De steiger (4): Nog een ontmoeting

Zondag 21 juli 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

Jurgen Lambal zat op het terras van de snackbar. Van het laatste geld van de emballagebonnen had hij bij de coffeeshop zijn gebruikelijke dosis gehaald: de maximaal toegestane hoeveelheid wiet. Op het plastic tafeltje stond zijn blikje energydrank. Jurgen draaide een joint. De middag was alweer halverwege.
Marcel kwam naar buiten. ‘Hoe gaat het?’ vroeg hij.
‘Goed wel,’ zei Jurgen.
‘Je ziet er anders moe uit.’
‘Ik ben later dan normaal wakker geworden. Het was gisterenavond een toffe boel op de steiger.’
‘Vertel.’
‘Och, iemand had iets te vieren. Ik moet je zeggen dat ik niet eens meer weet wie het was en wat hij te vieren had. Maar dat maakt allemaal niet uit. Yavuz was er. Hij had zijn auto langs het kanaal naar de steiger gereden. Die gast heeft me toch een installatie in zijn kar, dat wil je niet weten.’
‘Veel volk?’
‘Eens kijken. Jos was er met Mariska. Anoek en Ricardo. Nog wat andere lui. Rachid, Youssra, Pris, Jasmijn, je kent ze wel. Enne … hoe heet die ene vogel? Ik weet niet meer.’
‘Klinkt als een waar feest.’
‘Dat was het ook, Marcel. Je had erbij moeten zijn.’ Jurgen dacht terug. Hij had wat gedronken en veel geblowd. Te veel. Toen Ricardo even naar boven was gelopen om tegen een boom aan te pissen, was Jurgen naar Anoek gestapt. Ze had hem een kus gegeven, dat wist hij nog. Meer kon hij zich eigenlijk niet herinneren. Of wacht, ze hadden verschrikkelijk gelachen om Youssra toen zij uitgebreid stond te kotsen over de reling. En nu viel hem ook weer te binnen dat iedereen had staan juichen toen Jos in het openbaar Mariska in d’r kont nam.
‘Ik moest werken, Jurgen.’
‘Jij wel.’ Jurgen Lambal grijnsde. ‘Ik heb geen tijd om te werken; ik moet naar feesten.’

‘Jurgen,’ zei iemand.
Jurgen keek op. ‘Hoi Maikel. Tijdje niet gezien. Waar zat je?’
‘Gaat je niets aan. Maar ik ben er weer.’
Ze gaven elkaar een boks.
‘Ik moet weer verder,’ zei Marcel. ‘Het is best druk. Omzet, omzet, omzet.’ Hij grijnsde.
Maikel keek hem aan en grijnsde ook. ‘Ga je mee naar de steiger?’ vroeg hij toen aan Jurgen.
Marcel verdween.
‘Is goed,’ zei Jurgen. Hij nam de laatste hijs van zijn joint en gooide de peuk op de grond. Even schudde hij aan het blikje energydrank. Het was leeg, dus liet hij het staan.

Ze liepen het winkelcentrum af en staken de grote weg over. Bij het kanaal gingen ze linksaf en liepen langs het water.
‘Mocht jij nou vaker van mijn flat gebruik willen maken,’ zei Jurgen, ‘dan kun je misschien beter zelf een sleutel hebben.’
‘Dat zou geweldig zijn,’ zei Maikel. Ze stopten.
Jurgen graaide in zijn broekzak. ‘Hier, dit is mijn reservesleutel.’
‘Dank je wel. Dit waardeer ik zeer.’
‘Graag gedaan. Ik ben niet veel thuis; zo kom je altijd binnen. Doe alsof het je eigen huis is.’
‘Respect, man.’
Ze gaven elkaar een boks. Maikel stopte de sleutel weg en ze liepen verder over de weg langs het kanaal. Toen ze bij het paadje naar de vissteiger aankwamen, zei Maikel plots: ‘Shit.’ Hij stopte en draaide zich om. Op het paadje stond een kinderfietsje met zijwieltjes.
‘Wat is er?’ vroeg Jurgen Lambal. ‘Waar schrik je van?’
‘O, niets. Ik ben iets vergeten. Dat heeft haast. Ik kan even niet met je mee naar de steiger. Ik moet terug.’
‘Oh. Jammer.’
‘Hier heb je wat spul om te roken,’ zei Maikel gehaast. Hij haalde een zakje uit zijn jas en gaf dat aan Jurgen.
‘Dank je.’
‘Ik zie je later wel weer.’
‘Yo.’
Maikel snelde terug in de richting van het winkelcentrum. Jurgen keek hem na. Toen Maikel rechtsaf was geslagen, stapte Jurgen om het kinderfietsje heen en ging het paadje af naar beneden.

