachtig overkomt. Hij is een half jaar geleden van Zuidbroek naar hartje stad verhuisd en dat laat diepe sporen achter bij mensen die niet van veranderingen houden. Hij vertelt op dit moment blij te zijn met zijn leventje en het appartement in de schaduw van CODA en ACEC. Hij is er inmiddels vaste gast en dat was in zijn vorige woonomgeving wel anders.

Let wel, op dit moment, want wijzigingen van zijn geestelijke gesteldheid liggen op de loer. Een moeilijke man die mede door een ongekende portie eigengereidheid het te vaak niet nauw neemt met hetgeen de geneesheren hem voorschrijven. Hij weet dat als geen ander. Maar zelfs als hij ten prooi valt aan depressiviteit kan hij terugvallen op datgene wat hem echt interesseert en op de been houdt: schilderen.

Hij zou met gemak van zijn talenten kunnen leven, maar naar zijn zeggen mist hij iedere ambitie om zijn werk aan te prijzen. René vindt het prima dat hij daardoor een local hero is gebleven die bij zijn vakbroeders hetzij jaloezie hetzij grote waardering oproept. Ook een jury wist hem nog niet zo lang geleden op zijn waarde te schatten hetgeen blijkt uit het feit dat hij tot het laatst meedong naar een bedrag van 10.000 euro. Die (eerste) Van Reekum Cultuurprijs ging weliswaar aan zijn neus voorbij, maar dat kwam de kunstenaar gek genoeg goed uit. „Ik zat in die tijd midden in mijn verhuizing. Dat gedoe er omheen kon ik er echt niet bij hebben. Ik wist op dat moment ook niet wat ik met zo’n bedrag zou moeten doen.”

Habbekrats

Merkwaardig genoeg is het schilderij dat hij instuurde nog steeds zijn eigendom. Vrouwenbenen onder een korte rok. Te koop voor werkelijk een habbekrats, maar de plaatselijke museumdirecteur en erkend jurylid heeft vooralsnog dit buitenkansje aan zich voorbij laten gaan. De leden van de familie die haar naam leent aan de prijs hebben zich nog niet bij hem gemeld. Wellicht pas het werk niet bij het bankstel. Wie wel zijn slag wil slaan moet snel wezen, want werk van dit niveau met een prijskaartje van twee nullen achter het eerste getal is uiterst zeldzaam.

Maar zo zit René Ellenbroek nu eenmaal in elkaar. Met enige regelmaat verkoopt hij wat en daardoor lijdt hij honger noch dorst en kan hij de huur betalen. In zijn sober leventje past geen franje. Hij geeft er niet om. Zelfs de fles die af en toe een van zijn weinige goede vrienden was, raakt hij nog nauwelijks aan, laat staan dat hij zich onderdompelt in de Apeldoornse horeca. De enkele keer dat hij daar zijn gezicht laat zien roept bij hem onmiddellijk de vraag op wat hij er te zoeken heeft. Ook de tijden dat hij Gigant bezocht lijken voorbij. De muziek die daar te horen valt is niet de zijne, een film bekijken te samen met wildvreemden vindt hij ronduit onaantrekkelijk. Nee, dan liever thuis op de bank.

In zijn eentje wel te verstaan, want ook met de liefde staat het op een laag pitje. Zijn relaties waren moeizaam. „En dat lag niet aan mijn vriendinnen. Ik ben niet iemand van samen op de bank. Ik heb ook een verschrikkelijke hekel aan het woord mensenmens. Ik ben juist het tegenovergestelde.”

Toch is René geen misantroop. Hij kan het goed vinden met een aantal collega’s waaronder Theo Semeijn. En fotograaf Jacintha Bierens niet te vergeten. Hij zegt ook blij te zijn dat hij maar een paar meter verwijderd woont van CODA en ACEC. En met zijn solo-expositie in de Weekend Galerie waar hij een kleine vijftig werken exposeert. Van groot tot klein formaat. Maar hij houdt wel afstand. „Overal waar veel mensen samenklitten blijf ik weg.”

Dat was toen al op de Mavo aan de Molenstraat en in dat ene jaar dat hij aan de kunstacademie in Arnhem mocht studeren. Ook al had hij geen diploma dat HBO-waardig was, zijn talent opende wel die deuren. Toch hield René het maar een schooljaar vol. „Ik nam zelfs het risico om in Arnhem te gaan wonen. Ik ben een gewoontemens en verkas niet graag. Ik vind het wel boeiend, de kunst van het ongelukkig zijn. Ik heb dan ook maar even buiten Apeldoorn gewoond. Het beviel me niet zo die lessen. Ik dacht, schilderen kan ik thuis ook. Dat heb ik dan ook meteen weer opgepakt.”

Ambitieloos

Schilderen is zijn leven. Dat hij buiten zijn geboorteplaats nauwelijks enige bekendheid geniet deert hem geenszins. „Ik ben nu eenmaal volkomen ambitieloos. Ik heb ook moeite wanneer mensen mij kunstenaar noemen. Een rotwoord. Het heeft iets verhevens, boven anderen staan. Ik ben en voel me niet meer dan iemand anders.”

De kunst van het ongelukkig zijn is niet gespeeld. „Ik ben nu eenmaal zo. Schilderen is mijn manier om door het leven te stromen. Ik neem wat ik doe ook allemaal niet zo serieus. Ik ben cynisch, ja, dat zeker.’’

Andere menselijke eigenschappen zijn hem overigens niet vreemd. Dat blijkt uit zijn antwoord op de vraag of hij zich gevleid zou voelen als een gerenommeerd museum hem zou vragen voor een expositie. „Ja, ik denk van wel. Maar ik ga er niet extra mijn best voor doen, via de sociale media of zo. Het is toch wel onverschilligheid troef bij mij. Als het nooit gebeurt vind ik het ook goed.”

Prototype

Het moge duidelijk: René Ellenbroek is een solist pur sang, het prototype van een einzelgänger. Een man ook die zich soms doodongelukkig kan voelen en zich op die momenten een geboren loser vindt. Maar nu even niet en dat mag wat hem betreft nog een tijdje duren.

Toch is die eenling („nee, ik ben geen autist”) wel lid van een kunstenaarsvereniging: de Stichting Ateliers Apeldoorn. Een clubje zowaar. Ellenbroek glimlacht. „Ik weet welke kant jij nu op wil. En ik geef je een eerlijk antwoord. Ik doe dit niet om de gezelligheid of om enig gezelschap. Ik doe niet mee aan activiteiten en kom niet op vergaderingen. De stichting zelf interesseert me geen ene reet, maar ik kan er wel een keer per jaar exposeren en daardoor kan ik veel werk verkopen. Ik weet het, het is tamelijk egocentrisch wat ik zeg. Zo zit ik in elkaar. Voor alle duidelijkheid: dat ik geen warme gevoelens heb voor de stichting ligt dus aan mij en beslist niet aan de stichting.”

De Weekend Galerie is gevestigd aan de Loolaan 31A en is op zaterdag en zondag geopend van 13 tot 17 uur.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?