Allemensen! : Meisje toch

Donderdag 5 april 2018

Door Judith Velthuizen

Pixabay, Creative Commons

Deze week ontving ik een uitnodiging voor een reünie van mijn middelbare school. Gek genoeg vond ik dat nogal confronterend. Al dat terugkijken is zinloos en deprimerend, vertelde ik mijzelf en iedereen die het horen wilde. Ouwe koeien moet je vooral lekker laten waar ze volgens het gezegde horen. Diep in mijn hart weet ik natuurlijk best waarom ik zoveel weerstand voelde bij het krijgen van een goedbedoelde invitatie. Zelden verlang ik terug naar het meisje van toen. Vakkundig heb ik haar weggevaagd uit mijn gedachten en mijn leven.

Dat zij wel degelijk bestaan heeft, zie ik op de meegestuurde foto. Een lelijk, klein meisje kijkt een beetje zielig in de camera. Als ik de foto nader bestudeer, zie ik dat ik rijkelijk was gezegend met de heilige twee-eenheid voor terneergeslagen tieners: puistjes en nooit verdwenen babyvet. Mijn toenmalige kapper wens ik met terugwerkende kracht ontslag en een vernederende taakstraf toe; een onschuldig kind op deze manier toetakelen is simpelweg misdadig. Mijn ogen zeggen meer dan alle herinneringen en verhalen bij elkaar. Bang en verlegen was ik, nauwelijks opgewassen tegen het pubergeweld van de middelbare school.

Terwijl mijn klasgenoten feestvierden en spannende dingen deden, vluchtte ik thuis weg in boeken en speelde ik stiekem nog met Playmobil. Dat vertelde ik aan niemand natuurlijk. Zelfs op mijn naïeve klompen voelde ik aan, dat zoveel suf en kinderlijk verlangen mijn toch al niet al te sterke positie op school alleen maar verder zou verzwakken. Na mijn eindexamen zou het nog jaren duren voordat ik iemand zoende en de allereerste man die ik bloot zag, was een patiënt die ik als leerling-verpleegkundige in het ziekenhuis moest wassen. Vol schaamte wreef ik onbeholpen met een washandje over het geslacht van een meneer, die minstens drie keer zo oud was als ik. Het liefst was ik ter plekke door de grond gezakt, net als hij waarschijnlijk. De beste man moet mijn paniek en bleue onwetendheid hebben gevoeld, maar hij liet niets merken. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor.

Om het allemaal een beetje dragelijk te houden, vluchtte ik in zelfverzonnen levens. Mijn lijf was er dan wel, maar mijn geest was meestal elders. ,,Het lijkt net of de dingen nooit echt tot jou doordringen. Of ik je nooit echt kan bereiken” zei een van mijn onderwijzeressen ooit. Daarmee sloeg ze de spijker op zijn kop. Naast de onvervalste werkelijkheid bestonden er allerlei parallelle levens in mijn hoofd, waarin ik wel durfde te laten zien wie ik was of wilde zijn. De herinnering aan deze dromen zijn gelukkiger dan ik ooit geweest ben op die school.

Het heeft lang geduurd voordat ik het kleine, bange meisje achter me kon laten en ik mijn plek in de wereld met steeds meer overtuiging durfde in te nemen. Toch huist zij ergens diep van binnen nog altijd in mijn hart. En hoe ik haar ook probeer te ontkennen; zelfs nu ik bijna vijftig ben, steekt ze af en toe de kop weer op. Als ik langer naar de foto kijk, voel ik tot mijn eigen verbazing de tranen branden. Het is niet eerlijk om haar uit mijn leven te bannen. Het is laf en hardvochtig dat ik me zo voor haar schaam. Meer dan wie ook heeft zij mijn steun en liefde nodig. Uitnodigend steek ik mijn hand naar haar uit. Ze heeft het lang genoeg alleen gedaan.

Deze blog is ook te lezen op www.allemensen.eu

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?