Op de steiger stond een jochie van een jaar of drie. Naast hem stond een lage sportrolstoel. Jurgen herkende het meisje met wie Maikel ruzie had gemaakt, een paar dagen geleden. Het jongetje droeg een vaal wit T-shirt en een kleine bermudabroek. Hij had een rood petje op zijn hoofd, waaronder vandaan sprieterig blonde haartjes kwamen. In zijn handje hield hij een speelgoedvliegtuig vast en met zijn mondje maakte hij het geluid van een straaljager. Het meisje droeg zwarte gympies en een yogabroek. Verder een wit shirt en een spijkerjasje. Aan haar handen zwarte handschoentjes zonder vingers. Haar lange blonde haren had ze in allemaal kleine vlechtjes. Ze had een fris gezicht met helder blauwe ogen. Ze keek naar het jongetje en lachte haar witte tanden bloot.
‘Hallo,’ durfde Jurgen.
‘Hoi,’ zei het meisje.
‘Heb je er last van als ik hier op het bankje zit?’
‘Nee, hoor. De steiger is voor iedereen, toch?’
‘Dat is waar.’ Jurgen ging zitten en keek over het water. Er was net een zonnetje verschenen. Jurgen Lambal haalde het zakje dat hij van Maikel had gekregen tevoorschijn en wilde een joint draaien. Wacht, er was een kind bij, dacht hij. Hij rolde zijn sigaret rechts van hem, zodat het jongetje en het meisje niet konden zien wat hij aan het doen was. Toen hij klaar was, stak hij de joint aan en nam een stevige haal. Hmm, lekker. Net wat hij nodig had.

‘Niet te dicht bij de reling, hoor,’ hoorde hij het meisje zeggen. ‘Tijssieman, hoor je wat mama zegt?’
Het jongetje draaide zich om en knikte braaf.
Jurgen bekeek het tafereeltje. Zo zo, dus het leuke meisje in de rolstoel is moeder, dacht hij. Toen ze even naar hém keek, vroeg hij: ‘Kom je hier vaker?’
Het meisje zette haar rolstoel in beweging en kwam naar hem toe gereden. ‘Nee, niet zo vaak. We komen hier wel eens langsgewandeld, maar ik was er nog nooit óp geweest. Ik wist ook niet dat het een aangepaste steiger was. Dat kun je vanaf de straat ook niet zien.’ Toen ze links naast Jurgen stond, draaide ze zich weer om, met haar rug naar de oever, zodat ze het jongetje kon blijven zien. ‘En jij?’
Jurgen keek haar aan. Ze had sproetjes rond haar neus. In een van haar neusvleugels zat een klein zilverkleurig ringetje. ‘Wel vaak. Bijna iedere dag,’ antwoordde hij. ‘Wil je ook?’ vroeg hij en hij bood haar de joint aan.
Het meisje schrok en schudde haar hoofd. ‘Nee, dank je,’ zei ze. ‘Ik rook niet.’
‘Oh.’ Jurgen wist niet zo goed wat hij moest zeggen. Hij hield de joint rechts naast zijn lijf, zodat ze er niet veel last van zou hebben.
‘Het is wel een troep hier,’ zei ze en ze wees op een aantal lege blikjes energydrank die her en der naast de steiger tegen de oever aan in het water dreven.
Jurgen wist dat het afval van het feest van gisterenavond was. Er dobberde ook een condoom tussen het riet. De kots van Youssra was met de stroom weggedreven.

