De mooiste ogen van Apeldoorn

Zondag 24 juni 2012

Door bazbo

Marcel Mooij

Ik weet waar ze te zien zijn. In Apeldoorn. Meer zeg ik niet. De exacte locatie geef ik niet prijs. Stel je voor dat iedereen er gaat kijken, dan kom ik er zelf niet meer tussen. Mocht je mij toevallig toch zien staan staren, sluit dan achteraan in de rij.
Het meisje heeft haar lange zwarte haren in een dikke vlecht. Boven haar rechteroor is een rode bloem gestoken. Haar asymmetrische zwart met rode Cubaanse jurk zwiert om haar heen.
‘Wilt u iets drinken?’ vraagt ze. Dat is lief van haar.
Ik knik en blijf staren. Meer kan ik niet.

Vrouwlief heeft het in de gaten. Ze moet lachen om die man van zevenenveertig die zo schaapachtig zit te gapen naar het jonge meisje. Ik kijk snel weg en begin over het weer.
Het weer, potdomme. Zo erg is mijn huwelijk nog niet. Toch is het jammer dat het regent. ‘Zo valt het evenement letterlijk in het water,’ zeg ik. Vrouwlief is het met mij eens. Twee handen op een buik. Wat houd ik van haar. Toch kijk ik naar het meisje met de mooiste ogen van Apeldoorn.

Het evenement is leuk, ondanks de regen. Alle restaurants en cafés hier in de straat doen mee. Aan het begin van de straat koop je muntjes. Ze kosten twee vijftig per stuk. In een restaurant kun je dan een speciaal hapje proeven; dat kost dan een of twee muntjes. Zo kunnen de horecabedrijven zich presenteren. Op de straat ligt een rode loper. Er is muziek overal, er is dans, er ligt zelfs een kameel.
Als eerste bezochten we een Italiaan en proefden we kalfsvlees met gorgonzolasaus. Heerlijk. Toen we naar buiten kwamen, hoorde ik Bert roepen: ‘Bas, zal ik je tekenen?’ Ik ken Bert wel. Hij is behalve violist ook een sneltekenaar. Een portret door hem kostte een muntje. Geen geld. Ik ging tegenover hem zitten. Gelukkig zaten we onder een partytent, want de miezerregen veranderde nu in een stortbui. Vijf minuten later had hij mij vereeuwigd. Ik gaf Bert mijn muntje, bedankte hem en stapte met Vrouwlief het nieuwe, exclusieve restaurant in. Daar serveerde men slechts één gerecht: een bordje met haute cuisine. Drie muntjes. Oei, dan moest ik gauw munten bijhalen. Daarvoor had ik geen geld, dus snel door de regen naar de flappentap. Het bordje haute cuisine smaakte heerlijk. Toen naar de Japanner en Vrouwlief naar de Indonees. Sushi en saté. Laatste tent, voordat we helemaal klemvol zaten: deze. Buiten staat een barbecue.
‘Mogen we ook binnen de hapjes proeven?’ vroeg ik toen we binnenkwamen.
Daar waren ze. ‘Ja hoor, natuurlijk,’ zei de mond eronder.

Het meisje is klein, maar lijkt alles onder controle te hebben. Een ander meisje ontvangt een tweetal stellen die het restaurant binnenkomen. Er is een grote tafel leeg, maar die is nog niet afgeruimd. Het andere meisje staat wat bedremmeld te wikken wat of ze moet doen. Mijn meisje grijpt in; ze neemt jassen aan en begeleidt de mensen naar de bar. Ondertussen geeft ze het andere meisje aanwijzingen. Als de gasten iets te drinken hebben gekregen, gaat ze het andere meisje helpen. De tafel is leeg en schoon voor je het weet.
We krijgen onze hapjes. Ieder twee spiesjes met daarop een drietal grote garnalen van de grill. Er is geen saus. Oei, het valt tegen.

