Daar aan de kust

Dinsdag 17 juni 2014

Door Judith Velthuizen

 © Wikki Commons


Als de zon stralend aan de hemel staat, wil ik naar de zee. Om met mijn voeten in het warme zand de zilte zeelucht op te snuiven. Om door en door weer warm te worden na een lange winter. Nu heeft Apeldoorn heus heel veel te bieden, maar strand en zee behoren niet tot de geneugten van onze groene parel. Al zou dat volgens zij die het weten kunnen wel eens kunnen veranderen in de toekomst, als we niet met gezwinde spoed wat beter voor onze aarde gaan zorgen. Maar het water staat de Veluwe godzijdank nog steeds niet aan de lippen, dus vol verwachting en met blij gemoed togen wij naar de kust. De Zeeuwse om precies te zijn.

Voor de gelegenheid hadden wij een alleraardigst huisje gehuurd. Althans, dat deden de foto’s op internet vermoeden. De praktijk bleek net iets anders. Het kabouterhuisje rook muffer dan tien vanwege die verdomde bezuinigingen niet gewassen bejaarden. Zelfs mijn favoriete geurkaarsjes brachten geen soelaas. De penetrante paddenstoelengeur liet zich niet verdrijven. Door niets of niemand.

De rest van het huisje was nauwelijks beter. Het toilet was klein. Bijzonder klein, mag ik wel zeggen. Voor mij is dat niet zo’n probleem. Bij het uitdelen van lengte heb ik niet direct vooraan gestaan. Beduidend vervelender was de situatie voor partner Dee, die uit lang Hollands hout gesneden is. In halve spagaat moest hij op het toilet plaatsnemen. Eén been in de douchecabine, de ander door de badkamerdeur naar buiten. En alsof dat allemaal nog niet voldoende was, viel hij de eerste nacht ook nog als een rijpe appel door het gammele bed. Achteraf zijn zulke dingen best heel geestig natuurlijk.

Om het huisjesleed te verzachten, dronken Dee en ik een smakelijk biertje in strandpaviljoen ‘De Zeeuwse Rivièra’. Waar rood en wit leer hoogtij vieren. En de tafels en stoelen plakken van het rijkelijk geschonken bier. Toen wij net aan ons tweede biertje wilden beginnen, kwam een stel van zekere leeftijd binnen. Ik schatte ze een jaar of zestig.

De man en de vrouw hadden op hun manier overduidelijk geprobeerd om er op en top uit te zien. Zij droeg een veel te strakke, groene jurk van kant met hoge hakken. Smaakvol gecombineerd met veel te veel make-up. Hij had voor de gelegenheid zijn nette broek aangedaan en een nogal gedateerd overhemd met korte mouwen. Het contrast met de ietwat smoezelige omgeving en de overige, in nonchalante strandtenue’s gestoken gasten, was groot.

Tot mijn grote vreugde namen ze plaats aan de tafel naast ons. Ik kijk graag naar alles wat afwijkt van het gangbare. Het gesprek tussen de twee verliep nogal eenzijdig, merkte ik meteen. Onophoudelijk was zij aan het woord en hij gaf slechts af en toe een kort instemmend knikje. Ik zag voor me hoe hij vandaag uit zijn werk was gekomen en, voor zijn doen, enthousiast had geroepen: ‘Trek je mooiste jurk maar aan, schat. Vanavond gaan wij uit eten. ’ Ik stelde me voor hoe ze blij en opgewonden naar boven was gerend en voor de groene, kanten jurk had gekozen. Die stond haar zo aardig, vond hij. Eindelijk nam hij haar weer eens mee uit, wat was dat lang geleden. Haar opwinding was bijna voelbaar. Vertederd droomde ik verder.

Ondertussen was het oudere stel aan hun voorgerecht begonnen: een enorme hoeveelheid bitterballen. Ik vond dat een bijzondere keuze, maar in sommige streken is dat misschien wel heel gewoon. Bij de laatste bal keken ze elkaar zwijgend aan. Even twijfelde hij, maar toen schoof hij het bord gedecideerd naar haar toe. Vanavond mocht het haar aan niets ontbreken. Ik hoorde het hem denken.

Toen ook het hoofdgerecht, schnitzel met friet en wat verlepte sla, was verorberd, werd ik toch nog verrast. Zonder aarzelen pakte zij haar creditcard om af te rekenen, terwijl hij glimlachend toekeek. Toen we over het strand naar buiten liepen, zag ik ze wegrijden. Zij zat parmantig achter het stuur van een gigantische auto en rookte een sigaartje. Hij zat stilletjes naast haar en keek af en toe bewonderend opzij. Mijn romantische, zelfverzonnen en niet erg geëmancipeerde verhaal, kreeg zowaar een stoer en pittig staartje. Ik schonk haar een stralende lach en stak heel even mijn duim omhoog.

Bij thuiskomst blijkt de eigenaar van het armzalige huisje ons nog wekenlang te achtervolgen met agressieve mailtjes, waarin hij ons nota bene beschuldigt van het stelen van zijn muffe Mega Mindy kussenslopen. Opeens weet ik het zeker; niets is wat het lijkt. Mensen kunnen je soms zomaar verrassen. Maar ach, bitterballen smaken overal hetzelfde en Mega Mindy heeft haar beste tijd klaarblijkelijk nog altijd niet gehad. Dat is dan weer een geruststelling voor al die andere superhelden. Die soms spontaan door bedden zakken. Of schnitzels eten in strakke, groene jurken. Op zonnige dagen in Zeeland.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?