Het kleine jongetje liep langzaam naar de reling.
‘Tijssieman!’ riep het meisje. ‘Niet bij het water! Tijs! Kom eens hier!’
Het kind draaide zich gelijk om en kwam op hen beiden afgerend.
‘Hij luistert goed,’ zei Jurgen.
‘Gelukkig wel,’ lachte het meisje. Het jochie klom bij haar op schoot. Ze hielp hem en tilde hem omhoog. ‘Goed zo!’ Het kind begroef zich in haar armen. ‘Niet zo verlegen. Zeg eens gedag tegen deze meneer.’
‘Meneer?’ deed Jurgen verbaasd. ‘Ik heet Jurgen.’ Hij stak zijn hand naar het jochie uit. ‘En hoe heet jij?’
Het jongetje durfde nog steeds niet te kijken. ‘Vooruit, geef eens antwoord,’ zei het meisje. Daar verschenen de twee helder blauwe ogen. Die heeft hij van z’n moeder, dacht Jurgen. Maar naast een oog zat een lelijke blauwe plek op de slaap van het knulletje. Een klein handje kwam hem tegemoet. Jurgen gaf het kind een stevige handdruk. ‘Ik heet Jurgen,’ zei hij nogmaals. ‘Hoe heet jij?’
‘Tijs,’ klonk het zachtjes.
‘Tijs,’ herhaalde Jurgen. ‘Dat is een mooie naam.’
‘En ik heet Sonja.’ De stem van het meisje klonk zacht, wat verlegen zelfs.
Jurgen schrok, maar hij wilde niets laten merken. Maikel had verteld dat zijn vriendin ook Sonja heette. Zou zij … ? ‘Aangenaam,’ zei Jurgen tegen haar. Ze schudden elkaar de hand. Door de stevige stof van de sporthandschoen voelde die van haar zacht aan. ‘Ik had je hier toch wel eens gezien.’
‘O ja?’
‘Ja, een paar dagen geleden. Je stond toen hierboven met Maikel te praten.’
‘Heb je dat gehoord?’ vroeg Sonja met een rood hoofd.
‘Nee, ik hoorde niet wat jullie zeiden.’
‘Gelukkig maar, want het was niet veel fraais.’
‘Hadden jullie ruzie?’
Sonja sloeg haar ogen neer.
‘Sorry, dat had ik niet mogen vragen,’ zei Jurgen. ‘Het gaat me niet aan.’
‘Geeft niet.’ Ze keek naar haar kindje, dat op de houten vloer van de steiger was gaan zitten. In zijn handje klemde hij nog steeds het speelgoedvliegtuigje, dat hij kleine duikvluchten liet uitvoeren.
‘Hoe oud is Tijs?’ vroeg Jurgen.
‘Over een maand wordt hij drie.’
‘Is hij gevallen? Hij heeft zo’n nare blauwe plek naast zijn oog.’
‘Ja,’ zei Sonja vlug. ‘Van een klimrek. Bij de peuterspeelzaal.’
‘Lijkt me best lastig om voor een kind te zorgen als je in een rolstoel zit.’
‘Ik ben eraan gewend.’
‘O? Is het niet tijdelijk, dan? Ik dacht dat je je enkel had gekneusd of zo.’
‘Nee, het is al  tweeënhalf jaar zo en het zal zo blijven.’
‘Mag ik vragen wat er is gebeurd?’
Sonja keek weer voor zich uit. ‘Ik ben van de trap gevallen,’ zei ze zachtjes. ‘Lage dwarslaesie.’
‘Au.’ Jurgen wist niet wat hij verder moest zeggen.