We waren hier al eens eerder, met Reinier en Jut. Het was aan het eind van de zondagavond dat we onze voorstelling Bas, Willem en ik weer hadden gegeven. We hadden ons ‘goed voorbereid’ in een café, dus we waren moe en hadden al veel gedronken.
‘Wat mag het voor u zijn?’ vroeg de jongeman die ons had ontvangen. ‘Ik kan u aanbevelen om onbeperkt tapas te gaan eten.’
‘Eens kijken,’ zei ik, kijkend in de menukaart.  ‘Ik wil graag de geitenkaas in ham en de chorizokroketten.’
‘Voor dertig euro kunt u onbeperkt tapas eten,’ zei de jongeman kortaf. ‘Dat is wel zo makkelijk.’
‘Ik heb alleen niet zo grote trek,’ zei Reinier. ‘Dus ik houd het bij twee hapjes.’
‘Ik ook,’ zei Jut. Ook Vrouwlief knikte.
‘Het is echt een goede aanbieding, hoor,’ bitste de bediende. ‘U bent goedkoper uit en u mag bijbestellen wat u wilt.’
‘Ik heb geen zin in veel hapjes,’ herhaalde Reinier.
De jongeman zuchtte en wierp een blik ten hemel.
‘En ik heb geen zin in een opdringerige bediende die tamelijk onbeleefd is.’ Ik zei het maar niet. ‘Voor mij dus de geitenkaas en de chorizokroketten.’
Daarna gaven de anderen hun bestelling op. De jongeman griste de menukaarten uit onze handen en verwijderde zich.
Plots was daar het meisje. Ze was een en al glimlach. Ik had haar vanuit de verte al met de jongeman zien fluisteren. De rest van de avond stond zij aan ons tafeltje. Ze was lief en hartelijk en warm en wij voelden ons zeer te gast. Zo hoort het.
Toen we afrekenden, kwam de jongeman weer in beeld. Hij gaf een fles wijn. ‘Voor de ietwat ongemakkelijke ontvangst,’ zei hij. Dat waardeerden we. Op de achtergrond stonden de mooiste ogen van Apeldoorn.

Daar is ze weer. ‘Smaakt het?’ vraagt ze.
Ik lieg.
‘Dank u wel.’ En nogmaals die lach. Nooit genoeg.
Ik zucht. Vrouwlief gniffelt.
Als we weer alleen zijn, maken we plannen voor de rest van de avond. Wat gaan we hierna doen? Naar ons vaste café. Daar is straks muziek. Allerlei bekende muzikanten gaan samen een wereldmuziekjamsessie houden. Dat doen ze wel vaker. Bert is er vast ook weer bij. Altijd leuk. Maar we maken het niet te laat, want morgen moeten we nog werken. Ik moet om half zeven op; Vrouwlief om half acht.
Ik zwaai. ‘Mag ik afrekenen?’ Ik leg zes muntjes op tafel. Vier voor de hapjes en twee voor de drankjes.
‘Dank u wel.’ Ze kijkt me aan. Ik knipper met mijn beide ogen. Even blijft ze me aankijken. Dan komt het lachje en ik ga ten onder in de mooiste ogen van Apeldoorn. Het lachje is schitterend, het meisje is prachtig en haar ogen zijn overweldigend. Toch heeft haar blik ook iets allemachtig onwennigs, iets schurends, iets beangstigends. Ik vind haar ogen mooi en dat is mijn zwakte; zij kijkt mij zo heerlijk aan en dat is haar werk.

Gelukkig moet ik weg. Aan de arm van mijn eigen vrouw, die vele malen vertrouwder is. Als ik haar tegen mij aanklem, weet ik weer dat ik zo veel liever naast haar loop, dan naast welke ander dan ook.
Buiten slaat de regen in mijn gezicht. Ik denk aan mijn teddybeer van vroeger. Andere beren waren veel mooier, maar ik had het liefst mijn oude vertrouwde bij me in bed. Iets met verknocht.
Nou ja, in ieder geval: in Apeldoorn moet u zijn.


Apeldoorn, juni 2012

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?