De tuintafel is okergeel

Zondag 28 april 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

De tuintafel is okergeel, net als de stoelen en het krukje waarop mijn voeten liggen. Ik heb geen schoenen aan, wel sokken. Wat is het lekker, zo in het zonnetje. Daarnet was er wat bewolking en gelijk was het fris. Nu is de lucht weer grotendeels blauw en kan de zon haar gang gaan.
Ik kijk op en zet mijn leesbril af. Voorzichtig leg ik hem op de tafel. Het licht is fel en doet pijn aan mijn ogen.

Op mijn schoot ligt de dikke pil Een zoon van het circus. Mijn goede voornemen voor dit jaar was om alle werken van John Irving te herlezen. In januari ben ik begonnen en ik heb er al negen uit. Tussendoor heb ik ook nog wat andere boeken gelezen. Het gaat lekker. Ik kan het weer. Een tijdje terug merkte ik dat ik bij langere teksten mijn aandacht snel verloor. In die periode las ik voornamelijk krantenberichten en korte stukjes op internet. Het schijnt dat je hersenen zich aanpassen aan wat ze aangeboden krijgen. Omdat ik veelal korte teksten las, kon ik de langere steeds minder goed aan. Dat vond ik verschrikkelijk en dus train ik mijzelf. Ik lees weer veel boeken. In de woonkamer hebben we een grote boekenwand en mijn voornemen is om veel werk te gaan herlezen. ’s Kijken of ik het oeuvre van Irving voor de zomervakantie uit kan hebben.

Hoog boven in de boom zit een merel. Ik denk dat het een merel is. Hij fluit. Hij zingt. Wat een lawaaimaker. Is het wel een hij of is het een zij? Is het wel een merel? Ik kan het niet zien, daarvoor is het licht te scherp aan mijn ogen. Als ik naar boven kijk, dan is het een zwarte vogel. Iedere vogel zou zwart zijn met dit licht.
Verder is het stil hier in de tuin. In de tuin wel, ja. De deur van de keuken staat open en daaruit klinkt muziek. Vrolijke Afrikaanse klanken van Coco Malabar. Lang geleden dat ik die gedraaid heb. Ik kwam hem bijna toevallig tegen, toen ik daarnet voor de platenkast stond en in het hoekje ‘wereld’ peuterde. Ik zette de cd van Luísa Maita terug en toen stuitte ik op Diende van Malabar. Hij stond er bijna naast. Dat heb je als je alfabetisch rangschikt. Dus echt stil is het eigenlijk niet.
De genadeloze pieptoon is er ook, maar ik ben me hem even niet bewust. Ja, nu weer wel. Dat krijg je als je eraan denkt.

Ik ben alleen. Alleen met de merel. De Zoon zit boven in zijn kamer te gamen. Hij heeft geen last van het idee: ‘Mooi weer! Naar buiten in de tuin!’ Ik wel. Alhoewel, ik heb er geen ‘last’ van. Ik ervaar het als verre van last. Voor mij is het iets prettigs. De Vrouw is niet thuis; zij is bij een vriendin op bezoek. Hoe laat komt ze terug? Een uur of zeven, had ze gezegd. Voor de gelegenheid heb ik een flesje rosé koud gelegd. Gisteren zijn we naar een wijnproeverijtje geweest en daar kocht ik een doos Verdera rosé. Spaanse kiezelgrond, daar groeien de druiven. De grap aan deze wijn is, dat je heel zoet fruit ruikt, maar als je blind zou drinken, dan proef je droge witte wijn. Maar lekker! En nog te betalen ook. Dus straks als ze thuis is, trekken we d’r eentje open.

Heerlijk zo, die rust om me heen. Alsof iedereen weggevlucht is. Rond het middaguur was er nog een boel leven. De buren kregen de kleinkinderen op bezoek. Er klonk een hoop geschreeuw en gedoe. Na een uurtje leek de verplichte zondagsvisite voorbij. De buren aan de andere kant hebben twee jonge kinderen, maar die zijn er niet. Daarnet keek ik even over de schutting en zag ik dat de keukendeur dicht is.
Hier waar ik zit, kan bijna niemand me zien. Alleen het huis schuin tegenover heeft een slaapkamerraam dat op mijn terras kijkt. Van dat slaapkamerraam zitten de gordijnen altijd dicht. Ik woon in een wijkje met geschakelde woningen. Als ik opsta, kan ik over de schutting in de slaapkamers van verschillende huizen kijken. Soms sta ik in de keuken voor het raam, bijvoorbeeld te wachten tot de eitjes gekookt zijn. Vanmorgen zag ik in een huis iets verderop de achterbuurvrouw. Het is het huis waar men in de slaapkamer aan het klussen is. Volgens mij wonen deze mensen er nog niet zo lang. Er hangen geen gordijnen voor het raam. Ik zie kale wanden en een kroonluchter aan het plafond. Ik zag ook de jonge achterbuurvrouw die slaapkamer binnenkomen. Ze had haar borsten bloot en bleef even voor het raam staan kijken. Mij zag ze niet. Ik moest terug naar het aanrecht, want de eitjes kookten bijna. Ik zette de tijdklok op twee minuten en liep weer naar het raam. De achterbuurvrouw stond er niet meer. Bij de andere achterburen waren de gordijnen nog altijd dicht.

Vorig weekend hebben we met z’n drieën staan klussen in de tuin. De Zoon schoffelde het ergste onkruid en mos uit de perken, De Vrouw vulde de eerste bakken en potten met eenjarig spul en ik maaide het gras. Voor zover het gras is. Het merendeel is mos. Toch zit er af en toe nog een sprietje tussen. En een paardenbloem. Ik noem ons gazonnetje graag ons ‘weitje’. Het is niet heel groot. Toch hebben we een motormaaier. Een gele. Gekregen, ooit. Er hangt een bak achteraan die het gemaaide gras en mos opvangt. Meestal hoef ik die alleen te legen aan het eind van de klus; vorige week moest ik halverwege al een keer stoppen, om te voorkomen dat de hele boel doorbrandde. Of zo. Wat weet ik er ook helemaal van? Na een uurtje of wat klussen konden we uitgebreid genieten van ons werk. Ik had de tuinstoelen onder de carport vandaan gehaald en de kussens uit de schuur.

Ik neem een slok uit het flesje pils dat op tafel staat. Een citroenvlinder vliegt voorbij. Er zitten groene knoppen in de boom die net buiten onze tuin staat. De oude coniferen worden nu echt lelijk, maar ze geven wel het groen dat zo nodig is. Eerst haalden de buren ze aan de ene kant weg en plaatsten er een schutting voor in de plaats; later haalden de buren aan de andere kant dezelfde grap uit. Ik vond dat wel jammer, want we zaten heerlijk beschut en in het groen. De tuin doet nog wat kaal aan. Daar komt vast verandering in als de lente doorzet. De sla, peterselie en tomaatjes staan al in de potten. Dat wordt weer smullen.
Kijk, een jonge kat komt de tuin binnen. Hij kan precies door het gat tussen de conifeer en het groene metalen hek. Het beestje ziet mij, draait zich schichtig om en snelt weg. Ik zet mijn leesbril weer op en ga verder met lezen. Nog maar zeshonderd bladzijden te gaan.
Het is weekend en de zon schijnt. De merel zingt hoog in de boom en de tuintafel is okergeel.


Apeldoorn, april 2013

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?