‘Ken jij Maikel goed?’ vroeg Sonja. ‘Ben jij een vriend van hem?’
‘Sinds een week, geloof ik,’ zei Jurgen. ‘En jij? Ken jij hem al lang?’
‘Bijna vier jaar. Soms is hij mijn vaste vriend.’
‘Soms? Dat klinkt raar.’
‘Meestal niet.’
‘Ik mag ‘m wel,’ zei Jurgen.
‘Ik soms ook. Heel erg. Maar meestal is het niet zo makkelijk.’
‘Tja, wij kerels …’ zei Jurgen voor de grap, in de hoop dat ze wat meer zou vertellen.
Sonja ging er niet op in. Ze moest ook niet lachen. ‘Maar ik zal voor de rest van mijn leven met hem verbonden zijn,’ zuchtte ze. ‘Kom, Tijssieman. We moeten gaan. Mama gaat eten maken en dan mag je douchen.’
Tijs was onmiddellijk opgestaan en kwam naar zijn mama gedribbeld.
‘Nou, tot kijk,’ zei Sonja tegen Jurgen. ‘Het was leuk je ontmoet te hebben.’
‘Dag Tijs,’ zei Jurgen. Hij wilde zijn hand naar het jochie uitsteken, maar Tijs was al naar het paadje gerend. ‘Dag Sonja. Tot de volgende keer hier op de steiger.’
‘Ja, wie weet.’ Ze lachte naar hem en toen zette ze haar sportrolstoel in beweging. ‘Doeg!’
‘Hoi.’ Jurgen keek haar na.
Toen ze vlakbij het paadje omhoog was gekomen, draaide ze zich nog eenmaal om. ‘O,’ zei ze, ‘vertel Maikel maar niet dat we elkaar hebben ontmoet. Hij kan nogal jaloers zijn. Dat wil je niet meemaken.’
Voordat Jurgen iets terug kon zeggen, was ze al met krachtige armbewegingen naar boven verdwenen. Jurgen Lambal haalde zijn schouders op, trok het zakje dat hij van Maikel had gekregen weer tevoorschijn en draaide een nieuwe joint.

De zon stond steeds lager en uiteindelijk kreeg Jurgen trek. Net toen hij op wilde staan, hoorde hij op de straat het geluid van een bromscooter die aankwam, stopte en afsloeg. Even later kwam Jos de steiger op gelopen.
‘Is Maikel er?’ vroeg Jos zenuwachtig, zonder dat hij Jurgen begroette.
‘Nee.’
‘Shit. Shit. Godverdomme.’
‘Het is nogal erg, zo te horen.’
‘Ik moet spul hebben. De coffeeshop is al dicht. Ik was te laat.’
‘Dat is stom.’
‘Hou je bek, man. Heb jij niks bij je?’
Jurgen haalde de twee zakjes uit zijn jas. Het zakje van Maikel stopte hij weer terug. ‘Kijk eens.’
‘Verkopen?’
Jurgen vroeg veel meer dan hij er die middag zelf voor had betaald. Die stomme Jos betaalde het ook nog.
‘Dank je, man.’
‘Het is niets. Maar houd eens op met steeds die haren uit je nek te vegen.’
‘Huh? Hoezo?’
‘Ik hoef die idiote tattoo van je niet te zien.’
‘Hij is cool en vet, man. En hij heeft veel geld gekost.’
‘Niemand vindt een tattoo meer tof, Jos.’
‘Mariska nog wel.’
‘Ja, maar die snol laat zich ook in het openbaar op de steiger in d’r kont pakken. Zegt dus niets.’
‘Kanker, klootzak.’
Jurgen stond op en deed een stap naar voren, zodat hij vlak voor Jos stond. ‘Kijk uit. Ik heb nogal goede connecties met Maikel. Die zou jou heel plots wel eens niets meer willen leveren.’
Jos trok bleekjes weg. Hij zei niets en draaide zich om. Jurgen liep de steiger af omhoog. Daar stond de bromscooter van Jos. Jurgen haalde uit en gaf het ding een harde trap. Met veel lawaai viel de scooter op het asfalt.
‘Kankermongool!’ hoorde Jurgen van beneden. Jurgen liep naar het winkelcentrum.

In de snackbar kocht hij van het geld van Jos een blik energydrank en een hamburgermenu. Deze keer bleef hij binnen aan de bar zitten. Marcel was er niet en de dikke griet die patat stond te bakken, kende hij niet. Toen zijn bord leeg was, bestelde hij nog een frikandel speciaal en een picanto. Jurgen Lambal at en at tot hij niet meer op kon. Toen kocht hij nog vier blikken energydrank. Nog hield hij geld over. ‘En dat voor net genoeg wiet voor één enkele joint,’ grinnikte Jurgen, toen hij door het donker naar zijn flat liep. Onderweg dronk hij een blik energydrank leeg.
Hij sjokte de drie trappen omhoog en opende zijn voordeur. Binnen in de woonkamer brandde licht.

‘Hoi!’ riep Jurgen. Er klonk gestommel. Toen hij de woonkamer binnenkwam, zag hij Maikel, die net rechtop op de bank was gaan zitten.
‘Hé, hoi,’ zei die. ‘Goeie dag gehad?’
Jurgen keek hem aan. Er was iets anders aan Maikel, maar hij wist niet zo gauw wat. ‘Best,’ zei Jurgen. ‘De hele dag op de steiger gehangen en toen wat wezen eten in de cafetaria.’
‘Nog mensen ontmoet?’
‘Er zat een moeder met d’r kind op de steiger, maar die ging gauw weg.’
‘Hahaha,’ lachte Maikel flauwtjes, met een vreemde blik in zijn ogen. ‘Die zal wel geschrokken zijn van je joint.’
‘Eerder van die lege blikken en condooms die overal in het water dreven.’
Ze lachten nu allebei luidruchtig.
‘Verder alleen die lul van een Jos gesproken.’ Jurgen gaf zijn nieuwe vriend een blikje energydrank. ‘Jij dan?’
‘Niet veel gedaan. Bedankt voor de sleutel van je flat, man. Het is goed om hier even op adem te komen.’
Jurgen wilde vragen wat voor haastklus Maikel was vergeten, eerder deze middag, maar Maikel gaf hem daar niet de gelegenheid voor.
‘Er is alleen wel iets.’
‘O? Wat dan?’
‘Je tv is kapot.’
‘Wat is ermee dan?’
‘Hij schee er zo mee uit. Plop. Zwart beeld. Geen stroom meer. En een gore doorbrandlucht.’
‘Shit. Hij was wel niet nieuw meer, maar ik had verwacht dat ik er nog even mee zou doen.’
‘Ik wil iets terugdoen. Morgen neem ik hem wel mee. Dan verpats ik hem en van het geld kijk ik of ik een andere voor je kan halen.’
Jurgen keek hem in zijn ogen. Het leek wel of Maikel iets van plan was. De stekker van de tv was er al uit en lag mooi opgerold ernaast.
‘Bovendien,’ ging Maikel verder, ‘heb ik een nieuw plan om aan geld te komen. Ik moet de details nog uitwerken, maar we zullen een grotere slag slaan dan dat kabouterkarwei met die kratten.’
‘Ik ben benieuwd,’ zei Jurgen. ‘Wat heb je daar, trouwens?’
‘Dit is goed spul.’ Maikel was in de weer met een soort rietje en een zakje vol wit poeder.
‘Cocaïne? Maar dat is toch gevaarlijk?’
‘Lul niet, Jurgen. Je weet er niets van. Het is duur. Maar niet gevaarlijk. Voor jou niet. Jij kunt het niet betalen, dus zul je er nooit veel van kunnen gebruiken. Maar je moet het eens proberen.’
‘Mag ik bedanken? Ik ben moe en wil graag naar bed.’
‘Moe? Waarvan? Je doet toch niets?’
‘Welterusten.’
‘Morgen ben ik weer vroeg weg.’
‘Is oké. Je kunt nu gaan en komen wanneer je wilt.’
‘Nogmaals dank.’

Jurgen ging naar zijn slaapkamer. Zijn kleren gooide hij weer op de grond. Zonder zich te wassen liet hij zich in bed vallen. Bijna onmiddellijk verschenen er beelden voor zijn ogen. Beelden van gisterenavond, van de kus van Anoek en van de kont van Mariska. Jurgen kon het niet helpen: hij had een erectie. Al die spanning moest uit zijn lijf en dus hielp hij een handje. Toen hij zijn zaad spoot, voelde hij zich leeg. Leeg en afgemat. Met zijn halfharde geslacht nog in zijn hand viel Jurgen Lambal in slaap.


Wordt vervolgd.
Een volgende keer: De steiger (5): Een tweede vergrijp


Apeldoorn, juni 2013

Lees ook:
De steiger (1): Schijt in mij
De steiger (2): Een ontmoeting
De steiger (3): Een eerste vergrijp

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?